Volledig scherm
Ricardo Moniz. © BSR Agency

Ricardo Moniz: Ik moet bij Excelsior eenheid creëren

Ricardo Moniz is ook komend seizoen trainer van Excelsior. De 55-jarige Eindhovenaar kon vorige maand niet voorkomen dat de Rotterdamse club degradeerde uit de eredivisie.

Door Wesley van Oevelen

Moniz begon in april bij Excelsior nadat Adrie Poldervaart was opgestapt. Op fanatieke wijze hoopte de voormalig trainer van onder meer HSV en Red Bull Salzburg met de Kralingers een langer verblijf in de eredivisie te bewerkstelligen. Dat mislukte in de play-offs, waar RKC te sterk bleek.

Desondanks gaan de club en trainer een jaar met elkaar door. ,,Ik ben er heel blij mee”, zegt Moniz. ,,Dat we het respect voor elkaar hebben behouden. Dat is een goede basis om met elkaar door te gaan.”

Quote

Het gaat mij erom dat je verantwoor­de­lijk­heid durft te nemen.

Ricardo Moniz

Direct na de degradatie zei je dat een langer verblijf bij Excelsior moeilijk zou worden. Heb je getwijfeld?
Moniz: ,,Nee, ik heb nooit getwijfeld. We hebben de degradatie als een ontzettend harde klap ervaren. Er waren een paar weken van rouw. Het verleden hebben we met elkaar afgesloten. Nu is er een totaal nieuwe situatie. Daarmee hoop ik dat Excelsior mensen kan verzamelen die de ambitie hebben om de club terug te brengen naar de eredivisie.”

Er staan negen spelers onder contract bij de club…
,,Helder, er moet nog wat gebeuren. Maar, geduld is een schone zaak. De club is jarenlang succesvol geweest met een bepaalde filosofie. Daarin moet ik nu de persoon zijn die een eenheid creëert, in alle geledingen. Het is duidelijk: er moet heel hard gewerkt worden om terug te keren naar de eredivisie.”

Het is een tijdje terug dat je langer dan één seizoen ergens actief was.
,,Dat valt wel mee. Mensen moeten stoppen met een cv polariseren. Ik ben wel vaker ergens bijgesprongen. Tegenwoordig moet alles gepolijst zijn. Maar dat is in het leven nu eenmaal weinig het geval. Het gaat mij erom dat je verantwoordelijkheid durft te nemen. En ergens voor durft te staan.”