Volledig scherm

Column: Ons Corry

Ze krijgt morgen nog niet het douceurtje van Vader Drees, dat komt pas over een paar maanden. Maar omdat een 65ste verjaardag toch nog altijd als een mijlpaal in iemands leven gezien wordt, gaat deze column over Corry Konings. Geboren en opgegroeid in Breda, volwassen geworden in ’t Heike.

Onlangs laaide de discussie weer op: wat is een smartlap? Op het hoofdpodium van het Bredase festival Tranen van Van Cooth stonden - op heldentenor Jacques Herb na - alleen wat Nederlandstalige artiesten, wier zouteloze schlagerrepertoire mijlenver af ligt van de échte tranentrekker, die scherper dan salpeterzuur in de ziel van de luisteraar bijt.

Moeders sterven op het kraambed. Vissers blijven achter op zee, Manuela ligt nu alweer 45 jaar - zwaargewond, een glimlach om haar mond - op de snelweg. Dát zijn de echte!

Corry Konings zingt ook geen smartlappen. Zij werd groot met De Rekels, Pierre Kartner was verantwoordelijk voor de briljante sound. Geen smartlap, ook geen schlager. Nee, Corry zong iets unieks: bitterzoete Nedercountry met een zachte g. Zij was en is de West-Brabantse Tammy Wynette. Had Dolly Parton ooit een Engelse versie van Zonder ’t te weten of Breng mij nog eenmaal naar huis opgenomen, dan was het zeker een miljoenenhit geworden!

Corry is ook nooit camp geweest. Nou goed, toch één keer, maar haar ondeugende flirt met dat gajes uit Maaskantje vergeven we haar graag.

Morgen is Corry dus jarig. Op die dag is ook de officiële opening van het nieuwe station in Breda. Liverpool heeft zijn John Lennon Airport. Een meer dan terechte naam. Waarom noemen wij Breda CS ook niet naar een artiest, die van ons allen is?

Station Ons Corry. En iedere keer als daar weer een trein vertrekt, klinkt haar lichte hese stem: Adio, Adio, Adio.

  1. Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten
    COLUMN

    Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten

    Mijn vader was een visserman. Hij verdiende de kost op het Hollandsch Diep met het vangen van paling, bot en spiering. Ik maakte dat eind jaren zestig van nabij mee, toen dat water arm aan vis was geworden. De paling die je er ving, was amper nog geschikt voor menselijke consumptie. Hij zat vol met al de chemische troep die zich op de bodem van het Hollandsch Diep had verzameld. Paling leefde in en van die bodem.