Volledig scherm
© ANP

Wonen in verbouwde
Bredase garage mag
niet van Raad van State

BREDA/ DEN HAAG - De eigenaresse van een woning aan de Ulvenhoutselaan in Breda moet een einde maken aan bewoning van de voormalige garage achter haar huis. Dat heeft de Raad van State deze week bepaald.

Daarmee volgt de Raad een eerdere uitspraak van de rechtbank. Die gaf de gemeente Breda gelijk in haar opvatting dat het wonen in deze verbouwde garage onrechtmatig is. 

Dwangsom

Het stadsbestuur maakte met een dwangsom van 10.000 euro een einde aan de bewoning. In de hoger beroepszaak bij de Raad van State probeerde de zoon van de eigenaresse zes weken geleden de rechter ervan te overtuigen dat de inmiddels betaalde dwangsom van tafel zou worden gehaald en dat er toestemming zou komen voor bewoning. Hij betoogde dat het bijgebouw in 1993 al is verbouwd tot woning en dat dat destijds in overleg met de gemeente is gegaan. 

Toestemming

De gemeente Breda heeft daar niets van in de archieven kunnen vinden. Een vergunning voor verbouwen is nooit verleend. 
Volgens de gemeente zou het kunnen dat in het verleden toestemming is gegeven voor wat tegenwoordig een mantelzorgwoning heet. “Maar dat is altijd maar voor een tijdje”, betoogde een woordvoerder van de gemeente tijdens de zitting.

Overgangsrecht

Zoon en moeder probeerden met bewijzen aan te kunnen tonen dat het bijgebouw van 1993 tot nu onafgebroken bewoond is geweest. Het zogeheten gebruiksovergangsrecht in het bestemmingsplan zou dit gebruik beschermen, de gemeente kan daar dus niet tegen optreden, aldus het betoog.
In navolging van gemeente en rechtbank stelt nu ook de Raad van State vast dat het bijgebouw zonder vereiste vergunning is verbouwd tot woning en bewoning ervan niet mag. 

In samenwerking met indebuurt Breda