Volledig scherm
PREMIUM
© AD

Deze zege is andere koek

Columnist Thijs Zonneveld vindt de zege van Dylan Groenewegen in Chartres knapper dan die van vorig jaar op de Champs-Élysées. 'Hij won als grote tussen de groten, op een manier die niets aan duidelijkheid te wensen overliet.'

Quote

Vier lengtes op Gaviria. Dat is niet winnen, dat is verpulve­ren

Een foto. Op de voorgrond: Dylan Groene­wegen, klaar om zijn armen in de lucht te gooien. Op de achtergrond: Fernando Gaviria, Peter Sagan, Arnaud Démare, John Degenkolb, André Greipel, Mark Cavendish, Alexander Kris­toff. En ergens ver weg, diep in de buik van het ­peloton: Marcel Kittel.

Als ik Groenewegen was, zou ik ’m inlijsten, die foto. Als herinnering dát hij won, maar vooral van wíé hij won.

Ze zijn er allemaal bij in deze Tour, de beste sprinters van de afgelopen jaren. Het aantal Touretappes dat Gaviria, Sagan, Démare, Greipel, Cavendish, Kristoff en Kittel bij elkaar wonnen?

70. Ze-ven-tig. Ter vergelijking: dat zijn 2 Eddy Merckxen, 6 Mario Cipollini’s, 35 Lance Armstrongs of 70 Eros Poli’s.

Die overwinning op de Champs-Élysées vorig jaar was er eentje om te koesteren. Vanwege het plaatje, vanwege het prestige, vanwege de vreugde na afloop. Zoek de beelden van zijn vriendin nog maar eens op, die met uitgelopen mascara en Amsterdams accent in de camera roept: ,,24 jaar, en dan hier winnen. Hóé dan!” Het zit er dik in dat Groenewegen zelf zijn overwinning in Parijs voor altijd als dé zege van zijn carrière ziet. Al was het maar omdat het zijn grote doorbraak betekende.