Volledig scherm
Thuiszorger legt een drukverband aan. © Alex Mulder

Oosterhout dicht gat in Wmo-zorg

OOSTERHOUT - Een simpele maatregel moet het Wmo-gat, waardoor hulpbehoevende ouderen plots aan hun lot werden overgelaten, nu dichten.

Om te voorkomen dat thuiswonende ouderen zonder hulp komen te zitten terwijl ze op een plaatsje in het verpleeghuis wachten, gaat de gemeente Oosterhout mensen langer in de gaten houden.

Langdurige zorg

Begin dit jaar werd bekend dat sommige Oosterhouters plotseling hun hulp in de huishouding kwijtraakten, als zij een indicatie kregen voor langdurige zorg. De gemeente zette in zeker vier gevallen de hulp stop, omdat mensen met zo’n zorg­indicatie officieel geholpen moeten worden door de zorgkantoren en niet meer door de gemeente (die verantwoordelijk is voor ‘lichtere’ hulp, zoals huishoudelijke hulp).

Het is echter niet de bedoeling van de wet dat cliënten in een overgangssituatie alle hulp verliezen, zoals in de vier genoemde gevallen. Om te voorkomen dat mensen in dat zogeheten Wmo-gat vallen, past de gemeente nu de aanpak aan.

Instructie

Wethouder Marian Witte (Maatschappelijke zorg): ,,We hebben een extra instructie meegegeven aan medewerkers van het sociaal wijkteam en de Wmo-consulenten om mensen iets langer in de gaten te houden, wanneer zij overgaan naar zorg vanuit de Wet langdurige zorg.’’ Het idee is dat de gemeente zo eerst vaststelt of die zorg vanuit de zorgkantoren daadwerkelijk al geleverd wordt, voordat de gemeente de ‘eigen’ hulp stopzet.

Wettelijk

Ouderen die hulp in de huishouding nodig hebben, kloppen meestal aan bij de gemeente. Die bepaalt hoeveel uur hulp iemand krijgt. Deze hulp valt onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Als meer zorg nodig is, kan iemand een zorgindicatie aanvragen. Wie zo’n indicatie krijgt voor langdurige zorg, valt vanaf dat moment onder de hoede van de zorgkantoren.

Als er op dat moment geen plaats is in het verpleeghuis, kan het gebeuren dat iemand langer thuis moet wonen. De gemeente en zorgaanbieder moeten er dan samen voor zorgen dat cliënten in deze overgangsperiode niet van zorg verstoken blijven. Witte: ,,De Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor is dan wettelijk verplicht om de cliënt overbruggingszorg aan te bieden in de vorm van verzorging, verpleging of begeleiding. We zijn in gesprek met het zorgkantoor om antwoord te krijgen op de vraag waarom zij dit in enkele gevallen niet tijdig kunnen leveren.’’  

Ingewikkeld

Nadat in april bekend werd dat enkele ouderen hulp in de huishouding waren kwijtgeraakt op het moment dat ze meer zorg nodig hadden, hebben zich geen nieuwe gevallen bij de gemeente gemeld. Ook bij Wmo-aanbieder DSO zijn geen nieuwe meldingen binnengekomen, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn. Woordvoerder Leo Arnold (DSO): ,,De regels zijn ingewikkeld. Als mensen een CIZ-indicatie hebben voor een verpleeghuis en er is geen plek, dan wachten ze, ook al krijgen ze geen hulp meer. Ze trekken niet aan de bel, omdat ze niet weten, dat ze recht op hulp hebben." 

Wethouder Marian Witte: ,,Als de cliënt met een Wlz-indicatie voorlopig thuis wil blijven wonen kan een zorgpakket aangevraagd worden. Dat kan ook ter overbrugging. Als je moet wachten op een plek in een instelling. Deze overbruggingszorg valt onder de Wlz en niet onder de Wmo waarvoor de gemeente verantwoordelijk is." De wethouder wil voorkomen dat mensen zonder hulp zitten. ,,Ik roep met nadruk mensen op die tegen problemen aanlopen zich te melden bij het sociaal wijkteam of de Wmo-consulenten, zodat we zo snel mogelijk een oplossing kunnen vinden. Mensen kunnen daarbij desgewenst gratis de hulp inroepen van MEE, de onafhankelijke cliëntondersteuner."

  1. Een handgranaat maakte het einde aan het leven van Ad (9) en Henk van Bragt (4). ‘Ze hebben nooit anders dan oorlog gekend’
    PREMIUM
    Mijn bevrijding

    Een handgra­naat maakte het einde aan het leven van Ad (9) en Henk van Bragt (4). ‘Ze hebben nooit anders dan oorlog gekend’

    BREDA/TETERINGEN - ,,Kijk”, zegt Jeanne Bastiaanssen-Van Bragt (82) uit Breda. Ze opent een klein hartvormig medaillon. Er verschijnen twee portretjes in zwart-wit. ,,Dit zijn mijn broertjes”, zegt ze. ,,Ad van 9 en Henk van 4.” Ouder zijn ze nooit geworden. Op 2 september 1944 kwam in Teteringen aan hun nog jonge leven abrupt een eind.