Volledig scherm
Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie) op het Binnenhof. © ANP

Snoeiharde kritiek op ministers over beleid na moord Els Borst

Minister Grapperhaus (Justitie) maakt te weinig vaart met het verbeteren van het beleid rond het afnemen van dna van veroordeelden.

Met die harde kritiek komt Rein Jan Hoekstra, die onderzoek deed naar de fouten die werden gemaakt rond de moord op oud-minister Els Borst. In een tussenrapportage stelt hij dat er te weinig met zijn eerste rapport wordt gedaan, schrijft hij aan ministers Ferd Grapperhaus en Hugo de Jonge (Zorg). 

Het kabinet beloofde beleid aan te passen, maar Hoekstra ziet nog geen resultaten. ,,Mij is niet gebleken dat realisering van voornemens zeer urgent is. Termijnen kennen vaak slechts een globale aanduiding en (…) termijnen worden regelmatig overschreden’’, schrijft Hoekstra.

Voor de opvang van verwarde personen zou nog geen sluitende aanpak zijn. ,,En is vooralsnog niet in zicht'', aldus Hoekstra.

Dna

Ook is er nog steeds onduidelijkheid rond de afname van dna van veroordeelden, zodat zij soms ten onrechte niet in de dna-databank komen. Dit probleem speelde ook rond de moordenaar van Els Borst: bij hem werd na een veroordeling geen dna afgenomen, anders was hij wellicht eerder opgespoord.

Bovendien bleek in die zaak al dat het Openbaar Ministerie meerdere kansen onbenut had gelaten om deze Bart van U. op te nemen of gevangen te zetten. Er was informatie dat hij aan ernstige psychiatrische problemen leed, maar informatie tussen instanties werd niet gedeeld. Hoekstra ziet ook op dat punt geen verbetering: ,,Een sluitende aanpak ontbreekt en is vooralsnog niet in zicht.''

Hij zegt dat er 'wederom' meerdere 'langdurige vertragingen' worden genoemd in de brieven van de ministers. ,,Termijnen behoren precies te worden vastgelegd en niet globaal, zoals 'eind dit jaar' of 2019 waar eerder 2018 het vaste voornemen was.''

Cijfers

Pijnlijk is dat Hoekstra bijvoorbeeld vaststelt dat niemand bij de overheid precies weet hoe vaak er jaarlijks dna wordt afgenomen van veroordeelden of verdachten. Het OM, de politie en het NFI komen volgens hem met wisselende aantallen. 

Hoekstra toont zich ook bezorgd dat van duizenden veroordeelden geen dna in de databanken terecht is gekomen, terwijl zij in de cel zijn geweest. Volgens de wet kan er dna worden afgenomen als zij voor het eerst in de cel worden vastgezet, maar dat wordt volgens Hoekstra vaak nagelaten. Hoekstra zegt dat hij daarover 'verbaasd' is en noemt het 'opmerkelijk' dat hiervoor 'op managementniveau geen aandacht is'.  

Hij ziet ook wel verbeteringen. Zo is de tijd die zit tussen het bevel om dna op te laten nemen en de daadwerkelijke afname veel korter geworden. Die zogenoemde doorlooptijd is gehalveerd.

Overigens studeert Grapperhaus nog op de vraag of al niet eerder dna moet worden afgenomen, bijvoorbeeld als iemand alleen nog verdachte is. Nu gebeurt dat maar in een beperkt aantal zaken, waardoor veel profielen ontbreken omdat veroordeelden later niet komen opdagen.

Hoekstra komt later dit jaar nog met een eindrapport, maar deze tussenrapportage geldt alvast als een waarschuwing aan het kabinet.