Michael Thijs: leven als een voetbalkoning in China

Het Chinese voetbal zit enorm in de lift. Michael Thijs (27) maakt dat van dichtbij mee. Hij is al anderhalf jaar voetbaltrainer in Quanzhou.

Een doodgewone jongen uit Wouw, zo noemt hij zichzelf. “Mijn vrienden geloofden het niet, toen ik zei dat ik in China ging werken.” Toch sprong hij juli 2015 in het diepe, dat allemaal na een oproepje op Facebook: een vacature als voetbaltrainer. “Ik had niets om naar om te kijken. Ik had geen vriendin. Ik werkte bij de sporthal in Wouw, kon daar nog jaren blijven werken, maar dat zag ik niet zo zitten. Dit leek me zo’n mooi avontuur. En drie dagen nadat ik had gezegd dat ik het wilde doen, zat ik in het vliegtuig.” Natuurlijk was hij wat achterdochtig omdat het zo snel en gemakkelijk ging. “Maar anders had ik gewoon het vliegtuig teruggepakt. Achteraf is alles goed gekomen.”

Uiteraard waren er de cultuurverschillen. Zo moest hij wennen aan het eten (“Ze eten niet zo netjes als wij hier gewend zijn”), aan het weer (“Het is heel benauwd daar”) en het verkeer (“Gekkenhuis”). “Het is een compleet andere wereld. Je weet niet wat je meemaakt. Je kent de taal en de cultuur helemaal niet. Ik kwam aan in Hong Kong: zo groot, zoveel mensen.”

Quanzhou, waar hij nu woont, is heel anders. Een stad met zeven miljoen inwoners. “Klein, voor Chinese begrippen. En dat betekent dat daar bijna geen buitenlanders wonen, bijna geen witte mensen.” Dat heeft Thijs geweten. “Als je daar in het winkelcentrum loopt, wil iedereen met je op de foto. Dan worden ze heel verlegen. In het begin is dat raar, maar je wil die mensen natuurlijk niet teleurstellen. Je moet gewoon lekker normaal doen, laat ze maar lekker een fotootje maken. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren.”

Van Wouw naar de andere kant van de wereld. Om voetballes te geven op scholen. Het avontuur zou eigenlijk maar twee maanden duren. Eind augustus 2015 keerde hij dus terug in Nederland. “Niet met de intentie om terug te gaan naar China. Toen kreeg ik een telefoontje: de school was zo tevreden. Ze wilden dat ik terugkwam.”

Hij hoefde niet lang na te denken. “Ik heb daar een heel goed leven”, concludeert hij nu hij tussen de Nederlandse feestdagen en het Chinese Nieuwjaar terug is in Wouw. “Ik ben iedere dag bezig met wat ik leuk vind: voetballen.”

Ook in zijn vrije tijd geniet hij vol op. “Ik ga elke dag uit eten, heb in anderhalf jaar tijd nog nooit voor mezelf gekookt. Daarnaast ga ik vaak de stad in. Met vrienden gaan we zo’n twee keer per week naar een karaokebar. De eerste keer was dat bizar, allereerst omdat je die liedjes totaal niet kent, maar inmiddels kan ik al een paar Chinese klassiekers meezingen hoor”, lacht hij.

“Ik werk op twee scholen: een juniorschool, voor kinderen tussen twaalf en veertien jaar en een seniorschool, daar zijn ze tussen de vijftien en achttien. Ik geef zo’n twintig uur per week les: op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Elke dag een training of drie. Allemaal trainingen van 45 minuten”, schetst Thijs zijn werkweerk. “Ik doe dat in het Engels, een tolk vertaalt het naar het Chinees, al moet ik zeggen dat ik een paar Chinese voetbaltermen al wel beheers.” Daarnaast traint hij nog het schoolvoetbalteam, op zondag.

