Frans van de Moosdijk vraagt in deze coronatijd aandacht voor mensen die met een beperking op zichzelf wonen.
Volledig scherm
Frans van de Moosdijk vraagt in deze coronatijd aandacht voor mensen die met een beperking op zichzelf wonen. © Marie-Thérèse Kierkels / BeeldWerkt

Met een beperking op jezelf wonen in tijden van corona: ‘Ze laten ons wegrotten’

TILBURG - ,,Eén kutprobleempje wordt een hele olifant die dan door de porseleinkast heen gaat banjeren.” Zo schetst Frans van de Moosdijk, een 62-jarige Tilburger die door het leven is getekend, zijn dagen in coronatijd.

Daarvoor kreeg hij ambulante begeleiding vanuit Amarant: ,,Eén uur per week kwamen ze bij me langs. En dan was ik weer stabiel. Maar nu bellen ze. De een neemt achter een camera alle tijd voor je, maar de ander belt gewoon vanuit de auto. Als ik dan zeg ‘ik heb het moeilijk', dan zegt hij: ‘Ja Frans, het is voor iedereen moeilijk op het moment.’ Snapt 'ie er dan écht niks van?”

Sjoelen met ouderen

Van de Moosdijk werkt 20 uur voor de Diamant Groep, maar buiten die uren zit hij moederziel alleen op zijn appartement aan de Noordhoekring. Het vrijwilligerswerk dat hij deed, sjoelen met vereenzaamde ouderen, is door corona ook stilgevallen. ,,Ik word hierbinnen steeds banger.”

Quote

Ze laten ons gewoon wegrotten, ik ben aan het eind van mijn Latijn

Frans van de Moosdijk

Het gaat Van de Moosdijk om de groep mensen die met een beperking nog op zichzelf wonen.  ,,Over ons hebben ze het nooit in de media. Ze laten ons gewoon wegrotten. Ik ben aan het eind van mijn Latijn. Als het zo doorgaat, zit ik bij de GGZ of op een PAAZ-afdeling. Nou, dan gaat het de maatschappij nog meer kosten.”

Rutte en De Jonge

Nederland, vindt Frans van de Moosdijk, maakt zich er druk over wanneer de sportscholen weer open kunnen. ,,Maar wanneer wij weer de ondersteuning krijgen die we nodig hebben, daar hoor je premier Rutte en minister De Jonge niet over.”

‘Ik help mezelf door anderen te helpen’

Tom Tacken

Brabants Dagblad, 28 januari 2017

Als Frans van de Moosdijk het over zichzelf heeft, mag hij graag naar de derde persoon grijpen. Bijvoorbeeld: “Frans kan het niet laten. Frans moet roken, hè.”

In een kuipje dat ooit gevuld was met stracciatella-ijs bewaart de 59-jarige Tilburger zijn shag. Als het interview gedaan is, stopt hij die samen met de hulzenstopper van de firma Mascotte in de fietstas.

Op naar café-zaal Bierings aan de Goirkestraat, waar hij voor vereenzaamde ouderen een middagje sjoelen op touw heeft gezet. Alleen op deze Aarde heet de stichting die Frans veertien jaar geleden voor de doelgroep oprichtte. Na enige tijd wilde hij er Samen op deze Aarde van maken. Gaf zo’n hoop gedoe dat hij het er maar bij liet zitten.

Stracciatella-sigaretten

Het leven is niet lief geweest voor Frans van de Moosdijk. Maar van alle tegenslag lijkt zijn hart alleen maar groter te zijn geworden. Zes stracciatella-sigaretten duurt welgeteld zijn levensverhaal.

“Toen mijn moeder kanker kreeg, zeiden de mensen al: Frans wordt helemaal gek als ze doodgaat. En verdomd, op het kerkhof kreeg ik mijn eerste epileptische aanval. Bovenop moeders kist viel ik, twaalf jaar oud. Mijn droom om later de boerderij in Oud-Gastel over te nemen lag in duigen. Huisje boompje beestje: weg was het.”

“Moeder had op haar sterfbed gezegd dat vader maar snel een nieuwe vrouw moest zoeken. Nou, we hebben er genoeg langs zien komen. Eentje bleef er hangen, maar ze maakte meteen duidelijk geen trek in de opvoeding van drie kinderen te hebben. Mijn vader was al stevig gaan drinken. Zat hij ook nog bij haar onder de plak. Ze kreeg hem zover dat hij al zijn postduiven de nek omdraaide, terwijl dat altijd zijn passie was geweest. Nu neem ik de benen, dacht ik.”

