Volledig scherm
Nu Piet Philipsen bijna 87 is, staat hij nog altijd in de laatste antieke klokkenwinkel van Tilburg. ,,Als je die klokken ziet, denk je: hoe kwamen ze er bij om die zo te maken?” © Jan van Eijndhoven

Tijd tikt voor laatste antieke klokkenzaak van Tilburg: ‘Ik ben met de handel getrouwd’

Zo 17 nov: Piet Philipsen had al jaren met pensioen kunnen zijn. Op zijn 72e startte hij zijn eigen klokkenzaak aan de Koestraat. Nu hij bijna 87 is, staat hij nog altijd in de laatste antieke klokkenwinkel van Tilburg. Waar lang niet alle 130 klokken gelijk staan.

Volledig scherm
,,En op mijn 72ste heb ik deze zaak met antieke klokken opgezet. Ik werd ouder, met meubels sjouwen ging niet meer.” © Jan van Eijndhoven

Bij het maken van een afspraak verontschuldigt Piet Philipsen zich omdat hij niet de hele week in de winkel staat, maar ook twee middagen vrij is. Goed, dat klinkt niet zo bijzonder, ware het niet dat Philipsen al lang en breed met pensioen had kunnen zijn. 

De klokkenmaker- en handelaar is een paar maanden van zijn 87ste verjaardag verwijderd.

‘Redelijk onder controle’

Wouter ter Haar over de klokkenmaker:

Jaren, jaren geleden - misschien wel een jaar of acht - heb ik eens een heel erg mooi klokje gekocht bij Philipsen. ‘’Heb je nog jaren en jaren plezier van”, zei íe toen ik het voorzichtig naar mijn auto droeg. Toen ik het uurwerk eens te ver had opgedraaid en het ding niet meer liep, ben ik naar Tilburg gegaan. Hij kon het repareren voor 150 euro, 25 euro duurder dan ik het gekocht had. ,,Maar soms helpt het ook wel eens als je het door elkaar schudt, maar dat doe ik niet.” Ik deed het zelf in de winkel. En wat denk je: lopen. Nu al weer een jaar of vijf.

De Tilburger en de tijd hebben een bijzondere verhouding. In zijn antieke klokkenhandel annex woonhuis aan de Koestraat staan 130 klokken. Het pand is gevuld met het vlugge tikken van de kleine pendules, het galmen van staande Friese klokken.

En verwarrend genoeg wordt om de paar minuten het uur door een andere klok geslagen. ,,Ze lopen niet allemaal op tijd, anders ben ik een hele week mee bezig”, zegt Philipsen. Droogjes: ,,Er zitten geen batterijen in.”

De antieke klokken van de Tilburger - er staan exemplaren uit 1700 tussen, een ‘jonkie’ komt uit 1930 - moeten opgedraaid worden. Kaartjes geven aan dat de één na het opdraaien twintig dagen loopt, een ander tien. ,,Hier in huis heb ik de tijd redelijk onder controle.”

Het zijn stuk voor stuk bijzondere exemplaren. Klokken met daarop juffrouwen met kinderen op schoot, tafereeltjes van de jacht. Klokken waarop de zon en de maan door de hemel trekken. Klokken onder stolpen, met deurtjes die opengaan. Philipsen zelf is liefhebber van de romantische pendules uit de tijd van Mozart en Johan Strauss.

,,Toen was de mens zo romantisch ingesteld. Als je die klokken ziet, denk je: hoe kwamen ze er bij om die zo te maken? Ontzettend fantasierijk. Als ze zo iets nieuw willen maken, is niet meer te betalen.” Hij loopt naar een Engelse klok, opent de kast. ,,Hier vond ik een oud gedicht in het binnenste.” Hij laat het lezen. ‘To serve thy god, as i serve thee’, luidt één van de regels. ‘Dien god, zoals ik u dien’. ,,Dat vertelt deze klok.”

Niet meer sjouwen

Quote

Voor niks doen ben ik in mijn hele leven te druk geweest

Piet Philipsen

Het leven van Philipsen staat in het teken van de ambachten. Van zijn veertiende tot negentiende werkte hij bij de V&D als etaleur. Dat vak bleef de Tilburger uitoefenen bij confectiezaken in en rond Tilburg. Daarnaast was hij actief als dirigent. Vroeger restaureerde en maakte hij zelf meubels. Vooraan in de veertig ging Philipsen de antiekhandel in. Een kleine dertig jaar bezat hij een tweetal zaken in de Koestraat met vooral meubels.

,,En op mijn 72ste heb ik deze zaak met antieke klokken opgezet. Ik werd ouder, met meubels sjouwen ging niet meer.” Hij stopt niet met werken, blijft aan de gang. Zelfs nu hij zich met rollator iets moeizamer verplaatst. Hij stopt pas als -ie de kist in gaat, klinkt het. ,,Ik ben met de handel getrouwd. Voor niks doen ben ik in mijn hele leven te druk geweest.”

Laatste der Mohikanen

Het is een uitstervend beroep, dat zeker. In Den Bosch zit geen antieke klokkenzaak meer, in Tilburg is het de laatste. Philipsen krijgt nog wel jonge mensen over de vloer, maar niet veel. Al zoeken ze hem op met oude klokken die al jaren geleden de geest hebben gegeven. Om te repareren. Dan troont hij ze mee naar zijn ‘wonderhok’, het atelier achter een gordijn waar hij nauwgezet aan de mechanismes sleutelt.

Hij is fier op de winkel. Opent de voordeur en rolt met rollator de slagregen in om de etalage eens goed te laten zien. Philipsen was etaleur en de kennis en vaardigheid is hem nooit uit de vingers geglipt. ,,Je zet niet iets zomaar neer, vooral als je zo veel klokken hebt. Het moet aangenaam zijn om naar te kijken.”

Nog een puntje van trots: om de twee weken verandert ‘ie de etalage. Sjouwend met klokken en de talloze versieringen die de muren van het ‘wonderhok’ vullen. Altijd maar aan het werk.