Jane en Eli Matitahatiwen (l) en hun kinderen. Voor op de foto oma Jo en achter haar staat Ben Souhuwat.
Volledig scherm
Jane en Eli Matitahatiwen (l) en hun kinderen. Voor op de foto oma Jo en achter haar staat Ben Souhuwat. © EDWIN WIEKENS

Molukkers in Breda: 'Wij zijn Nederland niets schuldig'

ReportageBREDA - Altijd moeten mensen met een Molukse achtergrond verantwoording afleggen over de acties van de jaren '70. Dat zijn ze meer dan beu. ,,De Nederlanders moeten eerst eens bij zichzelf te rade gaan.''

Voor de meeste Molukkers verdwijnt de pijn van hun geschiedenis nooit helemaal. Altijd knaagt onderhuids de wetenschap dat hun grootouders in Indonesië zijn verraden door de Nederlandse regering. Tegelijkertijd dragen ze de last met zich mee van diverse gijzelingsacties en treinkapingen, die uit hun naam zijn gepleegd.

Molukkers hebben in de jaren '70 Nederlanders gedood. Daarbij zijn sommige daders omgekomen. Deze gebeurtenissen zijn nog steeds niet verwerkt. Zo is de discussie over de vraag of mariniers de treinkapers bij De Punt doelbewust hebben geëxecuteerd, weer springlevend.

Maar het leven gaat door. Bijvoorbeeld in de Driesprong, de Molukse buurt in Breda. Daar groeit nu een vierde generatie Molukkers op. Hoe kijkt deze gemeenschap naar het beladen verleden? En voelt ze zich na al die jaren opgenomen in de Nederlandse samenleving?

Molukkers uit Breda zijn het 'strontzat'

,,Ja, in 1977 zou ik misschien ook wel in de trein zijn gestapt als gijzelnemer. Waarom? Om ervoor te zorgen dat de Nederlandse overheid eindelijk toegeeft dat ze de Molukse gemeenschap jarenlang voor de gek heeft gehouden. En dat de vierkleur van de RMS weer boven de Molukken hangt.''

Eli Matitahatiwen (40) uit Breda is het 'strontzat' dat hij vanwege zijn Molukse achtergrond altijd weer verantwoording moet afleggen voor wat er in de jaren '70 in naam van de Molukse gemeenschap is gebeurd: treinkapingen en de gijzeling in een basisschool en een ambassadewoning. Nederlanders zouden eerst eens bij zichzelf te rade moeten gaan, vindt hij. Want de Nederlandse overheid is slap: ,,In de Tweede Wereldoorlog stuurden ze onze grootouders op de Jappen af omdat ze zelf het lef niet hadden. En dan al die gebroken beloftes van na de oorlog... Is dat dan niet heftig? Het verraad snijdt tot diep in mijn ziel.''

Als voorzitter van Dewan Wijkraad Maluku Breda is Matitahatiwen gedwongen om diplomatiek op te treden. In gesprekken met overheden moet er tenslotte altijd sprake zijn van balans.

Maar er komt een moment, zegt hij, dan breekt er iets: ,,Altijd weer antwoord geven op dezelfde vragen. Het is genoeg geweest. Vandaag laat ik mijn emoties gaan. Ben ik dan gevaarlijk? Nou, het Moluks erfgoed zal ik altijd met hart en ziel bewaken, maar niet ten koste van mensenlevens. Maar ik ben het echt zo verschrikkelijk beu dat ik mezelf altijd weer moet lopen verontschuldigen. Al heel mijn leven lang.''

'Ik heb niet eens afscheid kunnen nemen'

Matitahatiwen doet zijn verhaal in het huis van zijn schoonouders. Daar is ook Johanna Wattimena, 'oma Jo', de 90-jarige grootmoeder van zijn vrouw, Jane.

Oma Jo is even breekbaar als dat ze strijdbaar is. ,,De Nederlandse regering moet er nog steeds voor zorgen dat de Molukse gemeenschap terug kan. Ik heb niet eens afscheid van mijn ouders kunnen nemen. Waarom luisteren ze wel naar de Indonesische regering, en niet naar ons? Ze hebben ons bedrogen'', zegt de in Makassar geboren grootmoeder.

