Volledig scherm

Column: Rustpunt

Henk, Jan en Jos wassen andermaal hun auto, terwijl hun echtgenotes frisgewassen T-shirts en korte broeken aan de lijn hangen. Op de achtergrond zien we steevast de zee en af en toe komt een klepperende ooievaar in beeld.

Tijdens het bereiden van de tapas laten Ria en Ger Franken zien waar ze vandaan komen: ze bereiden hun hapjes met ansjovis. Bergser kan het bijna niet. En als Ria een schort blijkt te dragen met opdruk De liefste ma en beste kok van BoZ, weten we het 100 procent zeker.

De tv-hit We zijn er bijna herbergt West-Brabantse deelnemers. Ik kan niet wachten hun te vragen of er buiten de opnames nooit eens ruzie is ontstaan onder de vijftig ouderen die we wekenlang met camper of caravan door Spanje en Portugal zagen trekken. Of hun mover er soms ook de brui aan gaf, of ze een mini-strijkijzer bij zich hadden en of ze de oplossing weten van de rebus, want op dat antwoord zit ik nog steeds te wachten.

We zijn er bijna is dé zomerhit en trekt wekelijks bijna 2 miljoen kijkers. Meest kleurrijke deelnemer is wat mij betreft Bert Aussen. Deze geluidsjager (‘hoor ik daar de wielewaal?’) met Chriet Titulaer-baardje heeft mijn hart gestolen.

Ik pleit voor meer Bert op tv. Want Bert en zijn grijze zomervrienden zorgen voor een klein uurtje vreugde in vele huiskamers. Ze houden ons even weg van de actualiteit, weg van de aanslagen en ander groot leed waar we onderhand dagelijks mee te maken hebben.

Het is een genot om te kijken naar gewone mensen die gewone dingen doen. We zijn er bijna kan niet Nederlandser. Daarom is het ook zo’n succes. Het is een rustpunt in een wereld die op hol lijkt te zijn geslagen.

  1. Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten
    COLUMN

    Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten

    Mijn vader was een visserman. Hij verdiende de kost op het Hollandsch Diep met het vangen van paling, bot en spiering. Ik maakte dat eind jaren zestig van nabij mee, toen dat water arm aan vis was geworden. De paling die je er ving, was amper nog geschikt voor menselijke consumptie. Hij zat vol met al de chemische troep die zich op de bodem van het Hollandsch Diep had verzameld. Paling leefde in en van die bodem.