Volledig scherm
Energiecentrale EON op de Maasvlakte. © ANP

Te gejaagd streven we onze klimaatdoelen na

GASTOPINIEHet huidige energiebeleid is niet doordacht, hypocriet, leidt tot kapitaalvernietiging en kost miljarden aan gemeenschapsgeld. Een analyse voor de langere termijn.

door Wim Nolens

Met veel belangstelling las ik begin mei in BN DeStem het interview met wetenschapsjournalist Simon Rozendaal. Laatstgenoemde was kort daarna tevens gast in het programma Buitenhof, waar het om de energietransitie handelde. Wat mij vooral goed deed, was de relativerende toonzetting van Rozendaal. Zeer terecht merkt hij op dat ‘het klimaatdebat totaal is ontspoord’. Dit laatste kan niet alléén de doorgeslagen klimaatactivisten worden verweten, maar óók het bedrijfsleven, dat eigen belangen heeft bij de energietransitie. Voeg bij dit alles politici, die het allemaal óók niet zo goed kunnen overzien, alsmede de zogenoemde ‘klimaattafels’, en je hebt het recept voor een chaotisch dispuut.

In Elsevier Weekblad stond in april een artikel onder de titel Welke aardverschuiving wacht de energiemarkt. De optimistische afschildering van de voordelen van wind- en zonne-energie (in 2050 zou wereldwijd 50 procent van de totaal noodzakelijke energiebehoefte worden opgewekt door wind- en zonne-energie) wordt gevolgd door de paragraaf ‘beleggen in energietransitie’. Er valt dus geld te verdienen. De vraag bij dit alles is natuurlijk of de schattingen van het toekomstig energieverbruik correct zijn, vooral in het licht van de te verwachten bevolkingstoename, van ongeveer 7,5 miljard mensen thans tot ruwweg 11 miljard in 2050 (bron: Verenigde Naties).

Onprettige gevolgen

Ik ben van mening dat de productie van stroom via hernieuwbare bronnen altijd achter zal blijven bij de vraag naar energie, welke óók nog eens extra stijgt als gevolg van de verdere ‘elektrificatie’ van de samenleving via geavanceerde vormen van transport, dataverkeer, woninginrichting en industriële activiteiten. Daar komt nog bij, dat wind- en zonne-energie onprettige gevolgen hebben voor de leefomgeving. Op de eerste plaats door de grote ruimten die ze innemen. Daarbij komen horizonvervuiling en hinderlijke slagschaduw van windturbines, alsmede landschapsverkrachting door met zonnepanelen bedekte weidegronden en pannendaken.

Quote

In mijn visie dienen economi­sche en ecologi­sche belangen samen te gaan en elkaar – zo mogelijk – te versterken

Wim Nolens

Als een relatief kleine samenleving zijn we te gejaagd bezig om de – zogenoemde – klimaatdoelstellingen in veel te korte tijd te willen bereiken. Dit leidt tot beoordelingsfouten. We kunnen alle kolencentrales meteen sluiten, maar het energietekort dat daardoor ontstaat, moet worden opgevuld met kernenergie uit België of Frankrijk. Duitsland is óók nog in beeld met mogelijke stroomleverantie uit kolencentrales die vele malen méér vervuilend zijn dan onze drie splinternieuwe kolencentrales op de Maasvlakte en bij de Eemshaven. Dit energiebeleid is dus ondoordacht, hypocriet, leidt tot kapitaalvernietiging en kost derhalve miljarden gemeenschapsgeld.

Een leidende figuur van Stichting Urgenda verkondigde onlangs zonder enige gêne, dat dit niet zo erg was, want de staat hoefde slechts een gering deel van de sluitingskosten van de betreffende kolencentrales te betalen, omdat deze centrales tóch niet meer produceerden en dus als ‘afgeschreven’ dienden te worden beschouwd. Hoe dom kan je zijn?

In mijn visie dienen economische en ecologische belangen samen te gaan en elkaar – zo mogelijk – te versterken. Dat kost tijd, geduld en politiek leiderschap. In deze visie past vooral het niet harder willen lopen dan de ons omringende landen.

