Volledig scherm
In 1994 was Miquel Indurain gele trui de grote trekpleister. Organisator John Hertogh heeft er heel wat mee meegemaakt. archieffoto BN DeStem

De Draai van de Kaai: Het spel van kopmannen en koopmannen

De Draai39 jaar Draai (van de Kaai) levert een erelijst op om van de likkebaarden. De Tourmannen van naam boden in Roosendaal immers graag waar voor hun geld. Want verdienen konden ze op de Kade.

,,We zijn op de eerste plaats vooral wielergek, maar ook nog altijd koopman”, merkte organisator John Hertogh in 2007 fijntjes op toen de handel op de markt van de criteriums in het vorige decennium oververhit begon te raken. Juist in het spel van kopmannen en koopmannen wist de Draai van de Kaai zich ver boven de rest uit werken.

Het begon al direct in 1980. Vanuit de jaarlijkse Volksronde was het idee ontstaan om mee te liften op de successen van de gouden generatie Zoetemelk, Raas, Knetemann en Kuiper. De geboorte van de De Draai kon niet beter gepland worden: in de zomer van de Tourzege van Joop Zoetemelk. Die vroeg 7500 gulden. Roosendaal pingelde er de helft van af.

De jaren erop waren het de Nederlandse Tourrenners die de dienst uitmaakten op de Kaai. Pas in 1989 won de eerste buitenlander: Phil Anderson, die toen voor TVM reed.

Indurain

Daarna brak de tijd aan van de buitenlandse vedetten. De tijd ook van het grote geld. De Draai groeide naar een budget van vijf ton. Miquel Indurain werd gehaald voor 50.000 gulden. In een van de meest legendarische edities lukte het hem echter niet om te winnen.

Anderen lukte dat wel. Van Lance Armstrong, Andy Schleck, Mark Cavendish, Nairo Quintana, Joop Zoetemelk, Richard Virenque, Michael Boogerd, Oscar Freire, Jeroen Blijlevens, Marcel Kittel, Erik Zabel tot Oscar Freire. De Tourmannen van naam boden in Roosendaal graag waar voor hun geld.

Virenque

De Draai groeide met hen mee. Als de nummer 1 van het land profileerden de Kaaimannen zich graag als eigenwijs. Altijd op zoek naar iets wat de ander niet kon of wilde bieden. Richard Virenque contracteren in 2000 bijvoorbeeld. Meer dan een ton neerleggen voor Armstrong om een paar later vriendelijk te bedanken voor een volgende aanbieding van de Amerikaan. Omdat het nieuwtje er af was.

Volledig scherm
Nairo Quintana liet in Roosendaal zien zelfs te kunnen sprinten. © Chris van Klinken / het fotoburo

In 2007 was De Draai wel bereid nog meer geld neer te tellen voor Tourwinnaar Alberto Contador. Daarna droogde het geel op. Met Mark Cavendish (2009), Nairo Quintana (2013 en 2015) en rittenkaper Marcel Kittel (2014) werd de erelijst nog wel verder aangevuld met grootheden uit de Ronde van Frankrijk.

Duidelijk was toen al wel dat De Draai het moeilijker begon te krijgen in het spel van kopmannen en koopmannen. John Hertogh besloot daarom in 2014 de finishlocatie te verleggen naar de Wipwei. Weg van de Kade. Die nieuwe plek zou vooral commercieel veel interessanter zijn. Kittel won op de Wipwei, maar de kritiek van het publiek en de ondernemers van de Kade was zo groot dat Hertogh besloot op te stappen. Hij gaf ook grif toe dat het geen goed idee was geweest om de Kade te verlaten.

Tourhelden zien

Zijn opvolger Sander van Peer keerde er dan ook naar terug. Maar ook hij zag dat er iets moest veranderen. De rigoureuze keuze voor een echte koers in plaats van een theatervoorstelling op wielen, werd hem echter niet in dank afgenomen. Oké, er werd harder dan ooit gereden door de renners van de kleinere profploegen, maar het publiek wil Tourhelden zien op de Kade.

Van Peer stapte op en met Hertogh op de achtergrond terug als adviseur van het nieuwe bestuur is het nu afwachten of een Draai naar het Verleden wel de toekomstig is voor het eens zo eigenwijze en succesvolle profcriterium.