Volledig scherm
BNDS Column Ad Pertijs

Column: Janker

Tranen horen bij topsport. Janken niet. Dat is wat veldrijder Mathieu van der Poel afgelopen week ondubbelzinnig duidelijk maakte aan Niels Albert, de ploegleider van zijn grootste concurrent Wout van Aert. ‘Matje’ en Wout beheersen het cyclocrossen, een kleinere sport, die vooral bij de anders zo flegmatieke Belgen veel emoties losmaakt. De cross is hun sport.

Het WK is de dag waar de hele Vlaamse natie al maanden naar uitkijkt. Met tienduizenden trekken ze volgende week naar Luxemburg. Voor het achttiende gevecht van de eeuw. Wout versus ‘Matje’. Ze zijn beiden jong.

Wekelijks vechten de twee bloedstollende duels uit. Ze maken elkaar echter alleen maar tijdens de cross het leven zuur. Eenmaal voorbij de meet is dat voorbij.

‘Het is allemaal zo braaf’, klagen de oudgedienden van de cross dan. In hun tijd ging het wel anders. Vooral in de weken voor het WK probeerden ze elkaar gek te maken met allerhande uitspraken of acties.

De Nederlandse kopman Richard Groenendaal werd (in 2002) uitgeroepen tot staatsvijand nummer 1. In 2009 trok een compleet supporterslegioen naar Hoogerheide om te verhinderen dat Lars Boom wereldkampioen werd. Vader Adrie van der Poel bouwt het WK-parcours. Albert is bang dat pa zijn zoontje daarbij gaat bevoordelen. Mathieu van der Poel reageerde direct en hard met een tweet die Albert neerzette als een eeuwige klager. De afsluitende hashtak ‘janker’ hakt er helemaal in. Want het laatste wat een topsporter doet is janken. Wout en Mathieu hebben geen stekelige teksten nodig om te kunnen winnen. Hun begeleiders kennelijk wel. En daarmee heeft Niels Albert vooral zijn eigen pupil Wout van Aert geen dienst bewezen. Wout moet twee weken overal omzichtig reageren op uitspraken van zijn baas. Dat leidt af. Ondertussen mag hij vrezen wat Mathieu van plan is: alle jankers in Luxemburg laten huilen van ellende.