Volledig scherm
Honorair consul van Birma, Herman Stevens, beantwoordt vragen van de­monstranten voor het consulaat van Birma in Breda. foto Ron Magielse/ het fotoburo

'Stoppen? Om de verdommenis niet'

Maandag 1 oktober 2007 - BREDA - Op de doorgaans zo rustige Overaseweg, diep weggestopt in het Bredase Mastbos, kijkt een bewoner zijn ogen uit. Tientallen, met spandoeken bewapende demonstanten, nemen bezit van het straatje, op weg naar nummer 96. Het optrekje van Herman Stevens, honorair-consul van Myanmar, het vroegere Birma.

Die staat al een tijdje buiten in zijn voortuin te wachten, ogenschijnlijk vrolijk keuvelend met twee agenten die een oogje in het zeil houden. De sfeer is ontspannen, oude bekenden worden vriendelijk begroet. Ook door Stevens die plotseling een wat oudere man in de menigte ontwaardt. „Frits Koster, wat leuk je te zien!”

Diens reactie is al even enthousiast. Koster blijkt een voormalig boeddistische monnik die jarenlang in kloosters in Birma en Thailand woonde, totdat hij verliefd werd en uittrad. Dat was twee jaar voor de bloedige militaire coup in 1988 in Birma.

In de jaren negentig bezocht hij het land nog een paar keer. „De mensen waren er altijd angstig. Als je met ze over politiek praatte, zag je hun ogen schichtig heen en weer gaan. Bang dat er iemand meeluisterde.”

Ondertussen sluiten betogers die ‘s ochtend nog in Amsterdam hebben gedemonstreerd, zich bij de menigte aan die gegroeid is tot ruim honderd demonstranten. Onder hen ook een handjevol gevluchte Birmanen met hun gezinnen.

Stevens die als zakenman jarenlang in Birma actief was en de taal goed spreekt, begroet hen in hun moedertaal. Maar de respons is dit keer terughoudend. Niks geen praatje met de consul, inplaats daarvan zoeken de Birmanen hun landgenoten op. Om te mediteren, her en der klinkt een brommend gezang.

De organisatie, in handen van de Jonge Socialisten binnen de PvdA, besluit met een een klein gezelschap zich met Stevens terug te trekken. Terwijl het zachtjes begint te regenen, volgt onder een parasol in de tuin van de consul ‘topoverleg’ aan het teakhouten tuinsetje.

Maar dat levert niet zoveel concreets op, blijkt twintig minuten later als jong socialiste Zita Schellekens de megafoon pakt om de menigte verslag te doen van het beraad. Ja, ook de consul betreurt de gang van zaken in Myanmar, heet het. En hij wil ook nog wel de Nederlandse importeurs van teakhout uit Birma proberen ervan te overtuigen hun hout voortaan uit andere landen te halen, maar daar blijft het bij.

De teleurstelling bij de betogers is groot en de demonstratie die tot dan toe het karakter van een reünie heeft, wordt even grimmiger. Een omstander grijpt de megafoon en roept Stevens op op te stappen als consul. „U vertegenwoordigt de regering. Stop met dit consulaat. Laat zien dat u voor de bevolking staat!”

Maar Stevens geeft geen krimp. Stoppen? Om de verdommenis niet. Als ik stop is hier niemand meer die kan proberen de machthebbers in Birma een andere koers in te zetten.”

De menigte blijkt niet onder de indruk. „U woont hier in luxe, hoeveel verdient u eigenlijk als consul van deze regering”, schreeuwt iemand. Stevens blijft stoicijns: „Ik vind uw vraag ongepast.”

De politie die tot dan toe de betoging van een afstandje heeft gevolgd en de straat heeft afgezet, maant de organisatie een eind aan de demonstratie te maken.

Maar niet voordat een Birmaan Stevens in gebrekkig Engels nog heeft toegebeten op te houden nog langer visa te verstrekken aan toeristen die het land bezoeken. Dat geld vloeit immer direct in de portemonnee van de machthebbers.

Dat ziet u verkeert, probeert Stevens. ,,Iedere toerist komt als een ambassadeur van Birma terug in Nederland. Dat moeten we juist in stand houden.” De Birmaan lacht cynisch. „Ambassadeur? Wat zien die toeristen dan? Toch zeker alleen dancing girls.”

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement