Volledig scherm
We gaan ratten nog steeds met chemische middelen te lijf. © Getty Images

We grijpen nog steeds naar chemicaliën om van aanslag en ongedierte af te komen

Het lukt niet echt om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen terug te dringen. Hoewel de overheid wil dat Nederlanders minder snel naar chemicaliën grijpen bij het bestrijden van groene aanslag en ongedierte, komt daar in de praktijk nog weinig van terecht.

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gebruikten particulieren in 2017 evenveel chemische bestrijdingsmiddelen als in de jaren daarvoor. Ongeveer 40 procent van de mensen die knaagdieren bestrijdt, gebruikt hiervoor rodenticiden. Dat is volgens het RIVM opmerkelijk, omdat particulier gebruik van dit soort bestrijdingsmiddelen tegen ratten is verboden.

Ook is het niet toegestaan om middelen die zijn toegelaten tegen muizen te gebruiken tegen ratten. Van de mensen die actie ondernemen tegen muizen huurt slechts twee procent een gespecialiseerd bedrijf in voor de bestrijding van het ongedierte. Bij het bestrijden van ratten is dat 20 procent. Ook muizen- en rattenvallen worden veel door particulieren gebruikt. 

Het RIVM constateert ook dat 43 procent van de Nederlanders chemische middelen gebruikt om groene aanslag te bestrijden. Het gaat om huishoudelijke middelen, zoals azijn, en specifieke bestrijdingsmiddelen (biociden). ,,De consument kiest vooral voor azijn, maar koopt ook biociden tegen groene aanslag”, aldus het instituut. Het RIVM baseert zich op verkoopcijfers van marktonderzoeksbureau GfK en op enquêtes onder consumenten.

Voorlichting

De particulier koopt de bestrijdingsmiddelen in vrijwel alle gevallen in een winkel. Aankopen worden bijna niet via internet gedaan. Het vermoeden is dat goede voorlichting in tuincentra en bouwmarkten het gebruik van biociden door consumenten zou kunnen verminderen. Het onderzoek van het RIVM heeft zich echter niet gericht op de voorlichting over niet-chemische bestrijding van groene aanslag, muizen en ratten.

De resultaten in het rapport van RIVM zijn overigens van indicatieve aard, laat het instituut weten. Dit vanwege het lage aantal ondervraagden, waarvan er slechts twaalf aangaven bestrijdingsmiddelen tegen ratten te gebruiken. Het gaat verder om een tussentijdse rapportage, meldt het RIVM. Later dit jaar volgt een rapport dat de periode tot en met 2018 bestrijkt.