Volledig scherm

Kies straks je arbeidsmarkt, volg de lokale debatten

GASTOPINIEOp het terrein van werk en inkomen is wel degelijk wat te kiezen tijdens de komende gemeenteraadsverkiezingen.

door Ton Wilthagen

De paradox: krapte op de arbeidsmarkt én thuiszitters

De economie maakt na de crisis een grote inhaalslag en bedrijven schreeuwen om personeel. Tegelijkertijd zijn er in de Brabantse gemeenten vele duizenden mensen die al jarenlang in de bijstand of een andere uitkering zitten. Ondanks de economische opleving dreigen zij ook nu niet de arbeidsmarkt op te komen. Dat is een maatschappelijke paradox waarvan je van alles kunt vinden en waar dus ook politieke partijen hun standpunten over hebben.

Ook al worden veel regels en voorzieningen voor de sociale zekerheid en arbeidsmarkt vastgesteld in Den Haag, door de decentralisatie van het beleid van werk en inkomen zijn de verantwoordelijkheden op gemeentelijk niveau fors toegenomen. Gemeenten hebben daarmee ook een enorm belang, want de kosten van sociale voorzieningen drukken zwaar op hun begroting. Kijk naar booming Eindhoven, waar het gemeentelijke huishoudboekje om die reden onder druk staat.

Er valt wat te kiezen

Daarom valt er op het terrein van werk en inkomen wel degelijk wat te kiezen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart aanstaande. Ook al spreken partijen zich in hun programma’s niet altijd even hard en precies uit. Dat maakt het belangrijk de debatten goed te volgen, lokaal, maar ook in de landelijke media. Laten we, zonder concreet politieke partijen en hun programma’s te benoemen, de verschillende visies en standpunten er eens bij halen.

Niet willen of niet kunnen

Quote

De samenle­ving, bedrijven, mensen en gemeenten hebben veel te winnen en te verliezen na 21 maart

Ton Wilthagen

Op de keeper beschouwd kunnen er twee politiek-maatschappelijke visies worden onderscheiden. De eerste is te typeren als ‘niet willen of niet kunnen’. In die visie, gericht op de aanbodkant van de arbeidsmarkt, is er sprake van een zogenoemd granieten bestand in de bijstand en is niet te verwachten dat deze mensen nog aan het werk gaan komen, omdat ze de capaciteiten missen, te veel problemen hebben of onvoldoende zijn gemotiveerd. Binnen deze visie zijn er grote verschillen. Het ene standpunt - niet willen - legt de nadruk op het streng controleren van de rechtmatigheid van de uitkering, fraudebestrijding en het eisen van een tegenprestatie voor de bijstand (desnoods sneeuwruimen), die eventueel mag worden verlaagd of ingetrokken.

Het tweede standpunt, niet kunnen, is juist gericht op het bieden van zorg en armoedebestrijding. Het derde standpunt constateert dat er door de robotisering en automatisering niet voor iedereen meer werk is of zal zijn, dus ook niet kunnen. Het recept dat hier vaak wordt voorgesteld, is een basisinkomen voor iedereen van bijvoorbeeld 1.000 euro per maand.

Dat bestaat nu nog niet, maar er wordt wel over nagedacht en er lopen lokaal experimenten die deze oplossing verkennen. Mensen hoeven dan niet per se meer te solliciteren, zijn vrij om bij te verdienen, wat ze dan door het afschaffen van regels en controle mogelijk wél willen, en kunnen volop nuttig vrijwilligerswerk doen.

Werk voor iedereen

De tweede visie focust op de vraag naar arbeid en houdt vast aan het idee dat betaald werk voor iedereen mogelijk en wenselijk is. Werk betekent niet alleen inkomen, maar ook maatschappelijke participatie en bovendien zijn de uitkeringslasten niet vol te houden.

Ook hier zijn verschillende standpunten op te tekenen. Vanuit het eerste standpunt kunnen alle mensen met behulp van een stukje loonkostensubsidie, een jobcoach en andere vormen van ondersteuning bij reguliere bedrijven aan de slag, want er is werk genoeg. Een sociale werkvoorziening of andere speciale werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zijn daarom niet meer nodig.

Quote

Veel wordt verwacht van sociale ondernemin­gen, van een sociale werkvoor­zie­ning nieuwe stijl, van bedrijven waar ook iets minder productie­ve mensen kunnen floreren

Ton Wilthagen

Werkgevers worden aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en krijgen, als ze echt niet meewerken, een boete op hun dak. Dit is ook de boodschap van de Participatiewet die in 2015 is ingevoerd door het vorige kabinet. Het nieuwe kabinet wil overigens de loonkostensubsidies vervangen door loondispensatie, wat tot gevolg heeft dat de lonen voor de betreffende mensen onder het minimumloon kunnen dalen, ook afhankelijk van de opstelling van gemeenten.

Een tweede standpunt kent wel dezelfde inzet op werk voor zoveel mogelijk mensen, maar acht het niet realistisch dat alle mensen zómaar kunnen instappen in reguliere bedrijven, waar de eisen en arbeidsproductiviteit hoog zijn en zelfs zittende werknemers al vaak last hebben van een burn-out. Hier wordt gepleit voor het stimuleren van economische bedrijvigheid die voorkómt dat mensen óf langdurig in de uitkering blijven zitten óf alleen maar vergeefs kunnen proberen met één sprong toe te treden tot de ‘eredivisie’ van de arbeidsmarkt. Waar men vooral in topspelers is geïnteresseerd.

Veel wordt verwacht van sociale ondernemingen, van een sociale werkvoorziening nieuwe stijl, van bedrijven waar ook iets minder productieve mensen kunnen floreren, van het investeren in opleiding en ontwikkeling van werkzoekenden en van het terughalen van werk uit voormalige lagelonenlanden, zoals China (reshoring).

Belangrijke keuze

Uiteraard zijn er bij politieke partijen, ook lokaal, allerlei mengvormen van visies en standpunten over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid te noteren. Maar duidelijk mag zijn dat het écht ergens om gaat. De samenleving, bedrijven, mensen en gemeenten hebben veel te winnen en te verliezen bij het beleid dat na 21 maart zal worden voortgezet, afgeschaft of veranderd. Dat geldt dus ook voor de kiezer, die nog steeds afhankelijk is van een inkomen uit werk of van een uitkering en die dus goed moet stilstaan bij de arbeidsmarkt die hij of zij verkiest.

* Ton Wilthagen is hoogleraar Arbeidsmarkt aan de Tilburg University.

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement
  1. Moet meer vrouwen in politiek een doel op zich zijn?
    Geef uw mening

    Moet meer vrouwen in politiek een doel op zich zijn?

    De coalitievorming na de gemeenteraadsverkiezingen zit er nagenoeg overal op. En wat blijkt? Het aantal vrouwen op het pluche blijft (weer) ernstig achter bij het aantal mannen. In bijna honderd colleges zit deze raadsperiode geen enkele vrouw op een wethoudersstoel. En daar zitten ook veel (middel)grote steden tussen. Plekken waarvan je verwacht dat er voldoende mensen wonen om geschikte mannelijke én vrouwelijke kandidaten te vinden. Waarom is die verhouding toch zo scheef? Is er minder interesse voor (gemeente)politiek bij vrouwen? Zijn zij minder capabel voor het wethouderschap?

poll

Het legaliseren van partydrugs is dé oplossing voor het drugsafvalprobleem

  • Eens (30%)
  • Oneens (70%)
1235 stemmen