Langere termijn

Laten we eens naar de langere termijn kijken. De volledige vervanging van ons wagenpark door elektrische auto’s, welke hun energie ontvangen via het openbare net, is een mythe. De daarmee samenhangende infrastructurele investeringen zijn gigantisch en wat winnen we ermee? De actieradius van het huidige concept van de elektrische auto zal altijd beperkt blijven, vooral door de capaciteit en het gewicht van de accu’s. En waar blijven we met de enorme te verwachten hoeveelheid versleten accu’s als men thans zelfs nog niet in staat is, afgedankte kunstgrasvelden behoorlijk te recyclen?

Het tijdperk van het huidige concept van de elektrische auto zal niet langer duren dan tot, vermoed ik, 2040. Dit zal samengaan met de gestage opkomst van de auto, waarbij waterstofgas (H) en zuurstof via brandstofcellen worden omgezet naar elektriciteit, waarmee de motor kan worden aangedreven. Toyota en Hyundai brengen dit soort auto’s nu al op de markt. Een ander concept van de elektrische auto derhalve, welke totaal geen uitstoot van CO met zich meebrengt. Het ‘restproduct’ is zuiver water. Waterstof kan bijvoorbeeld via elektrolyse gewonnen worden uit windstroom en water. Windparken op zee (veel wind!) lijken daarvoor de beste methode. Je kan voor de productie van waterstof ook andere middelen (bijvoorbeeld methaan of aardgas) gebruiken met als voordeel een veel hoger rendement, maar als nadeel: uitstoot van CO.

Als je van de fossiele brandstoffen af wil, dan zijn er dus maar een paar alternatieven. De noodzaak van elektriciteitsproductie uit zon en wind staat buiten kijf. Maar dit zal niet voldoende zijn. Er is qua rendement nog veel te winnen maar we moeten ons mooie land er niet mee verpesten.

Kernfusie

Resteert binnen enkele decennia mogelijk als optie de thoriumreactor. Deze kernreactor kent geen kernsmelting (meltdown) en levert minder kernafval op. De ontwikkeling van deze technologie is destijds in de VS begonnen, maar door president Nixon stopgezet, omdat er – in tegenstelling tot de gebruikelijke uraniumreactoren – geen plutonium voor de productie van kernwapens bij vrij komt. In veel landen is belangstelling, maar de thoriumtechnologie is nog niet uitontwikkeld. Het beste zou stroomopwekking via kernfusie zijn (geen gevaarlijke straling en een hoop energie), maar de ontwikkeling daarvan lijkt al zestig jaar lang een gebed zonder einde te zijn.

Tot slot: nu we in ieder geval grotendeels naar een waterstofeconomie toe groeien, vraag ik mij af, of we zo nodig ‘van het gas af’ moeten. Moeten we niet zuinig zijn op onze peperdure gasinfrastructuur, nu nog ten dienste van aardgas, maar in de toekomst wellicht voor het transport van waterstofgas? In een internet­artikel las ik, dat ons gasnet relatief eenvoudig voor waterstof geschikt kan worden gemaakt. Zou dit wellicht óók kunnen voor onze gasfornuizen en onze HR-verwarmings­ketels? Dan worden consumenten financieel minder de pineut, dan thans het geval lijkt te zijn.

* Wim Nolens was als econoom betrokken bij een van de eerste windenergieprojecten in Nederland: die in Lelystad. 

  1. Negatieve spaarrente? Dan gaat mijn geld in een sok
    Geef uw mening

    Negatieve spaarrente? Dan gaat mijn geld in een sok

    Nederlandse spaarders houden het nieuws over de spaarrente momenteel zeer nauwlettend in de gaten. De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagt de rente namelijk wederom, wat kan leiden tot een negatieve spaarrentestand. Als de spaarrente negatief wordt, betekent dat dat spaarders moeten gaan betalen voor hun spaarcenten op de bank. En dat ziet de gemiddelde Nederlander niet zitten, bleek eerder al. Verdwijnt ons zuurverdiende spaargeld straks massaal weer in een oude sok?

Poll

Bij mijn provinciale stem laat ik het landelijke klimaatbeleid meewegen

  • Eens (48%)
  • Oneens (52%)
877 stemmen

Poll

We maken ons veel te druk over de hitte

  • Eens (77%)
  • Oneens (23%)
979 stemmen