Volledig scherm
Eind april, begin mei bloeit in Nederland de Japanse sierkers, zoals hier aan de J.W. Hagemanstraat in Eibergen. Helaas is de schoonheid van korte duur: de bomen staan slechts enkele dagen in bloei. © Emiel Muijderman

Wanneer de sierkers het mooiste oogt? ‘Als de bloei voorbij is’

Eigen Tuin EerstTuingoeroe Romke van de Kaa vertelt elke week hoe je een lustoord maakt van een dorre lap grond. Het heeft jaren geduurd voor hij tot de ontdekking kwam dat er ook mooie sierkersen bestaan.

Het is een van mijn vrolijkste jeugdherinneringen: tot m’n knieën waden door de afgevallen bloemblaadjes van de Japanse sierkers die door de wind hoog waren opgewaaid. Die sierkers was dan natuurlijk wel van de overburen. Want het was prima om te genieten van de sierkers van een ander, maar een tikje ordinair om hem in je eigen tuin te planten.

Vroeger had je twee soorten sierkersen, van een kleur die ik alleen maar kan omschrijven als boudoirroze. Er bestaat een schilderij van edelkitschschilder Lourens Alma Tadema, waarop een stel mollige vrouwen een bad neemt in een zee van rozenblaadjes. Het zouden ook bloemblaadjes van een Japanse sierkers kunnen zijn: precies hetzelfde kitscherige roze.

Volledig scherm
Japannes beschouwen de bloei van de sierkers als een spirituele ervaring. © Johan Wouters

Die twee sierkersen van vroeger heetten ‘kanzan’ en ‘amanogawa’. De dikke en de dunne, want ‘kanzan’ is een breed uitwaaierende boom en ‘amanogawa’ groeit steil rechtop: model pleeborstel. De dunne ‘amanogawa’ krijgt van mij de prijs voor de lelijkste boom en het heeft jaren geduurd voordat ik tot de ontdekking kwam dat er ook ontroerend mooie sierkersen bestonden. Tot die tijd vroeg ik me af waarom de Japanners de bloei van de sierkers toch beschouwden als een spirituele ervaring.

De sierkers die bij mij een geestelijke omwenteling teweegbracht was ‘tai haku’. ‘Tai haku’ is een flinke boom, tot 8 meter hoog, met een parasolvormige kruin; een dakboom van nature, zonder dat je hem ooit hoeft te snoeien. Het blad loopt bruinrood uit - de kleur van oude wijn - en vormt een sprekend contrast met de grote, hangende witte bloemen. De bloei duurt maar even, want kersen bloeien nooit lang, maar laat een diepe indruk achter. En wie zou er een boom willen die tot vervelens toe bloeit?

Bijna alle sierkersen zijn cultuurvariëteiten van de prunus serrulata, een kers die in China en Japan in het wild in de bergen groeit. Ze zijn gekweekt en stralen dat uit door hun extra grote, vaak dubbele en overdreven roze bloemen. Ze missen de gratie van de wilde soort en doen daardoor wat gekunsteld aan.

Wie liever een sierkers met ongetemde schoonheid wil, zou op zoek kunnen gaan naar de prunus x yedoensis, een flinke boom die 10 meter hoog kan worden. De kruin is breed en spreidend. In het vroege voorjaar zijn de takken beladen met miljoenen doorschijnende bloempjes die bij het opengaan van het allerteerste roze zijn, maar al snel naar wit verbloeien.

Het hoogtepunt van deze boom valt niet tijdens de bloei, maar op het moment waarop hij is uitgebloeid en een windvlaag de afvallende bloemblaadjes als stuifsneeuw langs de wegen blaast.

Ik heb me laten vertellen dat Japanners daarom zo van kersenbloesem houden: het draait niet om het moment waarop de boom in bloei staat, maar om het moment waarop de bloemblaadjes zweven tussen hemel en aarde.