Volledig scherm
Rotterdamse haven. Foto: ANP

OESO somber over Nederlandse export

PARIJS – De Nederlandse economie draait voor een belangrijk deel op de exportmotor, maar dat is vooral te danken aan de rol van de Rotterdamse haven.

Als de 'her-export' van vooral Chinese producten via Rotterdam buiten beschouwing wordt gelaten, presteert Nederland slecht. Dat zegt de OESO, een organisatie van rijke landen, in een woensdag gepubliceerd rapport.

Afname

De Nederlandse industrie heeft de afgelopen twee decennia haar export met 20 procent zien slinken. "Dat is vergelijkbaar met Frankrijk, en maar iets beter dan Italië", aldus Jens Hoj, hoofdeconoom bij de in Parijs gevestigde organisatie, en een van de auteurs van het rapport.

Financiële prikkels

Een laag rendement van investeringen in r&d (onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe producten) is voor de OESO een van de oorzaken. De opstellers van het rapport menen dat één belangrijk element ontbreekt in het streven naar een kenniseconomie: de financiële prikkel voor wetenschappers.

"Aan universiteiten verbonden onderzoekers werken niet samen met bedrijven bij de ontwikkeling van producten, omdat het octrooi eigendom blijft van de universiteit," zegt Hoj. "In Amerika krijgen universiteiten maar 20 procent van het octrooi. De rest gaat naar de onderzoeker."

Productiekosten

Door de achterblijvende innovatie zijn de productiekosten de afgelopen jaar met bijna 50 procent gestegen, meer dan in Frankrijk en ruim twee keer meer dan in Duitsland.

Dat maakt Nederlandse producten te duur voor sneller groeiende opkomende markten, zoals China. Van de 4.000 containers die dagelijks uit China in de haven van Rotterdam aankomen, zijn er gemiddeld 40 leeg. Als die containers terug gaan naar China, zijn er 1600 leeg. De Duitse industrie, daarentegen, is er veel beter in geslaagd exportmarkten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika aan te boren.

IJsland

De OESO signaleert ook andere obstakels. Slechts 18 procent van de studenten komt met een diploma in een exact vak van de universiteit, na IJsland het laagste cijfer in de geïndustrialiseerde wereld. Hoj voorziet een groeiend tekort aan hooggeschoolde werknemers, naarmate meer 'babyboomers' met pensioen gaan. Nu reeds ervaren buitenlandse investeerders in Nederland dat tekort als een groot probleem in Nederland.

"De ironie wil dat die hooggekwalificeerde werknemers wel bestaan in Nederland," zegt Hoj. "Maar ze gaan vroegtijdig naar huis om een maaltijd voor hun man te bereiden."

Conclusies van OESO:

- De Nederlandse economie zal in het tweede helft van dit jaar waarschijnlijk slechts langzaam herstellen. Hierdoor loopt de werkloosheid op korte termijn verder op.

- De OESO rekent op een krimp van de Nederlandse economie in 2012 van 0,6 procent. In 2013 zal de Nederlandse economie waarschijnlijk licht groeien, met 0,7 procent. Het werkloosheidspercentage loopt volgens de OESO dit jaar op tot 5,3 procent en volgend jaar tot 5,7 procent.

- De sterkte van de economische groei in de tweede jaarhelft hangt af van de kracht van het herstel van de wereldhandel. Consumentenuitgaven blijven naar verwachting laag zolang onzekerheid over pensioenen, huizenprijzen en de Europese schuldencrisis aanhoudt.

- De overheidsbegroting moet volgens de OESO voldoen aan de Europese begrotingsregels, om te zorgen dat het vertrouwen in de Nederlandse economie standhoudt. Als er sprake is van een ernstige economische neergang, moet er echter voorzichtig worden omgesprongen met verdere bezuinigingen omdat dit economisch herstel in de weg kan zitten.

- Op de middellange termijn is het onder controle krijgen van de hoge uitgaven aan de volksgezondheid volgens het rapport de sleutel tot een houdbare begroting. Andere aandachtspunten zijn volgens de OESO het voorbereiden van Nederlandse bedrijven op de uitdagingen van globalisering en het aanpassen van de arbeidsmarkt aan een oudere en krimpende beroepsbevolking.