Volledig scherm

Wapentuig werd volkenkunde aan Kasteelplein

De historie van het Volkenkundig Museum ‘Justinus van Nassau’ wordt beschreven in het nieuwe, zesde deeltje van de gemeentelijke ErfgoedReeks. Vanmiddag is de presentatie op de KMA.

Terwijl het plaatselijke museumwereldje in rep en roer is over de toekomst van het Breda's Museum, verschijnt vanmiddag een historische monografie over een rijksmuseum dat Breda achttien jaar geleden verloor: Volkenkundig Museum 'Justinus van Nassau', dat van 1956 tot en met 1992 in het gelijknamige monument aan het Kasteelplein was gevestigd.



Auteur van de uitgave is cultureel- antropologe dr. Marie-Antoinette Willemsen, bestuurslid van de Vereniging voor Volkenkunde Breda (VVB). Nauwgezet en (over)gedetailleerd beschrijft zij voorgeschiedenis, opkomst en ondergang van 't eerste en enige rijksmuseum dat Zuid-Nederland rijk geweest is. Toen het museum volgens ministerieel besluit per 1 januari 1993 sloot, ging niet alleen een waardevolle culturele en educatieve instelling voor Breda verloren.De in 1978 opgerichte VVB verloor prompt haar belangrijkste doelstellingen: het museumbezoek bevorderen en het met donaties en sponsoring van - broodnodige - inkomsten voorzien.



De verweesde vereniging stimuleert nu sinds de sluiting statutair 'de algemene belangstelling voor volkenkunde, met name kennis over de niet-westerse culturen'. In de huidige praktijk komt dat meer op het jaarlijks organiseren van negen lezingen en één excursie. De circa tweehonderd leden komen bijeen in de Nieuwe Veste.



Concreet herinneren alleen de vergrijzende VVB, de naar Leiden verhuisde collectie en het inmiddels tien jaar oude appartementencomplex Justinus van Nassau aan het Kasteelplein nog aan die 37 rijksmuseumjaren.



De waardevolle collectie inheemse voorwerpen uit culturen van over de gehele wereld was van puur functionele oorsprong. En niet met een publiek oogmerk opgezet, maar als onderwijsmateriaal voor toekomstige officieren van het Nederlandsch-Indische Leger (het latere KNIL).



Die jongens werden tijdens hun - aparte - opleiding aan de KMA vertrouwd gemaakt met het dagelijkse leven in de kolonie. Want die blanke ijzervreters konden natuurlijk niet plompverloren in de Gordel van Smaragd worden gedropt. Dus behalve taallessen (Maleis, Javaans) kregen ze aanschouwelijk onderricht aan de hand van allerlei voorwerpen. Krachtens de aard van 't militaire beestje ging 't daarbij vooral om wapens - krissen, klewangs, speren - en daaraan was hier geen gebrek. De natie placht rond 1900 opstandige volken in de archipel bloedig te onderwerpen en dat leverde onveranderlijk rijke buit en massa's wapentuig op.



Het ministerie van Oorlog zorgde ervoor dat de KMA geregeld een flinke portie van zulke inheemse krijgswaar kreeg en hoge officieren deden hun oude opleiding ook nog wel eens hun eigen collectie cadeau. Deze 'etnografische verzameling' werd aanvankelijk in het oude HBS-gebouw (nu Koningin Wilhelminapaviljoen) uitgestald en toen dat uitpuilde, ging de boel in 1923 naar de vrijgekomen gouverneurswoning aan de overkant: het pand Justinus van Nassau.



Pas eind jaren 1930 kwam het daar tot reguliere openstelling voor het Bredase publiek. Maar het was wijlen de oud-cadet en cultureel-antropoloog Sjoerd Nauta die vanaf 1948 de KMA-verzameling tot een burgerlijk Museum voor Volkenkunde zou omvormen. Hij verbreedde de collectie - de toevoer uit het inmiddels onafhankelijke Indonesië was toch opgedroogd - en hij kreeg met steun van gouverneur Puffius gedaan, dat het oorlogsministerie na een gebouwenruil het pand in 1956 aan het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 0verdroeg. Maar ambtenaren werken trager dan militairen. Nauta kon niet eerder dan in 1963 gaan verbouwen. En pas weer in 1970 opengaan.



Daarmee was Breda nog niet van 'Den Haag' af. Hoewel het museum rond 1980 jaarlijks 25.000 tot 29.000 bezoekers trok, hing het ministerie kort nadien al het zwaard van Damocles boven 'Justinus'. De veranderde opvattingen over kolonialisme, Haagse bezuinigingspolitiek en dito bevoordeling van de randstedelijke hoofdvestiging in Leiden deden het Bredase rijksmuseum in 1992 voorgoed de das om. Op 31 december van dat jaar was het allemaal voorbij.



'Volkenkunde in Breda', €19,90.

Justinus van Nassau - de persoon, het pand en het museum

Bouwperiode: 1601-1606.

Huidige vorm dateert van 1790: verbouwing door vestinggouverneur prins Willem Frederik (de latere koning Willem I).

Naamgever: Justinus van Nassau (1559- 1631), Bredase bastaardzoon van Willem van Oranje, lt.-admiraal, dan gouverneur vesting Breda (1601-'21), dan Leids wetenschapper.

1795-1802: pand is kazerne en hospitaal.

1803-1811: pand is zetel Breda van het Departementaal Gerechtshof van Brabant.

Beroemdste bezoeker: Napoleon Bonaparte, hij hield hier korte audiëntie op 6 mei 1810.



1828-1923: ambtswoning gouverneur KMA.



1905: KMA begint met aanleg van collectie inheems wapentuig uit Nederlands-Indië.



1926: Etnografische verzameling KMA ('Indische Museum') in Justinus ondergebracht.



1938: collectie: Ned.-Indië + Nw.-Guinea.



1956: dependance Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden; uitbreiding collectie (inheemse voorwerpen uit de hele wereld).



1957: Justinus... etc. nu ook museumnaam.



1962-'66: grote verbouwing en uitbreiding.



1970 (12 okt.): heropening door prins Claus.



1992 (31 dec.): museumsluiting.



2001: restauratie en verbouwing pand tot huidige luxe appartementencomplex.

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Breda