Volledig scherm
Sibylla Lemmers en Marijn Peters willen hun woning graag splitsen © Q-Studio

Oplossing woningnood: ouderen moeten jongeren in huis nemen

Een oplossing voor de woningnood is het bouwen van huizen. Een andere optie is het delen van woningen, als het aan Stichting Statiegeld Op Jeugd ligt. Sibylla Lemmers (60) en Marijn Peters (65) doen mee met het initiatief en gaan vanaf 2020 hun woning delen met een jonger echtpaar. 

Sibylla en Marijn zien het idee om hun huis te ‘splitsen’ erg zitten. Het stel uit het Brabantse dorp Son en Breugel doet mee aan de ‘pilot’. Als die proef een succes blijkt, wordt het plan uitgebreid, laat Amanda Schiltmans, voorzitter van de Stichting Statiegeld Op Jeugd (SOJ), weten. De stichting zet zich in om betaalbaar wonen voor jongvolwassenen en starters mogelijk te maken. 

Schiltmans merkte uit eigen ervaring hoe lastig het is om aan een betaalbare woning te komen, met name voor jongvolwassenen. Terwijl er veel leegstand is. Gert Jan Hagen, oprichter van Springo Urban Analytics, deed onderzoek naar de Nederlandse woningmarkt – met name in Utrecht. Hij is voorstander van splitsen. ,,Mensen denken vaak aan nieuwbouw als oplossing voor het woningtekort. Terwijl er zoveel ruimte over is in de vorm van leegstaande kamers, zolderruimtes en complete verdiepingen. Daar valt een groot deel van de winst te behalen in Nederland.’’ Het idee van SOJ is volgens hem nog maatwerk. ,,We moeten eigenlijk gaan nadenken over manieren om op grote schaal woningen te splitsen.’’

Splitsen 

Door het ‘splitsen’ van woningen gaan mensen niet zozeer samenwonen, maar wel hun woning delen. De extra woonruimte moet verplicht bestaan uit een woonkamer met open keuken, een aparte slaapkamer en badkamer met douche, toilet en wasmachine, volgens het concept van de stichting. Over de privacy maken Sibylla en Marijn zich geen zorgen: ,,Het huis wordt zo aangepast dat ieder zijn eigen deel heeft met een eigen voordeur. Wij gaan wonen op de benedenverdieping en de andere bewoners op de bovenverdieping. Dus je komt elkaar nauwelijks tegen. Onze achtertuin gaan we wel delen. Dat lijkt ons wel gezellig. We houden allebei van reuring en jeugdigheid. In Son en Breugel is flink sprake van vergrijzing. Op deze manier houden we de omgeving een beetje jong.’’

Sibylla en Marijn merken dat er in hun omgeving vooral koudwatervrees heerst. ,,Bevriende stellen verklaren ons af en toe wel voor gek. Wij zien vooral de voordelen. We hebben een koopwoning van ongeveer 180 vierkante meter. Op den duur willen we kleiner gaan wonen, maar we zijn blij met ons huis. Daarnaast is de kans groot dat de aanschaf van een nieuw appartement wel eens duurder kan uitpakken. Dus blijven we liever hier. Het levert ook nog eens een extra zakcentje op door de verkoop of het verhuur van de woning.’’

Quote

Het levert ook nog eens een extra zakcentje op door de verkoop of het verhuur van de woning

Sibylla Lemmers

Hulptaken 

De vaste bewoner kan een gedeelte van de woning verkopen aan de woningcorporatie, maar kan het ook in eigen beheer houden. Sibylla en Marijn weten nog niet welke van de twee opties het in hun geval gaan worden. Daarnaast is het de afspraak dat de jongvolwassene in samenspraak met de vaste bewoners hulptaken uitvoert, zoals het maaien van het gras of het doen van een boodschap. Dat is een voorwaarde van het wonen in een gedeeld huis. Dat vinden Sibylla en Marijn een heel prettig idee. ,,Ik heb het chronisch vermoeidheidssyndroom’’, zegt Sibylla. ,,Ik weet niet hoe het verder zal gaan met mijn gezondheid, maar het is handig als iemand voor mij af en toe een boodschap kan doen.’’

Jong en oud kunnen wat dat betreft veel aan elkaar hebben, volgens Schiltmans. Een starter komt aan woonruimte en de vaste bewoner krijgt ondersteuning waar nodig. Per 2020 verwacht Sibylla een jong stel, of alleenstaande in hun woning. ,,Ik neem aan dat we elkaar eerst leren kennen. Onze voorkeur gaat uit naar een jong stel zonder kinderen. Het is een oud huis, dus de plafonds zijn niet berekend op rennende voetstappen. Mocht het echt niet werken – waar ik absoluut niet vanuit ga – bouwen we juridisch iets in, dat het ook weer kan eindigen.’’