Volledig scherm
In de gemeente Moerdijk zijn in het voorjaar bloembollen geplant. Bras Fijnaart maakt vandaag met dorpsbewoners een ronde langs de plaatsen waar de bollen mooi op zijn gebloeid. Gert-Jan Koopman (r) vertelt wat er groeit en bloeit. © Pix4Profs/Marcel Otterspeer

Kruidenmengsels en bloembollen fleuren entrees van kernen in gemeente Moerdijk op

MOERDIJK - Een paar hommels, een icarusblauwtje en wat bijen dartelen rond de bloemen en kruiden aan de Westkreekweg in Fijnaart. Connie Duyndam van Bras Fijnaart en natuurtechnisch adviseur Gert-Jan Koopman van Heem vertellen inwoners welke soorten groen er staan.

De geurige en kleurige exemplaren komen voort uit de bollenmengsels die op ongeveer zestig locaties in de gemeente Moerdijk zijn gezaaid. Vorig najaar konden inwoners van de gemeente kiezen welke bloemen en kruiden er bij de entree van hun kern zouden komen. Wie benieuwd was wat er uit die mengsels is ontstaan, kon vrijdag met Duyndam en Koopman mee op pad.

Indrukwekkend

Geïnteresseerden verzamelden zich in Heijningen, Klundert, Fijnaart, Moerdijk en Noordhoek. In totaal ging het om zo’n vijftien personen. Nelly Provily (72) liep mee met het groepje in Fijnaart. “Het ziet er prachtig uit. Die paarse bollen die ertussen staan, dat is toch een geweldig gezicht. De entree naar het dorp fleurt er enorm van op.” 

Ook Diana Fikke (59) is onder de indruk. “Ik vind het vooral zo leuk dat de bloemen wat wild door elkaar staan, niet zo gestructureerd. De perkjes zijn niet alleen goed voor de bijen en andere insecten, wij mensen worden er ook blij van.”

Insecten

Aan de Westkreekweg staan op dit moment onder andere reukloze kamille, wilde peen, pastinaak, margrieten, knoopkruid en trommelstokjes. Niet alleen om het wat gezelliger te maken, maar vooral om insecten aan te trekken. “We zien in Nederland een verschuiving van de natuur”, zegt Koopman. “Het gaat goed met de zilverreigers, aalscholvers en steenmarters, maar slecht met de insecten. Dat hopen we op deze manier tegen te gaan.”

De streekeigen kruiden die zijn ingezaaid, kunnen per dorp of stad verschillen omdat de soorten worden afgestemd op de plaatselijke bodemsoort.

De locaties worden drie keer per jaar gemonitord: in het voorjaar, de zomer en het najaar. “We sturen dan bij op negatieve soorten”, zegt Koopman. “Onkruid dus. Daar acteren op.”