Een Pegida-demonstratie in de vorm van een carnavalsoptocht

Natuurlijk verbood burgemeester Jorritsma de ­Pegida-demonstratie van afgelopen donderdag. In heel Europa stonden mensen stil bij D-day. Uitgerekend op die dag wilde mijnheer Edwin Wagensveld met zijn enge clubje een protestmars organiseren door hartje Eindhoven. Enkel en alleen bedoeld om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Dat is niet alleen risicovol, maar ook compleet respectloos.

Volledig scherm
Rob Scheepers. © Dolph Cantrijn

Volgens de Pegida-voorman was het óók louter toeval dat de anti-islamdemonstratie precies gelijk viel met het Suikerfeest. Want mijnheer Wagensveld interesseert het allemaal geen ene mallemoer, zegt ie steeds.

Oké, Pegida gebruikt geen geweld. En ze valt niemand aan. Ze doet volgens de wet weinig verkeerd. Maar ik vind een anti-islambarbecue kleinzielig. Speklappen bakken voor een moskee. Lekker volwassen! En ondertussen heel hard richting de pers roeptoeteren dat het in ­Nederland niet verboden is om te barbecueën. Dat is even laf en kinderachtig als een kleuter die binnensmonds zijn tong uitsteekt naar zijn moeder.

Dus wat anders had de burgemeester kunnen doen? Hij zit absoluut niet te wachten op Pegida. Maar hij zit net zo min te wachten op rellende moslimjongeren. Niemand in Brabant zit daarop te wachten. Ook inwoners niet die na afloop van een ‘vreedzame tocht’ hun voortuin opnieuw moeten laten bestraten. Maar er komt uiteindelijk een moment dat de burgemeester de protestmars zal moeten toelaten in zijn stad. We hebben hier nu eenmaal het recht op protesteren. Echter, dat is niet gelijk aan het recht op provoceren. Of het recht op molesteren.