Volledig scherm
BNDS Column Ad Pertijs

Column: Speelgoed

Topsport kan saai zijn. Dat kan de conclusie zijn na weekje schaatsen, veldrijden en darten.

Op een en dezelfde dag (gisteren dus) pakte Sven Kramer zijn negende Europese schaatstitel, won de herboren Marianne Vos haar zesde Nederlandse crosstitel en bracht jonkie Mathieu van der Poel zijn aantal vaderlandse veldrittitels op drie. In alle drie de gevallen werd duidelijk waarom vooraf al werd gezegd dat ze niet te kloppen waren. Ze degradeerden de rest tot speelgoed.

‘Je hebt tegenstanders nodig om te winnen’, reageren toppers vaak op de vraag of de rest niet beter thuis had kunnen blijven. Zoals je een bal nodig hebt om te kunnen scoren.

In het darten was het tijdens de afgelopen feestdagen niet anders. Michael van Gerwen legde ieder slachtoffer tijdens het WK met zijn scherpe pijltjes ongenadig op de pijnbank. Brabant en verre Hollandse omstreken zagen het juichend aan.

Direct echter stak de discussie weer de kop op of Van Gerwen eigenlijk wel een topsporter is. ‘Want is darten niet meer een spel dan een sport?’

Ammehoela! Was iedere Nederlandse voetballer maar zo gedreven en bezeten van zijn vak als de Hulk uit Vlijmen. Topsport is iedere keer weer jezelf weten te bewijzen op het hoogste niveau. Of de sport nu groot of klein is. Daar zeuren we immers ook graag over. Dat schaatsen en veldrijden mondiaal weinig voorstellen. Ze zijn klein, maar daarom kunnen we niet zeggen dat het geen topsport is. En daarom ook is het niet saai.

In een grote sport als tennis nam de bewondering voor Roger Federer alleen maar toe naarmate hij meer won. Zie het maar eens voor elkaar te krijgen.

Daarom kijk ik nu al uit naar de tiende van Sven, de zevende van Marianne, de vierde van Mathieu en de derde van Michael.