Volledig scherm
De 'dikke' (Oliver Hardy) en de 'dunne' (Stan Laurel): de een wordt makkelijker dik dan de ander.

Ons perfecte prehistorische lijf

Anton Scheunink, hoogleraar neuro-endocrinologie van de Rijksuniversiteit Groningen, probeert er achter te komen waarom de ene mens beweeglijk is en de ander niet. Waarom de een sus dikker wordt dan de ander.

Anton Scheurink werkt staand aan een hoge werktafel.

De neuro- endocrinoloog, die de menselijke energiebalans onderzoekt en speciaal geïnteresseerd is in anorexia, zit nooit uren achtereen op zijn bureaustoel. Tevreden: "Het werkt echt lekker en je verbruikt ook nog eens 2,5 keer zoveel energie als je staan afwisselt met zitten."



De hoogleraar doet onderzoek naar de werking van hormonen in de hersenen bij dik worden en afvallen. Ook onderzoekt hij de zogenoemde beloningsystemen in de hersenen, waardoor we overeten of juist gaan hongeren. "We eten net zoveel calorieën als vijftig jaar geleden", zegt Scheurink. " We bewegen alleen veel te weinig. En dan kun je wel zeggen dat iemand moet gaan sporten, maar niet iedereen houdt dat vol. Sommige mensen zijn nu eenmaal beweeglijk en anderen niet."



Het fascinerende is dat we onze sportieve inspanningen compenseren. Wie de ene dag veel sport, zal de andere dag onbewust minder bewegen. De sleutel van het raadsel is de NEAT-activiteit, de Non-Exercise Activity Thermogenesis. NEAT zit onder meer in traplopen, even naar een collega wandelen in plaats van bellen of met de hand afwassen. NEAT is alle onbewuste laagactieve fysieke inspanning, is persoonsgebonden en wordt gestuurd door de hersenen.



De ene mens doet er meer aan dan de ander. Wie zijn maximum heeft bereikt door bijvoorbeeld een avondje tennis, zal de volgende dag automatisch lui worden om het sporten van de dag ervoor te compenseren. Onze individuele NEAT-meter zorgt er voor dat de een dik wordt en de ander niet.



Scheurink: "Mensen die willen afvallen, krijgen vaak de tip te gaan sporten. Maar zo gemakkelijk is het niet." Scheurink probeert nu in kaart te brengen of mensen hun NEAT-activiteit puur op basis van inzicht omhoog kunnen krijgen.



Van de afdeling Neuro-endocrinologie van de Rijksuniversiteit Groningen kregen 28 proefpersonen die onder begeleiding proberen af te vallen, een PAM-meter, een soort luxe stappenteller. Die meet de hoge, lage en middenactiviteit. De helft van de deelnemers kreeg uitleg over het belang van NEAT. Scheurink: "We zeiden: Als jij gaat sporten, word je daarna waarschijnlijk inactief. Pas daarvoor op en probeer de trap te nemen, vaker te lopen of te staan." De vraag is nu of die proefpersonen, in vergelijking met de onwetenden, hun NEAT kunnen opkrikken.



Anorexia is de meest dodelijke psychische ziekte onder jonge vrouwen, obesitas is een groeiend probleem. Maar in feite werkt ons lijf perfect, zegt Scheurink. Het is alleen lastig dat we nog steeds zijn ingesteld op de prehistorie, toen we in magere tijden moesten jagen en uitbuikten als er voldoende voedsel was. In de oertijd konden we alleen overleven als we voedsel efficiënt in vet konden opslaan. In 'dikke tijden' worden we inactief, zodat we energie over hebben als de nood aan de man komt. Scheurink: "In die zin werkt de evolutiedruk averechts. We kennen geen magere tijden meer. Dat maakt afvallen moeilijk."



Door diezelfde evolutiedruk worden anorexiapatiënten bovendien hyperactief, waardoor ze nog meer gewicht verliezen. Onze hersenen zijn door de evolutie overgevoelig voor overeten en voor lijnen, zegt de hoogleraar. In het geval van anorexiapatiënten begint het patroon met een dieet. Dat resulteert in te veel afvallen, waardoor patiënten tot in het extreme gaan bewegen. "Eigenlijk een heel natuurlijk proces", vindt Scheurink. "Je ziet het ook gebeuren bij de aboriginals in Australië. Die worden in tijden van schaarste erg mager en leggen enorme afstanden af om aan voedsel te komen."



Bij anorexiapatiënten gebeurt er iets heel speciaals. Voor hen is lijnen en sporten in het begin lonend omdat er dopamine vrijkomt in de hersenen, waardoor ze zich prettig gaan voelen. Maar wie te lang te weinig eet, wordt geregeerd door noradrenaline in de hersenen. Dat zorgt ervoor dat je alert wordt en driftig op zoek gaat naar voedsel. Juist die combinatie van noradrenaline en dopamine zorgt er volgens Scheurink voor dat lijnen verslavend wordt.



Anorexiapatiënten komen daardoor in een vicieuze cirkel terecht. Hun basisconditie verslechtert, waardoor ze nog ernstiger gaan lijnen omdat ze zich alleen op die manier beter gaan voelen.



Anorexia is een onbegrepen ziekte, stelt Scheurink. Voordat hij in Groningen werd aangesteld, deed hij neurobiologisch anorexia-onderzoek bij het Karolinska Instituut in Stockholm. De Nederlandse wetenschappelijke wereld moet tot nog toe weinig hebben van de Zweedse methode. In feite is anorexia een verslaving, zegt Scheurink, die nog altijd nauw samenwerkt met het Karolinska Instituut. "De reflexen zijn hetzelfde als bij een heroïneverslaafde. Je lijdt, stresst en grijpt terug op je verslaving om je goed te voelen."

Volledig scherm
Anton Scheurink staand aan zijn hoge werktafel, met naast zich een medewerkster. foto GPD