Volledig scherm
BNDS Column Ad Pertijs

Column: Spel

Wielerliefhebbers die beweren dat voetbal in vergelijking met hun grote liefde meer een spel is dan een echte sport, weten niet waar ze zo graag naar kijken.


Belgen hebben er een mooi woord voor: koers. Dat is één op één geen ander woord voor wedstrijd.

Koers is zoveel meer. Koers is het spel dat de sport oneindig meer diepgang geeft en leuker maakt. Erik Dekker kon het als geen ander en zaterdag liet Greg van Avermaet zien hoe je een wedstrijd overtuigend kunt winnen zonder de beste te zijn. Koers dus. Aan het strand van Copacabana werd weer eens duidelijk hoeveel spannender het wordt als een wedstrijd niet bergop eindigt.

Een afdaling waarin van alles gebeurde én een (voor Majka) dodelijk vlak laatste stuk langs de zee, waren de ingrediënten die van de ontknoping van de olympische wegwedstrijd een onvergetelijke thriller maakten. Oftewel, leg de finish van de Amstel Gold Race volgend jaar gewoon weer aan de Maasboulevard in Maastricht.

Met andere sporten is het al net zo. Bij het zien van de volleybalwedstrijd van de Oranje-vrouwen (tegen China) kwam spontaan het gevoel van de verstikkende spanning van de mannenfinale in Atlanta (1996) weer boven. Het is de enige keer ooit dat ik van de zenuwen bleef ijsberen tussen de tv en de lege straat.

Het spel maakt de sport onvoorspelbaar. Niet voor niets wordt een tijdrit pas leuk als het een seconden-‘spel’ wordt. Zelfs darts houdt je om die reden op het puntje van de stoel. Een marathon zou veel boeiender worden als ze eens ophielden met het schematisch aansturen op een toptijd. Maak er een koers van.

Want zelfs de Profronde van Zevenbergen gisteren was leuker om aan te zien. Omdat de heren weten hoe ze ook dat spel moeten spelen.

  1. Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten
    COLUMN

    Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten

    Mijn vader was een visserman. Hij verdiende de kost op het Hollandsch Diep met het vangen van paling, bot en spiering. Ik maakte dat eind jaren zestig van nabij mee, toen dat water arm aan vis was geworden. De paling die je er ving, was amper nog geschikt voor menselijke consumptie. Hij zat vol met al de chemische troep die zich op de bodem van het Hollandsch Diep had verzameld. Paling leefde in en van die bodem.