Volledig scherm

Gefascineerd door het geheim van de smid

ROOSENDAAL - Hele veldslagen zijn er mee uitgevochten: met goud ingelegde zwaarden. Hoe die versierselen op wapens gemaakt werden, is lang een mysterie gebleven voor de westerse wereld. Nu is er openheid. Meestergoudinlegger Alexandre uit Georgië geeft zijn geheimen prijs tijdens workshops.

Een hels kabaal weerklinkt uit het Centrum voor de Kunsten. Beroepssmeden uit Engeland, hoogleraren uit Antwerpen, de curator van het Rijksmuseum Amsterdam en hobbyisten uit Frankrijk en Nederland zijn bijeengekomen in Roosendaal om deel te nemen aan de workshop goud inleggen.



De op maat gemaakte beitels worden op het harde staal gezet, waarna er met hamers op wordt geslagen. Hierdoor ontstaan kleine groeven. Daar wordt in het tweede deel van de workshop het goud ingelegd.



Meestergoudinlegger Alexandre Agdgomelashvili uit Georgië geeft drie dagen les. Hij is op verzoek van zijn Roosendaalse landgenoot, meesterrestaurateur Gotscha Lagidse, naar Roosendaal gekomen om deze workshop te geven. Via dit platform wil hij zijn eeuwenoude vaderlandse technieken delen.



In de negen jaar dat Alexandre het goudambacht nu beoefent, heeft hij een eigen oplegtechniek ontwikkeld die is afgeleid van de eeuwenoude methoden die in Georgië werden gebruikt. Alexandre hanteert zijn eigen methode voor de workshops.



Hij is blij met het platform dat hij krijgt om deze technieken te delen: "In Georgië is de techniek lang geleden ontstaan. De eerste smeden kwamen er ook vandaan. Ik ben trots dat ik mijn vaderlandse kennis en cultuur kan delen", legt Alexandre uit.



Hij maakt zich intussen op voor het tweede onderdeel van de workshop. Met behulp van een schrijfbord legt hij het internationale cursistenteam uit hoe ze het zilver (goud was te duur om te gebruiken voor de workshop) in de kleine groeven kunnen krijgen. Daarbij legt hij de nadruk op het opleggen van het Georgische embleem dat als voorbeeld wordt gebruikt.



Alexandre laat zelf nog even zien hoe het moet en maakt minuscule krassen op het staal. Met het blote oog zijn ze niet zichtbaar, maar volgens meesterrestaurateur Gotscha is dit een essentieel onderdeel. "De kleine krassen houden het zilver vast. Je ziet geen beschadigingen, maar zo blijft het zilver wel zitten. Dat was ontzettend belangrijk toen er nog met zwaarden werd gevochten. Het zou immers zonde zijn als al het goud of zilver van je mooi gedecoreerde wapen er na één klap afvalt."



Gotscha heeft zijn zelfgemaakte Perzische en Georgische wapens meegenomen om te laten zien wat er met deze oplegtechnieken gerealiseerd kan worden. De wapens zijn gedecoreerd met oeroude tekens en emblemen uit verschillende culturen. De wapens maakt hij zelf, maar het goud laat hij opleggen door zijn collega Alexandre. Gotscha werkt momenteel aan zijn Tsolauri: een Georgische sabel die voor het eerst is gemaakt in het jaar 1890.



De sabel bestaat uit verschillende lagen staal, een ivoren knop (uiteinde van de sabel) en een met goud bedekte greep. Het wapen valt op door een Georgiaans gedicht dat met goud op het wapen is aangebracht. "Het gedicht vertelt het leven van de sabel", vertelt Gotscha trots. "Zo'n gedicht is voor elke sabel anders. Op dit zwaard staat geschreven dat het machtig en onverwoestbaar is. Dat de persoon die het zwaard hanteert zich geen zorgen hoeft te maken, omdat het zwaard iedereen kan verslaan. Hij is enig in zijn soort, evenals zijn drager", lacht Gotscha.



Ook de cursisten zijn onder de indruk van de stalen slagwapens. Beide Georgiërs geven tekst en uitleg over de smeedwijze van de wapens en hoe het goud daarop is aangebracht.



Met dit verhaal weten ze ook meestersmid Seerp Visser onder de indruk te krijgen. De ex-docent aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen is voor het eerst ooggetuige van de werkmethode van Alexandre. "De Britse koningin gaf twee eeuwen geleden de opdracht om deze techniek te ontrafelen: tevergeefs. Nu zie ik met eigen ogen hoe Alexandre de mooiste vormen op antieke slagwapens aanbrengt. Het ziet er gemakkelijk uit, maar het is ontzettend moeilijk. Het is magistraal wat die man kan."



De workshop duurde bij elkaar zes uur. "Dat is veel te kort om elke fase uit te leggen aan de hobbyisten", legt Gotscha uit.



"Deze smeden kennen nu wel de basistechnieken, weten welk materiaal er nodig is en weten hoe het goud op de wapens wordt gelegd. Ze kunnen zelf oefenen om de techniek onder controle te krijgen."



De geheimen zijn gedeeld, maar Alexandre is nog niet klaar met onthullen. Hij hoopt in de toekomst zijn kennis nog verder te verspreiden. "Wij zijn blij dat er zoveel belangstelling is voor deze techniek. Het is een oud ambacht dat nog veel mensen fascineert. Ik ga zeker meer workshops geven. Ik hoop dit jaar nog eens terug te mogen komen in Roosendaal." Geboeid kijken de cursisten toe hoe Alexandre Agdgomelashvili versieringen met edelmetaal aanbrengt. Omdat goud te duur is om te gebruiken tijdens de workshops, wordt er met zilver gewerkt. 'Het is magistraal wat die man kan', weet een van de cursisten. foto's André Kies

Volledig scherm
Meesterrestaurateur Gotscha Lagidse en meestergoudinlegger Alexandre Agdgomelashvili met een Georgische sabel. ;Meesterrestaurateur Gotscha Lagidse en meestergoudinlegger Alexandre Agdgomelashvili met een Georgische sabel. ;Meesterrestaurateur Gotscha Lagidse en meestergoudinlegger Alexandre Agdgomelashvili met een Georgische sabel. ;Meesterrestaurateur Gotscha Lagidse en meestergoudinlegger Alexandre Agdgomelashvili met een Georgische sabel.
Volledig scherm
  1. Missionaris Jan van Aert (84) uit Huijbergen is een beroemdheid in Taiwan
    PREMIUM
    Interview

    Missiona­ris Jan van Aert (84) uit Huijbergen is een beroemd­heid in Taiwan

    HUIJBERGEN - Aan de thee in het broederhuis van Huijbergen schiet Jan van Aert (84) vol. Na een verblijf van 57 jaar op Taiwanese bodem is de laatste Nederlandse lazarist weer thuis. Maar wat is thuis als je zo lang weg was van je geboortegrond? Jan heeft het er zichtbaar moeilijk mee. Dankbaarheid en heimwee vechten om voorrang. ,,Na al die jaren voelt hij zich meer Chinees dan Nederlander. Zijn hart ligt in Taiwan.”