Volledig scherm
De plek aan de Lunetstraat waar op 6 januari 2017 autohandelaar Peter van der Linde werd doodgeschoten. © ron magielse / pix4profs

Vrijspraak bepleit in liquidatiezaak Peet van der Linde, politie speelde toneelspel

BREDA - Advocaat Gerald Roethof van verdachte David J. van de liquidatie op Peet van der Linde heeft maandag vrijspraak bepleit. De bekentenis van de Willebrorder is door ‘toneelspel’ van undercoveragenten onbetrouwbaar en zou niet mogen worden gebruikt voor een veroordeling. Dat zei de raadsman maandag bij de rechtbank in Breda.

Vanwege de liquidatie van Peet van der Linde zijn vorige week bij de rechtbank celstraffen geëist van twee keer 24 en één keer 26 jaar cel. Van der Linde werd op 6 januari 2017 doodgeschoten op de Lunetstraat in Breda, voor café ‘t Hoekske aan het Dijkplein.

Mocht de rechtbank meegaan in het idee van Roethof dat de undercoveractie van justitie niet door de gerechtelijke beugel kan, blijft er volgens hem te weinig over om David J. überhaupt te veroordelen. Datzelfde geldt dan mogelijk ook voor verdachte Piet S. uit Etten-Leur, die opdracht zou hebben gegeven voor de liquidatie. Corné R. uit Sprundel is in dat geval de enige die wordt veroordeeld. Hij heeft bekend dat hij Van der Linde doodschoot, maar dat zou zijn gebeurd na een ruzie over geld in een opwelling. Ook hij ontkent dat er een plan was.

Undercoveragenten

Roethof wees in zijn pleidooi nadrukkelijk naar de uitspraken van de Hoge Raad van vorige maand in twee andere moordzaken. De hoogste rechter zette grote vraagtekens bij de manier van werken van undercoveragenten. Die zouden mogelijk verdachten zodanig onder druk zetten dat ze niet meer vrij waren om te vertellen wat ze zelf willen. Hoewel justitie stelde dat dat bij David J. niet zo was, vond Roethof van wel.

J. werd ingepakt door toneelspelers, zei de advocaat. Die maakten J. wijs dat hij met zware criminelen te maken had ‘uit het hoge segment’. Voor hen zou J. klussen kunnen doen en daarmee zou hij mogelijk wel 1,4 miljoen euro kunenn verdienen. Uiteindelijk zou J. in een gesprek tegen agenten ‘Boris’ en ‘Danny’ hebben gezegd dat hij bij de moord de vluchtauto van Corné R. bestuurde, die in opdracht van Piet S. de liquidatie uitvoerde. J. ontkent dat overigens en zegt dat hij zei dat hij alleen maar vertelde dat hij daarvan verdacht werd.

‘Hersenspinsels’

Het is allemaal niet te controleren, stelde Roethof. ,,De verslaglegging van het hele project is te summier. Het kan toch niet zo zijn dat ze een hele dag samenvatten in een paar regels?” En dan de alcohol die tijdens de gesprekken werd genuttigd, wees Roethof. Daarnaast noemde hij de verslagen van de undercoveragenten ,,verschrikkelijk onvolledig. Je kan er niet uit afleiden wat er nu precies is gevraagd en gezegd. U neemt het risico dat u hersenspinsels in de bewijsconstructie gaat gebruiken. Dat moet u niet willen.’'

Wanneer de uitspraak is, is nog onduidelijk.

In samenwerking met indebuurt Breda