Volledig scherm
Groenten kun je in veel gevallen het beste zelf kweken, vindt Romke van de Kaa. © Shutterstock

Zelf groenten zaaien? Gebruik dan de juiste hulpmiddelen

Eigen tuin eerstTuingoeroe Romke van de Kaa vertelt elke week hoe je een lustoord maakt van een dorre lap grond. Voor de lekkerste groente kun je het beste zelf aan de slag, vindt hij. Hulpjes te over, van eierdoos tot een elektrisch dekentje.

Violen koop je tegenwoordig niet alleen bij een tuincentrum, maar ook bij de supermarkt, de bouwmarkt of de benzinepomp. En dat voor zo weinig geld dat het nauwelijks nog zin heeft om de planten zelf te zaaien. Maar stel dat je geen violen wilt op je balkon, maar asperges en artisjokken. Die haal je niet bij de benzinepomp.

Met veel moeite kun je misschien nog wel kleine plantjes scoren bij een tuincentrum, maar dan kom je thuis met een naamloze asperge of artisjok. Terwijl ‘Martha Washington’ toch echt de lekkerste groene asperge is. En als je artisjokken in hun geheel wilt frituren, zoals de Italianen doen, dan kan dat alleen bevredigend met de kleine artisjokjes van ‘Violetta di Chioggia’.

De lekkerste

Dit klinkt misschien een beetje snobistisch, maar als je dan toch je eigen groenten wilt zaaien kun je net zo goed de lekkerste nemen. Stel dat je je eigen aardappelen wilt telen, dan neem je toch ook geen genoegen met ‘kruimig’ of ‘vastkokend’. Je wilt kunnen kiezen tussen ‘Nicola’s’, ‘Eigenheimers’ of ‘Opperdoezen’. Een aardappelliefhebber heeft het trouwens niet over kruimig maar over bloemig. Kruimig is armoedige supermarkttaal.

Maar goed, wie specifieke groenten wil zal ze zelf moeten zaaien. Daarvoor is een enorme hoeveelheid hulp- en steunmiddelen beschikbaar. Om te beginnen een zaaibak, vroeger een houten kistje, maar tegenwoordig een plastic bakje met gaten in de bodem. Je vult het met grond en zaait je zaden.

Zaaien

Een treetje hoger op de ladder staat het zaaikasje: dezelfde plastic bak, maar nu met een doorzichtige kap, waarmee je het uitdrogen van het zaaisel tegengaat. In die kap zit een ventilatieschuif die je openzet als de zaden ontkiemd zijn. Luchten voorkomt schimmelen en na een tijdje kan die kap er helemaal af. In de zaaibak past een zaaiplaat. Dat is een soort plastic honingraat met 28 tot 150 gaten die in kwekersjargon cellen worden genoemd. Voor de amateur is de plaat met 28 cellen groot genoeg.

Sommige zaden kiemen sneller met wat warmte (andere met kou) en voor die warmtekiemers kun je een verwarmingsplaat aanschaffen, een soort elektrische onderdeken waarmee je het de zaden naar de zin maakt.

Heb je twijfels over de grondtemperatuur - of die te laag is of te hoog, waardoor de zaden gestoomd zouden worden - dan steek je een grond-thermometer in de aarde.

Water geven

Sommige zaden kiemen na dagen, maar andere pas na weken en in dat geval zul je tussentijds water moeten geven. Dat doe je het beste met een nevelspuit, want bij een flinke plens water uit een gieter spoelen de zaden al snel uit hun cellen. Voor dat watergeven zijn complete systemen ontwikkeld waarbij de zaaibak in een plastic waterreservoir staat.

Veel plastic, zal de oplettende lezer opmerken - niet bepaald duurzaam. Dat klopt en de milieubewuste zaaier maakt dan ook een gat onderin zijn gebruikte yoghurtpotjes. Of zaait in eierdoosjes, want dat gaat net zo goed.