Volledig scherm
Voorzitter van de commissie die het experiment met door de staat gekweekte cannabis voorbereidt, prof. dr. André Knottnerus. © ANP

Kwart gemeenten met coffeeshop wil meedoen aan wietproef

In totaal hebben 26 gemeenten zich aangemeld voor het landelijke experiment met gereguleerde wietteelt. Dat heeft minister Bruno Bruins (Medische Zorg en Sport) vanmorgen bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. 

Dat is een kwart van de gemeenten die een coffeeshop hebben. Afgelopen maandag sloot de inschrijving voor burgemeesters om hun gemeenten aan te melden voor de proef met staatswiet, waarbij in principe vier jaar legaal geteelde wiet via coffeeshops verkocht zal worden. Het experiment komt voort uit het coalitieakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Opvallend: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ontbreken, omdat de opzet van de proef hen niet aanstaat. Ze maken bijvoorbeeld bezwaar tegen de eis dat alle coffeeshops in de gemeente moeten deelnemen aan de proef. Steden als Breda en Tilburg hebben zich wel aangemeld.

Selectie

In het regeerakkoord staat echter dat de proef met staatswiet wordt uitgevoerd in zes tot tien gemeenten. Een onafhankelijke commissie - onder leiding van professor André Knottnerus - gaat bekijken welke gemeenten daadwerkelijk mee zullen gaan doen. Dat moet deze zomer bekend worden gemaakt. Het duurt dan nog wel een jaar of twee voor de legaal geteelde wiet in de coffeeshops ligt.

Aanjager van het experiment in de Tweede Kamer, D66-Kamer Vera Bergkamp, is blij met de animo:

Kritiek

Er is veel kritiek op de opzet van de wietproef. Zo zou de proef te kleinschalig zijn om tot bruikbare resultaten te kunnen leiden, oordeelden onder meer adviesorgaan Raad van State én de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Die vreesde dat zelfs te weinig gemeenten zich zullen melden, ook omdat alle shops in de geselecteerde stad dan móeten meedoen. Reden voor onder anderen Rotterdam en Amsterdam om af te zien van deelname.

Telers moeten aantonen dat ze minstens tien soorten wiet kunnen telen en leveren. Tegelijkertijd vrezen de grensgemeenten problemen omdat volgens het ‘ingezetenencriterium’ coffeeshops niet meer aan Belgen of Duitsers mogen verkopen. Die zouden dan weer overstappen op illegale aanbieders. 

Weer een ander punt van zorg is de periode ná de proef, waarbij coffeeshops dus weer moeten overstappen op illegale leveranciers. Dit maakt het volgens critici onaantrekkelijk om mee te doen.