Volledig scherm
BNDS Column Ad Pertijs

Column: Iten

Heel Kenia loopt. Wandelen welteverstaan. In het land dat de afgelopen twee weken zes gouden medailles pakte op loopnummers variërend van de 800 meter tot de marathon, zie je verrassend weinig mensen rennen.

Op een zondagmorgen in een drukke voorstad van Nairobi was ik zelfs de enige die de loopschoenen had aangetrokken voor een pittig duurloopje.

De man van het hotel vond het niet vreemd. „Lopen doen ze bij ons in het noorden”, zei hij wijzend in de richting van de fameuze Rift Valley. De gemiddelde Keniaan in de stad heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Overleven is daar de boodschap.

Arif, een vriendelijke man die toeristen begeleidt op hun safari’s, vertelde me lachend dat hij er pas na twee jaar achter kwam dat zijn buurman Thomas Longosiwa brons had gewonnen op de Olympische 5.000 meter in Londen. „Bijna niemand hier weet wie al die atleten zijn uit het noorden. Het zijn ook steeds weer anderen”, verdedigt hij zich.

Hij vindt het aan de andere kant wel weer grappig dat wij als het land waar bijna iedereen in zijn vrije tijd door bossen, polders en parken rent, kansloos zijn op de marathon tegen de eerste de beste Keniaan die komt overgevlogen uit Afrika.

Gistermorgen was Iten de locatie van mijn zondagse duurloopje. ‘Welkom in het dorp van de kampioenen’ staat er levensgroot op een bord bij de ingang van het 3.000 inwoners tellende plaatsje. „Hier zijn de grote kampioenen geboren”, zegt de man bij de poort van de oude gravelbaan vol trots als ik er vier rondjes heb gelopen. Of hij zou gaan kijken naar de marathon? „Geen televisie”, is het antwoord.

Hij hoort het wel als de kampioenen zijn teruggekeerd in Iten.

  1. Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten
    COLUMN

    Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten

    Mijn vader was een visserman. Hij verdiende de kost op het Hollandsch Diep met het vangen van paling, bot en spiering. Ik maakte dat eind jaren zestig van nabij mee, toen dat water arm aan vis was geworden. De paling die je er ving, was amper nog geschikt voor menselijke consumptie. Hij zat vol met al de chemische troep die zich op de bodem van het Hollandsch Diep had verzameld. Paling leefde in en van die bodem.