Bläsz in 1953, gepubliceerd in de PZC.
Volledig scherm
PREMIUM
Bläsz in 1953, gepubliceerd in de PZC. © PZC

Hondje Bläsz redde tientallen koeien en kalfjes uit ijskoud water tijdens De Ramp

SCHARENDIJKE - Tientallen dieren redden en een pootje geven aan koningin Juliana. De hond Bläsz uit Scharendijke deed het allemaal. Een standbeeld voor de heldhaftige viervoeter is onderdeel van de plannen voor een vernieuwd Bethlehemplein in Scharendijke.

Het verhaal begint in 1946. Albert van Citters was bezig aan zijn tweede termijn als burgemeester van Burgh-Haamstede. Hij had tijdens de Tweede Wereldoorlog een poosje in Zwitserland verbleven en besloot na de oorlog het land weer te bezoeken. In het Toggenburger Tal maakte hij kennis met een Appenzeller Sennenhond.

Hij werd verliefd op het ras en nam een teefje mee. Enkele jaren later bezocht Van Citters het Alpenland opnieuw en nam een reu mee. Kort daarna werden er vier puppy’s geboren, waaronder Bläsz. Hij werd gekocht door Flip de Jonge, een boer uit Scharendijke. Over het hondje wordt bijna 67 jaar later nog gesproken.

Heldenrol

Bläsz redde bij de watersnoodramp van 1953 tientallen koeien en kalveren uit het ijskoude water. In de boeken staat dat de destijds tweejarige ‘held’ de rampzalige nacht met de familie De Jonge doorbracht in Burgh-Haamstede. De volgende ochtend ging De Jonge met Bläsz terug naar Scharendijke om te kijken of zijn vee de nacht had overleefd.

De beesten leefden nog, maar reageerden nergens op. Bläsz sprong in het water en kreeg de dieren in beweging door in hun poten en staarten te bijten. Hierna begeleidde hij het vee veilig de dijk op. De hond was de hele dag bezig en redde zo tientallen dierenlevens. Een dag later bracht hij vele dieren van buren in veiligheid. Na twee dagen was het beestje doodop. Bläsz werd terug naar Van Citters gebracht om aan te sterken.