“Door de dood van mijn moeder was ik compleet losgeslagen. In de tijd van de disco wilde ik ook wel van die glitterbroeken met wijde pijpen. Brommers jatten en in België verpatsen, dus. Tot ik tegen de lamp liep. Het had makkelijk tuchtschool kunnen worden, maar het werd een internaat in Tilburg: De Schalmen. Een ramp. Ze snapten me daar gewoon niet. Na een woede-aanval is Frans er in de nacht vandoor gegaan.”

Gerrit Poels

“Ze hebben nog geprobeerd me in een psychiatrische inrichting in Venraij te krijgen, maar uiteindelijk ben ik hier in Tilburg in de armen beland van Gerrit Poels. Wat een man! Hij stuurt me nog elk jaar een verjaardagskaartje. Gerrit begreep me tenminste. ‘Niet tussen vier muren gaan zitten, Frans, maar meehelpen’. Met de verhuiswagen haalden we spullen voor de kringloop uit lege huizen. Ik voel me een kind van Gerrit Poels. Hij wil geen standbeeld, maar ze moeten er tegen zijn zin toch maar een oprichten. Dat sociale, strijden voor rechtvaardigheid, dat heb ik van hém geleerd.”

“Toen ik op mezelf woonde in de Akkerstraat, kwam op een morgen een sloopkogel mijn huis binnen. Ik in mijn onderbroek naar buiten. Foutje, maar het bleek al snel dat heel dat sloopplan niet goed met de buurt gecommuniceerd was. Dan is Frans dus op z’n scherpst. Ik ben voor die mensen gaan knokken.”

Woordblinden

“Later heb ik me ook sterk gemaakt voor woordblinden. Ben ik zelf ook een. Lezen en schrijven is een groot probleem, maar met mijn mond kan ik goed uit de weg. Praat ik hier met een balie of met een mens? Zo moet je instanties tegemoet treden. Lang genoeg volhouden en dan krijg je wat gedaan.”

“Het duurde ook even voordat het me lukte om Fernando uit Columbia over te laten komen. ‘Geachte premier’, schreef ik, ‘waarom mogen mensen die van elkaar houden in de Staat der Nederlanden niet bij elkaar wonen?”

“Met Fernando ben ik vijftien jaar samen geweest. We waren ook getrouwd, maar nu is de scheiding daar. Niks geen ruzie, we hebben nog dagelijks contact. Samenwonen ging alleen niet meer. Ik een sloddervos, hij supernetjes. Maar ik moet ook m’n eigen gang kunnen gaan. Voor mij nu geen vaste relatie meer.”

“Vóór Fernando was ik zeventien jaar samen met Johan, tot hij dood naast me neerviel. Hij bleek anderhalve ton schuld te hebben. Meneer moest met zijn salarisje zo nodig twee keer per jaar naar Benidorm.”

Maria

“Iedere avond bid ik tot Maria, zoals mijn moeder me dat geleerd heeft. Vijf jaar geleden ben ik in Lourdes geweest. In een kerk daar heb ik zitten huilen als een klein kind. Alles kwam weer boven. Sindsdien weet ik ook dat ik veel meer beperkingen heb dan dyslexie alleen.”

“Van een mug maak ik zó’n olifant. Bij het minste of geringste denk ik dat ze me er bij de Diamantgroep uit willen gooien. Komt bij dat ik geen nee kan zeggen. Stroomkabeltje verleggen: deed Frans wel even. Maar Frans trok het niet meer. Mijn leidinggevende heeft ingegrepen. Ze mogen mij niets meer rechtstreeks vragen. Alles loopt via hem. Dat geeft rust. Vanuit Amarant neemt ook elke week een ambulante begeleider contact met me op. Heb ik nodig, vooral nu ik hier alleen woon in mijn flat aan de Noordhoekring.”

Sneeuwwitjes

“De drank heb ik allang geleden onder de knie gekregen. Ik heb nog ooit voor de rechter gestaan omdat ik drie keer in dezelfde sloot was gereden, maar nu laat ik het bij een paar sneeuwwitjes in het weekend. Een mens kan van zijn fouten leren.”

“Ik heb veel tegenslag gehad, maar heb ook geleerd dat ik mezelf help door anderen te helpen. Als stichting organiseren we in Café Bierens activiteiten waar sterk vereenzaamde ouderen even bij kunnen tanken. Je wilt niet weten hoeveel mensen in een stad als Tilburg thuis zitten te verpieteren. De gemeente zou daar veel meer oog voor moeten hebben. We bereiken met onze activiteiten en huisbezoeken zo’n 1450 mensen. Druppel op een gloeiende plaat, maar ieder mens telt.”