Volledig scherm

Column: Gescheiden

Ik kon er niets aan doen. Terwijl mijn vochtige ogen de sierlijke bewegingen van het kakelverse echtpaar op de dansvloer volgden, gleden mijn gedachten weg. Naar al diegenen die ooit getrouwd en alweer gescheiden zijn. Ik kon er, afgelopen vrijdag in die volle feestzaal in Ossendrecht, zo al een stuk of zes aanwijzen. Waarom gaan er toch zoveel huwelijken kapot? Bezint eer ge begint!


Zelf ben ik een kind van gescheiden ouders. Een van de eersten, zou ik bijna trots kunnen zeggen. In het nog zwaar katholieke dorp werd zoiets niet gedaan. Mijn ouders, van protestantse huize, deden het wel en dat was ook hard nodig. Zonder elkaar waren ze veel beter af dan met elkaar. Ze hebben wel gewacht met de breuk tot mijn broers en ik de leeftijd hadden om het te begrijpen.

Dat wachten is er tegenwoordig niet meer bij en daar heb ik lang moeite mee gehad. Wat je je kleine kroost aandoet als je als vader en moeder apart gaat wonen, is soms echt wreed te noemen. Had dan geen kinderen genomen!

Ja ja, makkelijk gezegd van iemand zonder kinderen. Klopt. En ik neem nog een stapje terug. Ik zie dat de samenleving hard bezig is om zich aan te passen aan de niet-goed-ring-terug trend. Kinderen weten al niet beter: in groep 3 op de basisschool zijn de ouders van één op de drie jongens en meisjes uit elkaar, vertelde een Bergse onderwijzeres me laatst.

Dat levert na een zware gewenningfase vooral veel gehannes op met ophalen en wegbrengen, bij wie vieren ze de feestdagen en dergelijke. Geluksmatig gaan ze er in de regel echter fors op vooruit: ze hebben ineens twee warme nesten in plaats van één broeinest van stress, haat, nijd en ruzie.

Dat ik er nog eens zo anders over zou denken dan vroeger, had ik nooit voor mogelijk gehouden. Wat een bruiloft al niet met je doet.

  1. Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten
    COLUMN

    Moerdijk mocht dan een vissersdorp zijn, vis werd er amper gegeten

    Mijn vader was een visserman. Hij verdiende de kost op het Hollandsch Diep met het vangen van paling, bot en spiering. Ik maakte dat eind jaren zestig van nabij mee, toen dat water arm aan vis was geworden. De paling die je er ving, was amper nog geschikt voor menselijke consumptie. Hij zat vol met al de chemische troep die zich op de bodem van het Hollandsch Diep had verzameld. Paling leefde in en van die bodem.