Volledig scherm
Het Marineterrein © Eva Plevier

Defensie blijft op Amsterdams Marineterrein

Defensie vertrekt niet van het Marineterrein. Met Amsterdam is overeengekomen dat de eerder afspraken voor een vertrek worden gewijzigd. Defensie zegt ‘zichtbaar’ aanwezig te willen blijven in de stad in verband met ‘de veranderende veiligheidssituatie’. Dat schrijft het college in een brief aan de gemeenteraad.

Quote

In 2013 liepen er nog geen militairen in de straten van Brussel en Parijs

De gang van zaken is zeer teleurstellend voor de gemeente, die grote plannen had met de ontwikkeling van het terrein waar de Koninklijke Marine en andere defensieonderdelen al 360 jaar zit. De stad heeft er innoverende bedrijven, recreatiegebied en woningen gepland. Een woordvoerder van wethouder Udo Kock wil geen reactie geven over de gang van zaken.

Jarenlang ontruimde Defensie stapsgewijs het Marineterrein, maar pal voor 1 juli, de afgesproken vertrekdatum, gaf de krijgsmacht aan zich te hebben bedacht. Volgens de gemeente kwam Defensie op 19 juni met dat bericht. Het ministerie zette ineens in op behoud van de helft van het terrein.

Na de mededeling van Defensie zijn er gesprekken geweest tussen het ministerie en de gemeente die hebben er dus toe hebben geleid dat de Koninklijke Marine meer terrein behoudt. Hoeveel ruimte Defensie uiteindelijk op het Marineterrein krijgt, is nog onderwerp van overleg. Wel wordt er volgens een verklaring van het ministerie gekeken naar gebouwen die zowel door de krijgsmacht als het publiek gebruikt kunnen worden. ,,Gedacht wordt aan de sportlocatie en mogelijk het evenementengebouw.”

Redenen

Minister Ank Bijleveld van Defensie zegt in een verklaring dat er ‘dwingende redenen’ zijn om een groter deel van het complex te behouden. Volgens haar is het belangrijk zichtbaar te blijven in de hoofdstad en is de kazerne ‘een belangrijke locatie’ als het gaat om werving van nieuwe militairen. ,,Het Marineterrein is strategisch gelegen in de hoofdstad en met de helikopterlandingsplaats belangrijk voor de openbare orde en de nationale en internationale veiligheid.”

Het gebruik van die huidige helikopterlandingsplek wordt wel ‘zo snel mogelijk afgebouwd’ omdat de vliegende helikopters het gebruik van het terrein belemmeren. Op het terrein moet op een andere, veilige plek een nieuwe landingsplaats komen.

Afspraak

Het besluit om het Marineterrein te verlaten en te verkopen stamt uit 2011, toen Defensie 1 miljard euro moest bezuinigen. In 2013 werd een overeenkomst gesloten: het rijk zou het terrein stap voor stap verlaten en de grond zou een openbare functie voor de stad krijgen.

Het besluit om toch een deel van het Marineterrein te behouden, past in de Defensienota die Bijleveld en staatssecretaris Barbara Visser eind maart presenteerden. Daarin stelden de bewindsvrouwen dat een aantal te sluiten defensielocaties toch open zouden blijven: vijf kazernes en een munitiecomplex. Andere locaties waren toen nog in onderzoek.

De ontwikkeling van de door Defensie verlaten delen van het Marineterrein is al begonnen. Op de 12,7 hectare rijksgrond zijn al 360 jaar verscheidene onderdelen van Defensie gevestigd. Als permanente gebruiker zou alleen een wervingsafdeling op het terrein terugkeren.