Volledig scherm

De aardappel als recept tegen honger

Zó bijzonder vinden we hem in Nederland eigenlijk niet. Beetje ouderwets zelfs, die goeie ouwe aardappel. De Hollandse maaltijd waarmee de babyboomgeneratie nog werd grootgebracht, verse aardappels, vlees en groente, komt niet meer dagelijks op tafel. Verwerkt lusten we hem wel nog steeds erg graag. Als friet bijvoorbeeld, of chips.



Maar de aardappel is wel degelijk bijzonder. Volgens de Verenigde Naties, die 2008 hebben uitgeroepen tot Jaar van de Aardappel, moet het gewas een 'belangrijke component zijn in elke strategie om armen en hongerigen te voeden'. Want de aardappel is een ideaal gewas voor veel ontwikkelingslanden, zo zullen de VN vandaag tijdens Wereldvoedseldag nog eens benadrukken.



De aardappel verbruikt minder land, groeit sneller en is meer klimaatbestendig dan de meeste andere gewassen. Bovendien is 85 procent van de plant eetbaar, tegenover 55 procent bij granen.



De aardappel is bezig met een wereldwijde opmars. Volgens aardappeldeskundige Anton Haverkort aan de Wageningen Universiteit, is sinds vorig jaar het areaal aardappels voor het eerst groter in ontwikkelingslanden dan in ontwikkelde landen. China is de grootste producent. De vraag is de laatste tientallen jaren ook sterk gegroeid, door grootverbruikers als hamburgergigant McDonalds.



Een van de voordelen van de aardappel: het gewas kan een gat vullen tussen rijstoogsten. "Het heeft een niche gevonden. Na twee rijstoogsten kan in de winter aardappel geteeld worden. Je hebt er ook vlug profijt van. De plant maakt knolletjes aan die je al snel kunt gebruiken. Om zelf op te eten of te verkopen. Bij graan moet je maanden wachten totdat je eens kunt oogsten. Daar kan dus veel meer mis gaan."



De aardappel is ook nog eens gezond, het is een vitamine C-bommetje. Maar het is niet allemaal hosanna. Het grootste probleem vormt dé aardappelziekte phytophthora.



Besmetting voorkomen betekent veel spuiten. En dat is kostbaar en niet goed voor het milieu. De Wageningen Universiteit werkt aan een oplossing, door genetische modificatie.



Ook kan het pootgoed in ontwikkelingslanden voor moeilijkheden zorgen. Want het gewas wordt klonaal vermeerderd, zoals gebeurt met stekjes. Dat betekent, legt Haverkort uit, dat als een knol ziek is, al zijn nakomelingen dat ook zijn. "In Nederland zijn de omstandigheden om pootgoed te kweken ideaal. De wind komt meestal van zee, zodat er weinig ziektes aanwaaien. Ook is het hier koel, zodat we minder last hebben van luizen die ziektes overbrengen. Nederland exporteert niet voor niets 700.000 ton aardappelen, meer dan alle andere landen samen."



De aardappel groeit ook niet zomaar overal. De plant heeft een vorstvrije en warmtevrije omgeving nodig. Dat betekent temperaturen tussen de 5 en maximaal 30 graden. Rond de evenaar zal de plant dus niet gedijen. In droge gebieden kan hij vaak wel uit de voeten omdat hij zijn eigen water draagt. Een graankorrel verdort, de aardappel houdt langer vol. Ook dat heeft weer wel een nadeel: aardappels bewaren is lastig.



Voor je het weet, kiemt hij en na driekwart jaar kun je hem echt weggooien.



Max Merbis van de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening (SOW-VU) gelooft ook in de potentie van de aardappel en denkt dat het gewas veel beter kan worden benut en technisch ontwikkeld waardoor het wereldwijd meer van de in totaal 7 miljard monden zou kunnen voeden.



"Je kunt zo'n aardappel dusdanig aanpassen en ontwikkelen dat-ie op veel meer gronden goed zijn werk kan doen" , zegt Merbis.



Maar dan moeten er wel vele obstakels worden overwonnen. Een Jaar van de Aardappel uitroepen is niet voldoende.



"Het is geen wondermiddel. We moeten oppassen dat de aardappel niet in een van de valkuilen uit het verleden valt. Er zijn zoveel voorbeelden van Westerse methodes waarvan werd voorspeld dat die heilzaam zouden zijn voor Afrika, maar die zijn mislukt omdat die niet werden aangepast aan de Afrikaanse realiteit. In Afrika zijn grote verschillen tussen bodemsamenstellingen en er is maar relatief weinig hoogvlakte, waar de aardappel in de tropen het beste gedijt. Er zal ook veel gebruik moeten worden gemaakt van de kennis ter plekke. Ik verwacht niet dat de resultaten spectaculair zullen zijn. Je zult ervoor moeten zorgen dat het goed past bij en vooral krachtig wordt aangestuurd door een bredere economische ontwikkeling. Als geïsoleerd landbouwproject gaat het zeker niet lukken, omdat er ook een markt moet zijn en toegang tot die markt."



Ondanks de mogelijke problemen ziet Haverkort de aardappel alleen maar succesvoller worden. "In China zijn gebieden waar de aardappel nu het belangrijkste gewas is. Streken zijn er geheel afhankelijk van. Als we phytophthora weten te bestrijden en het pootgoedsysteem verbeteren, liggen er grote kansen. De aardappel is nu al het derde gewas ter wereld als het gaat om voeding voor mensen, maar daar kan nog een sprong gemaakt worden."



Hoe geweldig de aardappel ook is, hij kan nog veel meer soelaas bieden. Boeren moeten er meer mee aan de slag kunnen. Haverkort: "Een boer moet flink investeren in pootgoed en ook geld steken in kunstmest om een goede opbrengst te krijgen. Maar als die boer in arme landen door een onzekere politieke situatie niet weet of hij nog kunstmest krijgt als hij pootgoed heeft besteld of niet weet of zijn geld over enkele maanden nog evenveel waard is, zal hij niet snel geneigd zijn dat te doen.

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement