Volledig scherm
De entree van het Oorlogsmuseum in Overloon in 1946. © Eric Reijnen - Rutten

Oorlogstoerisme groeit maar door: ‘De boodschap moet zijn: Dit nooit, nooit, nooit weer’

Ruim drie miljoen mensen bezoeken jaarlijks een van de vele oorlogsmusea in Nederland. De musical ‘Soldaat van Oranje’ trok al bijna drie miljoen bezoekers en duizenden mensen doen mee met herinneringsevenementen zoals vorige week de Airborne Wandeltocht in Oosterbeek. 75 jaar na dato is de oorlog big business. 

Quote

Ik probeerde onlangs kamers te boeken voor 2020, maar alle hotels in de hele regio zitten al vol.

Erik van den Dungen, Directeur Oorlogsmuseum Overloon

Het is 5 mei 1945 als Harry van Daal, inwoner van Overloon, over het slagveld rond zijn dorp dwaalt. Er is verschrikkelijk gevochten. Van Daal moet denken aan Ieper.

Daar is hij in de jaren ‘30 eens op bezoek geweest in een provisorisch museum over de Eerste Wereldoorlog. Van Daal ziet kansen voor zijn totaal verwoeste dorp. Als gemeentesecretaris roept hij wat mensen bij elkaar.

In de notulen van de bijeenkomst van 7 mei 1945 is de dubbele doelstelling al te lezen. Het eerste doel van het gezelschap is een blijvende herinnering aan de verwoestingen creëren. Maar Van Daal en de zijnen zien ook andere kansen.

‘Verder zijn aan de oprichting van een museum ook stoffelijke voordelen verbonden. Verwacht mag worden dat een toename van het vreemdelingenverkeer in Overloon hiervan een gevolg zal zijn. Dit laatste is weer van belang voor de neringdoenden.’

Direct een hit

Erik van den Dungen is als directeur van het Oorlogsmuseum Overloon in 2019 de verre opvolger van Van Daal. ,,Het museum was direct een hit. Het trok vanaf het begin tienduizenden bezoekers. In de jaren 70 liep dit op tot boven de 200.000 per jaar.”

Die aantallen trekt het museum tegenwoordig niet meer. De concurrentie is ook veel groter. Waar Overloon het eerste museum is, schieten de oorlogsmusea in Nederland nu als paddenstoelen uit de grond. Het zijn er al bijna negentig.

Van den Dungen: ,,Ons museum ligt hier toch een beetje in een uithoek van het land, maar ook wij zitten weer in de lift. We trekken boven de 100.000 bezoekers en we hopen nog even door te groeien.”

Daarbij richt het museum zich vooral op Nederland en Duitsland. ,,Een tijd geleden stond hier ineens een bus met Chinezen op de parkeerplaats. Dat is natuurlijk leuk, maar wij moeten het vooral van de Nederlanders hebben. Daarna van de Duitsers. De verhouding is 90-10.”

Volledig scherm
Aan de 73ste Airborne Wandeltocht namen een week geleden 32.222 mensen deel. © Gerard Burgers

Het museum heeft tot nu toe wel voldaan aan de oorspronkelijke doelstellingen. Overloon groeide na de oorlog uit tot een toeristisch centrum. Op het plein voor het museum verkoopt een koffiehuisje Duitse worst, een winkelier handelt in modelvliegtuigen en het terras van het pannenkoekenhuis zit elk weekend vol.

Tel daarbij op dat verderop in het dorp nog meerdere restaurants zijn, een ijssalon en enkele vakantieparken en zie daar het succes.

Van den Dungen: ,,Eens per jaar hebben we hier een groot evenement Militracks, met bijna 20.000 bezoekers. Ik probeerde onlangs kamers te boeken voor 2020, maar alle hotels in de hele regio zitten al vol.”

Toeristen

Miljoenen mensen komen af op evenementen en musea die over de oorlog gaan. Vooral de provincie Gelderland doet er veel aan om toeristen naar de eigen regio te halen.

Een bezoek aan het kantoor van Visit Nijmegen, het oude VVV kantoor, levert tientallen folders op van oorlogsexposities, -activiteiten en -voorstellingen. In een glossy folder worden in het Engels twee- en driedaagse hotelarrangementen aangeboden in de regio: 200 euro voor een 3-day Liberation Package Royal.

Richard Ruiz, een 74-jarige Amerikaan met lang zwart haar, snuffelt tussen de vele boeken die uitgestald liggen op een tafel in het Arnhemse museum Airborne at the bridge. Om hem heen hangen snuisterijen en souvenirs: een magneetje met een afbeelding van de brug voor bijna 4 euro, een theelepeltje met het logo van Market Garden voor 7 euro. De Amerikaan vindt het museum ‘amazing’.

Quote

Toerisme is een pijler voor onze economie. En dit gebied rond Arnhem heeft veel te bieden rond de oorlog

Peter van ’t Hoog, Gelders gedeputeerde

‘Vandaag is het nog rustig’

Volledig scherm
Gedeputeerde Peter van ’t Hoog. © Provincie Gelderland

Van een Amerikaan meer of minder kijken ze hier niet op. De nationaliteiten van de bezoekers worden op een formulier bijgehouden. De langste rij met streepjes staat achter het Verenigd Koninkrijk. Nog voor Nederland.

Daarna volgt Duitsland. Ruiz en en zijn vrouw zijn alweer de vijfde en zesde Amerikaanse bezoekers van de dag. ,,Dan is het vandaag nog rustig”, zegt medewerker Yolanthe de Thouars. ,,We zien dat het steeds drukker wordt hier. We zien ook steeds meer Chinezen.”

Ruiz: ,,Mijn vrouw wilde graag de schilderijen van Van Gogh zien in Otterlo. Toen ik zag dat dat bij Arnhem in de buurt lag, was dit een mooie kans hier te gaan kijken. Mijn vader vocht in Europa toen ik geboren werd in 1945.” Dus bezocht het stel in de ochtend het Airborne Museum in Oosterbeek en is het nu te gast in Arnhem.

De provincie Gelderland is een grote aanjager van het oorlogstoerisme. Of zoals de provincie het zelf liever noemt herinneringstoerisme. Want, zo benadrukt gedeputeerde Peter van ’t Hoog, het belangrijkste doel is dat we de verschrikkingen van de oorlog niet vergeten. Als les voor de toekomst.

‘Unieke plek in de geschiedenis’

Maar de provincie weet natuurlijk ook dat de oorlog een belangrijke toeristische trekker is. En daarmee van grote economische waarde. Momenteel verdienen al duizenden mensen hun geld in de sector.

Jaarlijks stopt Gelderland gemiddeld 2 miljoen euro in het herinneringstoerisme. In een kroonjaar als dit loopt dat zelfs op naar ruim 6 miljoen euro.

De regio rond Arnhem en Nijmegen wil zich profileren als het Normandië van het Noorden, verwijzend naar de regio in Frankrijk waar in 1944 D-day plaatsvond en waar nu jaarlijks miljoenen toeristen het historische slagveld bezoeken.

,,We hebben hier een unieke plek in de geschiedenis. De strijd om de Grebbeberg, de vrede van Wageningen, Putten en natuurlijk de Slag om Arnhem”, somt gedeputeerde Van ’t Hoog op. Van de Gelderse bestuurder mag het aantal toeristen nog best toenemen. ,,Toerisme is een pijler voor onze economie. En dit gebied rond Arnhem heeft veel te bieden rond de oorlog.”

Tot dusver voerde Gelderland vooral campagne om binnenlandse toeristen te trekken. Maar nu denkt de provincie ook na over campagnes in het buitenland. Met name in de naburige deelstaat Noordrijn-Westfalen is nog een flink potentieel aan te boren.

Imposante infrastuctuur

Volledig scherm
Grafstenen zo ver het oog reikt op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. © Domien van der Meijden

Waar de bezoeker eind jaren 40 tegen betaling van 1 gulden kon gaan kijken naar oude tanks in Overloon, ziet de wereld er nu heel anders uit. Het aanbod is enorm. In Nederland staan bijna vierduizend monumenten die herinneren aan de oorlog.

Er zijn wandeltochten, fietsroutes en door het hele land liggen luisterkeien waar via een app op de telefoon een deel van het oorlogsverhaal te horen is. Nederland heeft kortom een imposante infrastructuur opgebouwd.

,,Ik ben blij dat het opvalt”, zegt Van ’t Hoog. ,,Het is ons doel alle verschillende initiatieven met elkaar te verbinden. Het moet een eenheid zijn waar voor iedereen wat te vinden is.”

‘Wat zijn het er veel!’

De groei van het oorlogstoerisme gaat in volle gang door. Daarbij wordt ook steeds nadrukkelijker gekeken naar de vijand van toen. De Duitsers. En niet alleen als toerist.

De 75-jarige Nijmegenaar Albert Ellen spreidt zijn armen. ,,Ongelofelijk. Wat zijn het er veel!” Samen met een groep camperaars uit Oost-Nederland is hij te gast op de Duitse militaire begraafplaats in het Noord-Limburgse Ysselsteyn, de grootste begraafplaats van Nederland.

Hier staan circa 32.000 kruizen. In lange kaarsrechte rijen, zo ver het oog reikt. Het is een indrukwekkend geheel. Ter vergelijking: hier liggen twaalf keer zo veel mensen als op de Canadese begraafplaats in Groesbeek en bijna vier keer zo veel mensen als in Margraten waar de Amerikaanse oorlogsslachtoffers begraven liggen.

Quote

Er is een enkeling die vindt dat hier alleen oorlogsmis­da­di­gers liggen. Die zijn erop tegen.

Tarcicia Voigt , gids Canadese begraafplaats in Groesbeek

Soberheid

Gids Tarcicia Voigt legt uit dat de kruizen op de begraafplaats bewust grijs zijn en niet wit als de grafstenen van geallieerde soldaten op andere begraafplaatsen. Ellen knikt instemmend. ,,Je moet er ook geen bedevaartsoord van maken.”

Lang was dit gigantische grafveld een vergeten plek. Er is ook geen enkele voorziening. Een boer aan de overkant verkoopt pompoenen, maar een kop koffie is niet te krijgen. Laat staan dat iemand op het idee komt op de lege parkeerplaats pannenkoeken of Duitse worsten te gaan verkopen, zoals in Overloon. Nee, de begraafplaats straalt in alle facetten soberheid uit.

‘Enkeling is erop tegen’

Toch lijkt daar nu na 75 jaar wat aan te veranderen. Voigt is niet alleen gids, maar ook initiatiefnemer voor een informatiecentrum op de begraafplaats. 3 miljoen euro heeft ze ervoor opgehaald. De bouw moet dit jaar beginnen. 

,,Het aantal bezoekers loopt de laatste jaren op. Het zijn er nu al 25.000 tot 30.000 per jaar. Het zijn nu geen nabestaanden meer, maar mensen die geïnteresseerd zijn in de oorlog”, legt ze uit. Voigt vindt het logisch dat die mensen ook op een fatsoenlijke plek naar het toilet kunnen en inderdaad ook een kop koffie kunnen krijgen.

Of er verzet is? ,,Er is een enkeling die vindt dat hier alleen oorlogsmisdadigers liggen. Die zijn erop tegen.”

De grens

Is er een grens aan oorlogstoerisme? Wanneer gaat interesse over in verheerlijking? Het zijn vragen waar de toeristensector mee worstelt. Zeker nu de interesse van het publiek alleen maar massaler wordt en er ook naar het Duitse perspectief wordt gekeken. Het publiek wil authenticiteit, wil de oorlog kunnen voelen.

Ook in Gelderland heeft de toeristische sector inmiddels het ‘schuldig erfgoed’ in kaart gebracht. Gebouwen en plekken die nadrukkelijk samenhangen met de Duitse bezetters. Gedeputeerde Van ’t Hoog weet nog niet wat hij van dat ‘foute’ erfgoed moet vinden. Hij is nog maar net in functie. Maar wel stelt hij dat er voor hem wel degelijk grenzen zijn.

,,Als terugkijken omslaat in verheerlijken. Als de oorlog een spel lijkt, is dat voor mij de grens. Dan mis je je doel. Het gaat erom wat blijft hangen. Als je denkt ‘oh wow dit is gaaf’ is dat niet de bedoeling. De boodschap moet zijn: Dit nooit, nooit, nooit weer.”

Popularisering van de oorlog

Komende maand promoveert onderzoeker Laurie Slegtenhorst van de Erasmus School of History, Culture & Communication op haar proefschrift Echte Helden: De popularisering van de Tweede Wereldoorlog in Nederland sinds 2000. In haar onderzoek constateert Slegtenhorst een aantal ontwikkelingen.

,,Je ziet dat oorlogstoerisme zich heeft ontwikkeld. Er is steeds meer bijgekomen. Er zijn meer evenementen en die worden gekoppeld aan bestaande evenementen zoals de Vierdaagse. Dat gebeurt om meer mensen te bereiken die normaal niet naar het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek zouden gaan.”

De onderzoeker concludeert dat de huidige generatie geïnteresseerd is in de oorlog, maar wel een ‘authentieke’ beleving wil ervaren. ,,Het is allemaal spectaculairder geworden. Neem de musical Soldaat van Oranje waarbij mensen letterlijk meedraaien met de avonturen van Erik Hazelhoff.

Ze krijgen het gevoel dat ze zelf op een schip staan. Dat ze onderdeel zijn van het verhaal. Er worden steeds modernere middelen ingezet zoals virtual reality apps om het publiek een echtere beleving van het verleden te geven.”

Daarnaast ziet de onderzoeker dat er meer aandacht is voor andere perspectieven. In moderne films en musicals wordt niet meer alleen simpelweg gedacht in zwart en wit, maar is de werkelijkheid vaak grijs.

Dit zet het publiek aan het denken over de vraag: Wat zou jij doen? Slegtenhorst concludeert wel dat het bij het toepassen van andere perspectieven complex is en verschillende reacties van het publiek uitlokt.

Lees meer verhalen over Market Garden in ons dossier