Volledig scherm
Vooral studenten gaan steeds later uit huis. © Archieffoto ANP Sander Koning

Jongeren blijven langer thuis wonen vanwege hoge kosten

Ouders zorgen steeds langer voor hun kroost. Kinderen bleven in 2017 gemiddeld tot 23,5 jaar inwonen bij ouders of verzorgers. Vijf jaar eerder was dat nog 22,8 jaar. De ontwikkeling heeft vooral te maken met hogere huurprijzen en (studie)schulden. 

De cijfers komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral studerende jongeren gaan minder snel op kamers sinds in 2015 de studiefinanciering is afgeschaft. Studenten moeten geld lenen voor hun studie én levenskosten. Dat blijkt een belangrijke reden om bij (een van de) ouders te blijven wonen. 

,,Ook cultuur speelt een rol’’, zegt Tanja Traag van het CBS. ,,Jongeren vinden het soms ook gewoon prettig om bij hun ouders te blijven wonen. Ze gaan nog op reis of willen nog niet fulltime werken. Die redenen gaan hand in hand met economische factoren, zoals arbeidscontracten die steeds vaker flexibel zijn.’’

Hogere prijzen

Ook jongeren die al klaar zijn met studeren blijven langer thuis wonen. Er zijn weinig woningen beschikbaar voor starters en de prijzen van koopwoningen, huurhuizen en energie zijn sterk gestegen. 

Meisjes gaan van oudsher eerder uit huis dan jongens. Dat was ook zo in 2017, al is het verschil met de jongens sinds 2012 kleiner geworden.  Vrouwen waren in 2017 gemiddeld 22,7 jaar toen ze uit huis gingen, 0,7 jaar ouder dan in 2012. Uit huis gaande mannen waren gemiddeld 24,2 jaar in 2017, 0,6 jaar ouder dan in 2012.