Volledig scherm
Man with his car © Getty Images/iStockphoto

Ongeloof bij hoofdagent na ongeval Werkendam: 'Zijn wij echt zo ver gezakt? Bedankt verkeersdeelnemers'

WERKENDAM - Tientallen meters spookrijden, gevaarlijk slalommen langs pionnen en de politiemedewerkers uitmaken voor rotte vis omdat ze er niet langs mogen. Enkele automobilisten hebben zich vrijdag na een ernstig ongeval in Werkendam van hun slechtste kant laten zien. Hoofdagent Hasan kan er met zijn verstand niet bij. ,,Zijn wij zo ver gezakt dat ons eigen belang boven het leed van een ander staat?”

Het is vrijdagmiddag twee uur als Hasan en zijn collega’s met spoed in actie moeten komen voor een ernstige aanrijding op de Bandijk in Werkendam. Een 16-jarige scooterrijder blijkt daar te zijn geschept door een auto. Hasan vreest voor het ergste als hij de schade aan zowel de scooter als de auto ziet, maar hoort later dat het naar omstandigheden goed gaat met de jongen. ,,Dit is voor ons een opluchting, het had veel erger kunnen aflopen.”

Voor de politie komt er na een dergelijke aanrijding veel bij kijken, zegt Hasan. ,,Wij moeten allereerst zorgen voor een veilige werkomgeving, voor ons, maar ook voor de ambulance en andere hulpverleners. Je kunt je voorstellen dat het heel wat moeite kost om al deze werkzaamheden met twee agenten uit te voeren. Al helemaal als je wordt tegengewerkt door omstanders of andere verkeersdeelnemers.”

‘Chagrijnige gezichten’

Dat laatste heeft Hasan vrijdag ‘helaas moeten ervaren’. ,,Volgens mij spreekt het voor zich dat zodra je een zwaar gehavende bromfiets midden op de weg ziet liggen, met daaromheen een groot aantal brokstukken, dat je hier niet doorheen gaat rijden maar een alternatieve route kiest”, zo laat hij weten.

Kennelijk denken veel weggebruikers daar toch anders over. Volgens de politie halen ze die middag de meest gevaarlijke capriolen uit om maar geen minuut vertraging op te lopen. Zodra Hasan ze aanspreekt op hun gedrag, kijken ze raar op. ,,Ja maar, ik moet daar zijn!”, krijgt hij te horen, of ‘Mag ik er echt niet door? Ik moet die kant op!” Hasan probeert het aan de bestuurders uit te leggen, maar krijgt alleen maar ‘chagrijnige gezichten en reacties vol onbegrip’ terug.

‘Zijn wij zo ver gezakt?’

Daar begrijpt de hoofdagent helemaal niets van. ,,Alsof ik daar sta om hen bewust tegen te werken, en alsof ze niet kunnen bedenken dat er wellicht iemand in de ambulance ligt die vecht voor zijn leven! Zijn wij zo ver gezakt dat ons eigen belang boven het leed van een ander staat? Dat wij liever dwars over brokstukken van een ernstig gehavend vervoermiddel rijden, in plaats van een klein stukje omrijden, wat ons hooguit 1 á 2 minuten extra van onze tijd kost? Is onze tijd tegenwoordig zo kostbaar, en moet alles en iedereen hiervoor wijken?”

Om de situatie niet uit de hand te laten lopen, roept de politie een tweede eenheid op die het verkeer in goede banen moet leiden. Dat dit überhaupt nodig is, frustreert Hasan. ,,Een eenheid die op dat moment wellicht ergens anders ingezet had kunnen worden, bijvoorbeeld bij een heterdaad inbraak, of een melding van een reanimatie. Bij een melding waar enkele minuten te laat wel het verschil kan maken, tussen leven of dood.”

De hoofdagent sluit af met een cynische boodschap: ,,Bedankt beste verkeersdeelnemer, en nogmaals excuses dat wij 2 minuten van jouw kostbare tijd hebben ontnomen.”