In 1951 komt oma Jo met haar man Matoea Mattheüs Wattimena naar Nederland. Na een verblijf in het voormalige concentratiekamp in Vught en onderkomens in Kruiningen en Winterswijk komt ze met haar gezin in Breda terecht. ,,Je moet het leven nemen zoals het komt'', zegt ze. Over Breda: geen klachten. Ze ziet dat een deel van haar kinderen en kleinkinderen met Nederlandse jongens en meisjes trouwen. Niets mis mee: ,,We zijn allemaal Gods schepping.'' De pijn van het geforceerde vertrek uit Nederlands-Indië is echter nooit verdwenen. ,,Ik wil nog steeds terug naar de Molukken. Maar niet alleen. Wel met kinderen en kleinkinderen.''

'De fakkel moet blijven branden'

De vraag is hoeveel van haar familieleden daar nog zin in hebben. De jongste generaties missen de strijdlust van hun opa's en oma's, zegt oma Jo.

Haar kleindochter Jane (41) herkent dat, al heeft ze er zelf geen last van. ,,Cultuur, geloof... Het is aan ons om het Moluks erfgoed te bewaken en over te dragen op onze kinderen. Maar ik zie het verwateren. Neven en nichten verwesteren.''

,,De fakkel moet binnen het gezin blijven branden'', zegt haar echtgenoot. ,,Als onze kinderen het Moluks erfgoed niet van ons overnemen, dan hebben Jane en ik als ouders gefaald. Niet de kinderen. Wij!''

Treinkapingen De Punt

Dat Moluks erfgoed is intussen onlosmakelijk verbonden met onder meer de treinkapingen bij De Punt en Wijster. Daarbij zijn doden gevallen. Het trauma is nog lang niet verwerkt, noch aan Nederlandse, noch aan Molukse kant.

Op dit moment wordt weer gepraat over de vraag of enkele van de gijzelnemers bij De Punt zijn geëxecuteerd. Voor wijkraadsvoorzitter Matitahatiwen zijn de treinkapingen echter 'een gepasseerd station'. ,,Maar elke keer word ik er weer op aangesproken. Waarom? Het zijn negatieve gebeurtenissen, maar niet maatgevend voor de Molukse gemeenschap. Ik kan de Nederlandse regering ook vragen: 'Waarom zitten we hier na al die jaren jaren nog steeds?' Of heeft de overheid die verantwoordelijkheid na al die jaren niet meer? Wat een stomme vraag! Ik zie elke dag de pijn van mijn grootmoeder. Dat wakkert het vuur bij mij alleen maar aan. Natuurlijk is de overheid verantwoordelijk voor het lot van de Molukkers. Die heeft ons hierheen gehaald. Wij zijn Nederland niets schuldig! Maar tot nu toe kan er zelfs geen excuus vanaf.''

Matitahatiwen is op het militante af boos om wat de Molukkers door de jaren heen moesten doorstaan. En hij laat zich niet de mond snoeren. Toch weet hij, net als oma Jo, dat de strijdvaardigheid in Molukse kringen afneemt. ,,Nu heerst er een andere mentaliteit'', zegt zijn schoonvader Ben Souhuwat.

Thuis in Breda?

Ook in de Driesprong verandert er iets. De wijk is voor het grootste deel gesloopt en wordt opnieuw opgebouwd. Mooier, groter, beter... Alleen de jaren '60-huizen in het Molukse deel van de buurt staan nog overeind. Als een herinnering aan de jaren van wederopbouw en dekolonisatie.

De Molukse bewoners gaan steeds meer op in de Bredase gemeenschap. Ze verhuizen naar andere wijken, winkelen en stappen in de binnenstad en staan in het Rat Verlegh-stadion te springen voor NAC.

Betekent dit ook dat ze er in Breda echt bijhoren? Dat ze hier nu thuis zijn?

Matitahatiwen heeft zo zijn twijfels. Altijd steekt de geschiedenis de kop weer op. ,,Het lijkt wel alsof we niet daar niet aan kunnen ontsnappen. Het is onze rode draad. Ik wil het er niet meer over hebben. Echt, dit is de laatste keer'', zegt de Bredase wijkraadsvoorzitter. ,,Totdat er wéér iemand komt die wil weten hoe het ook al weer zat met die treinkapingen en de Molukkers. Dan ga ik het tóch weer uitleggen. Want dat is erg belangrijk: uitleggen.''

Molukkers uit Breda tijdens een stille tocht naar het stadskantoor. Ze maakten zich zorgen over de gevechten tussen moslims en christenen die in 1999 waren uitgebroken op Ambon.
Volledig scherm
Molukkers uit Breda tijdens een stille tocht naar het stadskantoor. Ze maakten zich zorgen over de gevechten tussen moslims en christenen die in 1999 waren uitgebroken op Ambon. © Richard Gesell

In samenwerking met indebuurt Breda