In Nederland trainde hij wat jeugdteams bij Cluzona en bij zaalvoetbalclub ZV Heerle. Maar dat is volgens Thijs totaal niet te vergelijken met de voetbaltrainingen in China. Het niveau, daar schrok hij wel een beetje van. “Het niveau is echt belabberd. Ons schoolvoetbalteam is twee keer het beste team van de stad geworden, maar laat ze tegen een Nederlands amateurteam als Cluzona spelen en ze worden weggetikt.” Hij wijt het aan een gebrek aan tactiek. “Die Chinezen willen wel, hoor. Ze zijn snel, sterk, hebben een goede conditie, maar dat is het wel. Tactisch zijn ze echt dom.”

Dat komt omdat China totaal geen voetbalcultuur heeft. “Het begint al bij de ouders. Die vinden dat kinderen beter kunnen gaan studeren. Ze zien voetbal als tijdverdrijf, iets waar ze niets aan hebben”, begint Thijs. “En trapveldjes, zoals wij die hebben, zie je daar ook niet.”

En juist dat wil de Chinese president Xi Jinping veranderen. Hij wil dat China een voetballand wordt en maakte van voetbal zelfs een staatsprioriteit. Zo wordt er met miljoenen gesmeten. Europese spelers worden met het grote geld richting China gelokt om de eigen competitie interessanter te maken. “Dat vinden die Chinezen prachtig hoor, dat topspelers als Carlos Tévez en Demba Ba hier in China komen spelen. Maar ze staan er niet bij stil wat dat betekent. Want eigenlijk staat het de doorstroming van Chinese spelers in de weg. Maar het maakt wel de competitie populairder: er komt meer volk op zo’n Europese speler af dan op een Chinese middenvelder.”

Op net zo’n salaris als die topspelers hoeft Thijs niet te rekenen. Al mag hij zeker niet klagen. "Ik krijg een riant salaris, zeker voor wat ik ervoor hoef te doen. En ik heb weinig kosten, dus kan veel sparen."

Daarnaast wordt er geïnvesteerd in de jeugdopleidingen in China. Sinds Thijs in 2015 in China zit, heeft hij vele buitenlandse jeugdtrainers zien volgen. “Dat is niet normaal. Ik zit zelf in een groepschat met andere buitenlandse trainers. Dat zijn er misschien wel vierhonderd. Spanje, Servië, Italië, overal komen ze vandaan. Dat is alleen maar goed, want de Chinezen zelf snappen niet veel van tactiek.” De Chinezen benaderen het voetbal zoals ze dat ook in het zakenleven doen: talent, kennis en kunde uit het buitenland halen om ervan te leren.

Thijs is daar het levende bewijs van. Hij noemt het dankbaar werk. “Je ziet dat de spelers echt beter worden. Je leert ze de basisbeginselen en je ziet dat ze met stappen vooruit gaan. Je hebt steeds minder coaching nodig. Dat is mooi om te zien.”

Hij ziet dat voetbal populairder wordt in China. “Het bedrijf waarvoor ik werk, Xiamen Junior Strong Sports, legt voetbalveldjes aan bij scholen. Echt elke week zie je er nieuwe veldjes bij komen. Hoe meer, hoe beter. Het voetbal is echt meer in opkomst. Dat proces is echt heel gaaf om van dichtbij mee te maken.”

Hoe lang zijn Chinese avontuur nog duurt, durft hij niet te zeggen. Een contract heeft hij niet. Hij vliegt 29 januari terug en ziet het dan wel. “Ik zit nergens aan vast. Als ik in Nederland iets leuks vind, kan ik zo terug. Maar de band met mijn baas is zo goed, dat ik het wel vertrouw. Als ik wil, kan ik daar nog jaren blijven werken.”

  1. Beslag op vijf auto's bij actie op camping in Schijf

    Beslag op vijf auto's bij actie op camping in Schijf

    SCHIJF - Een actie met groot vertoon op camping De Witte Plas in Schijf, dinsdag. Geen woord van onvrede echter over het gemeenschappelijke optreden van gemeente, politie, belastingdienst, GGD West-Brabant en vreemdelingenpolitie. Een van de beheerders noemt het zelfs ‘prima’ dat opnieuw een stevige controle is uitgevoerd. ,,Een Fort Oranje II is dit zeker niet’’, verzekert burgemeester Marjolein van der Meer Mohr van Rucphen. ,,Dat willen we niet en dat wordt het niet.’’