Volledig scherm
De toetsen van het Cito zijn voor veel scholen gedurende de ontwikkeling van leerlingen leidend, maar zouden dat niet moeten zijn, vindt Ewald Vervaet. © anp

Pas lesstof aan op niveau leerling en toets correct

GASTOPINIEHet onderwijsniveau holt achteruit, stelde de onderwijsinspectie laatst in haar jaarlijkse Staat van het Onderwijs. De verklaring kan liggen in te vroeg aanbod en onjuiste toetsing.

door Ewald Vervaet

Aan onze universiteiten en pabo’s is een gesloten netwerk ontstaan, dat psychologische ontwikkelingsfasen van het kind ontkent of negeert. Intelligentie zou van buitenaf ontwikkelbaar zijn, terwijl in proeven duidelijk is vast te stellen dat een kind aan bepaalde lesstof toe moet zijn. Kleuterleerkrachten weten dat als geen ander.

Een voorbeeld is dat de Onderwijsinspectie in 2006 alle basisscholen heeft opgeroepen kinderen van groep 2 – en eventueel ook al van groep 1 – letters aan te bieden. Feit is echter dat kinderen zowel in 2006 als in 2018 gemiddeld rond de 6,5 jaar leesrijp worden en dan wat met letters aan kunnen. Niet-leesrijpe kinderen die aan het eind van het ene schooljaar achttien letters blijken te kennen, zijn na zes weken zomervakantie meer dan de helft daarvan weer vergeten.

Trainen

Quote

Feit is dat kinderen zowel in 2006 als in 2018 rond de 6,5 jaar leesrijp worden

Dr. Ewald Vervaet

Een ander voorbeeld zijn de spellingstoetsen van het Cito. Door de waarde die veel schoolbesturen en de onderwijsinspectie aan deze Citotoetsen hechten, trainen veel scholen – vaak zeer tegen hun zin – hun leerlingen van groep 4 in de tweede helft van het schooljaar op ‘hand’-/hant/ en ‘bokken’-/bokun/. Daardoor komen ze op de korte termijn betrekkelijk goed uit de bus. Vervolgens moeten ze de leerlingen nog zo’n jaar of twee blijven verbeteren vanwege de vele spellingsfouten die ze maken (‘hantje’, ‘vertroken’). Volgens de dominante richting werd dan steeds aanbevolen iets nóg vroeger aan te bieden, daarmee een neerwaartse spiraal in stand houdend. Wanneer je echter naar de feiten kijkt, dient men op tijd te beginnen. En dat is als het kind ergens rijp voor is.

De kiem van de oneigenlijke toetsing ligt in het Cito. Een Citotest is doorgaans een meerkeuzetoets en herkent men aan het feit dat er afwijkingen van een gemiddelde uit komen. Een test gooit rijpe en niet-rijpe kinderen op één hoop, bepaalt daar een gemiddelde van en bepaalt van elk kind hoeveel het daarvan afwijkt. Daardoor verdwijnt bij laagscoorders het zicht op de vraag of een kind ergens niet rijp voor was. Óf dat het er wel rijp voor was, maar slecht onderwijs kreeg. Óf dat het een persoonlijk probleem heeft, waardoor het zich niet kan concentreren bijvoorbeeld.

Rijpheid voor bepaalde schoolstof bepaalt men met rijpheidsproeven. Die zijn op feitelijk houdbaar gebleken ontwikkelingspsychologische inzichten gebaseerd.

Naast rijpheidsproeven zijn er vorderingsproeven. Overhoringen, proefwerken en examens zonder meerkeuzevragen vallen hieronder. Met een vorderingsproef gaat men na in hoeverre een leerling de stof, waar hij of zij blijkens de rijpheidsproef aan toe is, zich daadwerkelijk eigen heeft gemaakt.

Aansluiten

Wat moet er gebeuren om het onderwijs beter op (jonge) leerlingen te laten aansluiten? Noodzakelijke stappen zijn volgens mij:

• Alle betrokkenen beginnen opnieuw vanuit de ontwikkelingsfasen van het kind, en vanuit de feitelijke uitkomsten van rijpheids- en vorderingsproeven.
• Leerkrachten worden weer meester over het lesgeven en over de lesinhoud, niet het schoolbestuur.
• De pabo’s zetten de gedachte aan de ontwikkelbaarheid van de intelligentie – die sedert ongeveer 1970 ‘zone van de naaste ontwikkeling’ heet – opzij. En zij leiden weer op in de theorie en de praktijk van de ontwikkelingsfasen van het kind.
• De onderwijsinspectie controleert of een school elk kind op het niveau van zijn psychologische ontwikkeling aanspreekt en niet erboven. En ze ziet onderwijsresultaten als sluitstenen van dat ontwikkelingsproces.
• De onderwijsinspectie erkent tests niet meer als betrouwbare meetinstrumenten.
• Het Cito maakt slechts rijpheids- en vorderingsproeven of het sluit de deuren.

* Dr. Ewald Vervaet is natuurkundige en leespsycholoog.

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

poll

Als postzegels nog duurder worden, stuur ik nooit meer een kaart

  • Eens (75%)
  • Oneens (25%)
1133 stemmen