Volledig scherm
BNDS Column Ad Pertijs

Column: Vrouwen

Toen elf jaar geleden de Britse schuddebol Paula Radcliffe het wereldrecord op de marathon aanscherpte tot 2 uur, 15 minuten en 25 seconden, wierp zich de vraag op of vrouwen de mannen zouden kunnen kloppen op deze historische afstand. Waarom niet? Ze zijn lichtvoetig, ze zijn taai en ze zeggen (denken) een hogere pijngrens te hebben.

De Bredase bewegingswetenschapper Pieter Pas hielp de vrouwen snel uit hun droom. Want ze hebben een hoger vetpercentage dan mannen. ‘En in vet zit geen kracht of snelheid.’

De populariteit van Pas onder de Bredase schonen kelderde hard, maar tot dusverre heeft niemand zijn ongelijk aan kunnen tonen. In 99 procent van de sporten strijden mannen en vrouwen daarom gescheiden om de titels.

De paardensport is een uitzondering. Ook op het WK vierspan in Breda was er geen apart klassement. Na de dressuur stonden de vier vrouwen nog redelijk hoog in het klassement, maar de marathon deed hen ver naar beneden duikelen. „Niet zo vreemd”, zei de 30-jarige Duitse Mareike Harm. „Het kost nogal een kracht om de paarden op dat onderdeel in de hand te houden.”

De dag erop eindigde ze als tweede bij het kegeltjes rijden en klom daarmee op naar de negende plaats in de eindstand. „Maar van de mannen zal ik nooit kunnen winnen.”

Of de paardensportinstanties ooit zullen besluiten de vrouwen een eigen WK te geven? De kenners vrezen van niet. Paardensport gaat er prat op volkomen aseksueel te zijn. Dat geldt zelfs voor de paarden. Een merrie of een hengst? „Dat maakt niet uit”, zegt de bondscoach.

Hij fronst de wenkbrauwen pas als hij hoort dat er wel een apart WK is voor vrouwen bij het dammen. Wat dat wil zeggen? Hij wil er zich niet aan branden. En ik ook niet.

Misschien moet ik Pieter Pas maar weer eens bellen.

  1. Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten
    COLUMN

    Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten

    Mijn vader was een visserman. Hij verdiende de kost op het Hollandsch Diep met het vangen van paling, bot en spiering. Ik maakte dat eind jaren zestig van nabij mee, toen dat water arm aan vis was geworden. De paling die je er ving, was amper nog geschikt voor menselijke consumptie. Hij zat vol met al de chemische troep die zich op de bodem van het Hollandsch Diep had verzameld. Paling leefde in en van die bodem.