Volledig scherm
© archieffoto Ingrid Bertens

Carnaval/vastenavond past helemaal niet op erfgoedlijst

GASTOPINIECarnaval/vastenavond kent in iedere stad of dorp zijn eigen tradities en gewoonten. Mede om die reden hoort het feest niet thuis op de Unesco-lijst van Immaterieel Erfgoed.

Rob van de Laar

Twee Joodse organisaties in België overwegen Unesco te vragen het beroemde Aalster carnaval in België van de Internationale lijst van Immaterieel erfgoed te verwijderen. Reden: een in hun ogen onsmakelijke en kwetsende voorstelling van Joodse karikaturen op een van de op-tochtwagens afgelopen carnaval. Het is niets nieuws: ook in 2012 maakte Aalst zich in de ogen van met name de Unesco schuldig aan onbehoorlijk gedrag toen er mannen in SS-kostuum meeliepen.

Je kunt het niet eens zijn met deze soms zwartgallige en niet altijd begrepen humor op het scherp van de snede. Het toont toch weer eens aan dat er op de wereld een groot verschil is in de nationale, regionale en lokale beleving van de maatschappelijke waarde van satire en humor. Kijk ook maar naar de harde satire van Charlie Hebdo. Hoe ver je mag gaan is in elke cultuur, vaak lokaal, geheel verschillend.

Nationale lijst

Quote

Er is op de wereld een groot verschil in de nationale, regionale en lokale beleving van satire en humor

Rob van de Laar

In het Nederlandse carnaval kennen we een dergelijke scherpe parodie en persiflage nagenoeg niet. Voor Unesco is dit een zorgenkindje dat kleeft aan de wil om een volksgebruik of -traditie zoals bijvoorbeeld het vastenavond-/carnavalsfeest op de prestigieuze ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de Mensheid’ te zetten. De lijst is door Unesco in 2003 in het leven geroepen als aanvulling op de lijst van Materieel Erfgoed (monumenten). Sinds 2012 heeft ook Nederland het verdrag hieromtrent goedgekeurd en zijn al tal van tradities opgenomen op de voorafgaande ‘Nationale lijst’.

Maar waarom zou je op zo’n lijst willen staan? Wie is daar bij gebaat? De carnavalsorganisatie in ’s-Hertogenbosch – Oeteldonksche Club van 1882 –, en ook de Brabantse Carnavals Federatie (BCF), hebben zich dat al in 2013 afgevraagd. In Bergen op Zoom wordt de discussie weer actueel, omdat wethouder Evert Weys vlak voor het feest een pleidooi hield vóór plaatsing op de lijst. Dit zijn de voornaamste voordelen hiervan, mede gebaseerd op de ervaringen in Binche (Gilles), Aalst (carnaval), Zundert (Bloemencorso) en Boxmeer (Boxmeerse vaart):

Volledig scherm
Rob van de Laar. © Marc Bolsius

* Het mogelijk behoud van het bedreigd erfgoed;
* Het trekken van meer bezoekers door de bekendheid daardoor;
* Het stimuleren van de eigen trots;
* Meer bereidheid van steun door sponsors en overheid;
* Een breekijzer bij toename van overheidsmaatregelen.

Op alle genoemde punten moesten beide organisaties erkennen dat dit voor hen niet of nauwelijks van toepassing is. Tradities en gebruiken zijn per definitie levende organismen en hebben het recht van ‘overlijden’. Als immaterieel erfgoed bedreigd wordt en niet meer gesteund door de samenleving, dan moet dat niet kunstmatig in leven worden gehouden als historisch relict vanuit bijvoorbeeld toeristisch oogpunt.

Trots

Over bezoekers heeft de vastenavond/carnaval niet te klagen, althans zeker niet daar waar van oudsher het carnaval wordt gedragen. Zelfs het tegendeel wordt hier en daar gevoeld. Trots zijn carnavalsvierders per definitie en de bereidheid van steun door sponsors en overheid is en blijft vooral een lokaal mechanisme en wordt veeleer ingegeven door de publieke steun en deelname binnen elke leefgemeenschap.

Quote

Lokale gewoonten en gebruiken horen niet langs internatio­na­le meetlat te worden gelegd

Rob van de Laar

Tot slot dan nog de breekijzerfunctie: ook dat lijkt meer een brede maatschappelijke problematiek. Kortom: niet nodig dus. Daar komt bij dat het individueel aanmelden van carnavalstradities niet meer, zoals in België, zomaar kan. Het zou dan een groep van gerenommeerde traditionele carnavalsbelevingen moeten zijn. Dus meer plaatsen tezamen.

Dan komt daar het Big Brother-gevaar nog bij zoals in Aalst nu het geval is. De Unesco kijkt mee en toetst aan de hand van internationale correctheidsregels. Vastenavond/carnaval is een lokaal feest, geen toeristische trekpleister. We verkleden ons niet voor de toerist, maar voor onszelf. Het is een feest van de lokale gemeenschap. Het is een feest waarbij lokale inventiviteit, creativiteit en vooral ook de, veelal emotionele, sociale contacten hoogtij vieren. De gewoonten en gebruiken, waaronder satire, worden lokaal bepaald en getoetst en horen niet door een internationale organisatie langs de internationale meetlat gelegd – en dus geketend – te worden.

Dat wil geenszins zeggen dat we de internationale gedragsregels dienen te negeren, maar wel dat we ook het gemeenschapseigene niet in één grote internationale melting pot dienen samen te smelten tot een grote brei. Al te veel zijn we bezig om ontstane tradities niet meer in de context te plaatsen. In 1928 besloten verschillende boerenorganisaties rondom Den Bosch om niet meer naar de daar te houden Paasveetentoonstelling te gaan. De Bosschenaren zouden immers met hun Oeteldonkse boerenverkleding de boerenstand kleineren. Met de kennis van nu weten we wel beter.

* Rob van de Laar (1953, ’s-Hertogenbosch) is archivaris en werkt bij de afdeling erfgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Hij is ook al dik 45 jaar onderzoeker van het fenomeen vastenavond/carnaval en fervent carnavalsvierder. Hij was ruim 15 jaar minister-president van de Oeteldonksche Club van 1882 en is oprichter en conservator van het Nationaal Carnavalsmuseum ‘Oeteldonks Gemintemuzejum’. Sinds de oprichting in 2009 is hij voorzitter van de Brabantse Carnavals Federatie.

Poll

Bij mijn provinciale stem laat ik het landelijke klimaatbeleid meewegen

  • Eens (48%)
  • Oneens (52%)
877 stemmen

Poll

Als postzegels nog duurder worden, stuur ik nooit meer een kaart

  • Eens (75%)
  • Oneens (25%)
1133 stemmen