Piet Hohmann in 2012 in het Speelgoedmuseum in zijn opgeknapte botsauto waarmee hij in de carnavalsoptocht mee deed.
Volledig scherm
Piet Hohmann in 2012 in het Speelgoedmuseum in zijn opgeknapte botsauto waarmee hij in de carnavalsoptocht mee deed. © RAMON MANGOLD

Kunstenmaker zonder pretenties

Als er één man is die een stempel op Oosterhout heeft gedrukt, dan is het wel Piet Hohmann. Wie kent niet de witte fiets, op de kruising Beneluxweg-Europaweg? Of de olifant bij sportpark De Contreie, de obelisk bij de oprit van de Weststadweg naar de Bovensteweg. De Oosterhoutse kunstenaar overleed op oudjaarsdag op 82-jarige leeftijd aan de gevolgen van dementie en Alzheimer.

De maatschappelijke betekenis van Hohmann is groot. Wereldberoemd werd zijn bromtol, op de rotonde in de Weststadweg, die op een reclamefilmpje van Google Maps de hele wereld over ging. Ze zijn allemaal van Hohmann: stedelijke herkenningspunten van Oosterhout, waar je daadwerkelijk ‘niet aan voorbij kunt’.

Te weinig inhoud

Karel Koopman en Piet Hohmann.
Volledig scherm
Karel Koopman en Piet Hohmann. © Ingrid Bertens

Maar de Oosterhoutse ‘kunstenmaker’ – zoals Hohmann zichzelf het liefst noemde – heeft oneindig veel meer gemaakt. Als beeldhouwer, schilder, etser, penningsnijder, tekenaar en knutselaar heeft hij een schat aan kunst nagelaten. Pretentieloos, zonder boodschap, want, zo zei Hohmann ooit in een interview met deze krant: „Sommigen vinden dat mijn werk te weinig inhoud heeft, maar ik hoef niet zo nodig een boodschap uit te dragen. Het gaat mij gewoon om het plezier in het leven.”

Het is tekenend voor de levensgenieter Hohmann die humor hoog in het vaandel droeg. Dat komt niet alleen tot uiting in zijn kunstobjecten, maar ook in zijn omgang met andere mensen. In juni 2004 neemt Hohmannafscheid als docent van H19. Ook collega Karel Koopman stopt met zijn werkzame leven. „Nu is het afgelopen, Piet”, zegt Koopman tijdens de afscheidsreceptie. Waarop Hohmann prompt antwoordt: „Nee Karel, nou begint het pas!”

Typerend voor Hohmanns relativeringsvermogen is de diefstal van ‘Drie Dikbuikige Heren’, of De Trommelaars zoals het beeld in de volksmond heette. Hohmann maakte het bronzen beeld in 1984 in opdracht van het gemeentebestuur ter gelegenheid van de opening van cultureel centrum De Bussel. Het sculptuur, dat voor de oude bibliotheek op het Basiliekplein in Oosterhout stond, wordt in februari 2006 gestolen en is waarschijnlijk in de smeltpot verdwenen. 

Hohmann zat niet bij de pakken neer. In de carnavalsoptocht van dat jaar, kort na de diefstal, reed hij mee met een stokoude motor met aanhanger.‘Gezocht!’ stond er op de aanhanger: ‘Drie dikbuikige heren aan de wandel en verdwenen in d’n handel. Vur n’n goeie tip, n’n bronze plak meej stip’.

Creatieve duizendpoot

Hohmann had vele creatieve ideeën. Ze vonden niet allemaal vruchtbare aarde om verder te groeien. Samen met collega-kunstenaar Ad van Bekhoven presenteerde hij het plan om een serre (mét horecafunctie) tegen de gevel van de Sint-Jansbasiliek te bouwen. De serre is er nooit gekomen.

Ambitieuze plannen had Hohmann ook voor de onder de grond begraven liggende schutsluizen van Sluis 1, bij de Zwaaikom. Hij wilde ze opgraven om er een atelier van drie verdiepingen van te maken, waar een stuk of acht kunstenaars kunnen werken. Maar het plan was te duur en bouwtechnisch onuitvoerbaar.

Ook Hohmanns plan voor het Santrijngebied sneuvelde: een 30 meter hoog gebouw in de vorm van een bloempot, met daarin theater, bieb, expositieruimte en andere culturele voorzieningen. Met bovenop het gebouw een chique restaurant, ‘zodat je al etend over Oosterhout kunt uitkijken’.

Het zijn projecten waarvan hij zelf ook wel wist dat ze (te) gewaagd zijn.

Maar Piet Hohmann zou Piet Hohmann niet zijn als hij niet af en toe een balletje opgooide. Of zoals hijzelf zei: ‘Als je niks durft, gebeurt er nooit iets.’

Befaamd is de botsauto van Hohmann. Daar vulde hij jarenlang de gaten in de Oosterhoutse carnavalsoptocht mee op: „Dat was één groot feest. De botsauto heeft een trekhaak, daar zette ik soms een oude fauteuil op, zodat iedereen een stukje kon meerijden.”

Monument

Techniek had sowieso Hohmanns warme belangstelling, net als oude, afgedankte materialen. Dat uitte zich in vele mobiele kunstwerken. Hij was vaak te vinden op de schroothoop, om oud ijzer te halen, waarmee hij de meest fantastische machines bouwde.

Hohmann had ook een gevoelige en inlevende kant. Voor de 6-jarige Noëmie, die op de hoek van de Ridderstraat en de Slotlaan in Oosterhout om het leven kwam bij een verkeersongeluk, maakte hij een kunststoeltje. Het stoeltje in witte keramiek, dat bij de bewuste kruising staat, heeft een rugleuning in de vorm van een klein T-shirt. Noëmies naam staat in sobere letters op de zitting van het stoeltje. Op de rugleuning staat een tekst uit het internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

Voor zijn culturele verdiensten werd Hohmann in 1984 door de Oosterhoutse Carnavals Stichting De Smulnarren benoemd tot Grootste Kaai van Oosterhout.

Speldje

In 1997 behaagde het de (toenmalige) koningin om Piet Hohmann te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Hohmann droeg de onderscheiding vrijwel nooit. Hij had daar een perfecte verklaring voor: „Ik heb dat speldje altijd op hetzelfde jasje zitten. Als ik dat colbertje draag, dan is ie te zien. Maar ik draag niet zo vaak een jasje. Dat kan niet, hè. Dan ben ik niet meer herkenbaar als kunstenaar.”

In 2011 mocht Piet Hohmann de Oosterhoutse Cultuurprijs ontvangen. Uit het juryrapport: ‘Hohmann is een kunstenaar wiens geest rondwaart in Oosterhout’.

Piet Hohmann in 2011 bij hem bij een van de door hem gemaakte klokken.
Volledig scherm
Piet Hohmann in 2011 bij hem bij een van de door hem gemaakte klokken. © JOHAN WOUTERS
BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement