Perrongeluk: belangrijker dan een saucijzenbroodje

Het is al wat later op de avond, als een oudere man ietwat verloren in de stationshal staat. Het is nagenoeg uitgestorven en hij zoekt duidelijk iemand die hem kan helpen. Al snel besluit hij zijn prangende vraag aan mij te stellen. 

Een vrij specifieke vraag over de bussen, waar ik het antwoord niet op weet. De OV Servicewinkel is op dit tijdstip al gesloten, ik raad hem aan de volgende dag terug te komen of het eventueel aan een buschauffeur te vragen. ,,Komt goed, ik hoef het pas overmorgen te weten. Tijd zat", vertelt hij. Hij kijkt vertwijfeld en verdrietig op een a4'tje. Deze houdt hij met al zijn kracht vast, zijn handen trillen.

Het is een kwestie van het luikje openen, lijkt het; de man wil zich uiten, maar wacht op een aanleiding. ,,Waar gaat u overmorgen met de bus heen?", vraag ik daarom zo luchtig mogelijk. ,,Mijn broer is een paar dagen geleden overleden. Plotseling. Hij was vijf jaar jonger dan ik", vertelt hij. ,,Het is zo raar. De laatste keer dat ik hem zag ging het juist zo goed." Hij laat een stilte vallen, haalt zijn schouders even op. ,,Ik kreeg deze brief met het adres van de crematie en van de receptie. Ik ken denk ik niemand, op de mensen na die ik niet hoef te zien. Met mijn broer had ik nauwelijks contact, toch komt het nogal binnen bij me", zegt hij met een snik in zijn stem. ,,Alles in me zegt dat ik niet moet gaan, maar ik moet wel hè?"

Op bescheiden afstand staat een jongen geduldig, maar met gespitste oren te wachten. Als de man hem ziet staan, staakt hij in paniek het gesprek en loopt gehaast weg. De jongen kijkt hem na. ,,Ik ving een flard van jullie gesprek op en vond dat mijn saucijzenbroodje wel even kon wachten", toont hij zich begripvol.

Volledig scherm
© EDWIN WIEKENS

Blogs