Volledig scherm
De flat aan de Sandenburgstraat in Breda, waar de schietpartij plaatsvond. © MaRicMedia/Perry Roovers

Laatste woord verdachte doden drugsdealer Safranti Breda: ‘Als ik mijn leven zou kunnen geven, zou ik dat doen, in ruil voor Kaan’

BREDA - In de rechtbank in Breda heeft vrijdag de laatste zittingsdag plaatsgevonden van het megaproces tegen de zes Limburgers die worden verdacht van het neerschieten van Kaan Safranti (26). Safranti, een Bredase drugsdealer, werd op 8 april 2018 in zijn flatwoning aan de Sandenburgstraat doodgeschoten. De verdachten kregen het laatste woord, waarbij een van hen zei: ,,Als ik mijn leven zou kunnen geven, zou ik dat doen, in ruil voor Kaan.”

Tijdens de zitting werden de laatste pleidooien in de reeks gehouden. De advocaten van twee mannelijke verdachten - Y. en J. - pleitten voor vrijspraak van hun cliënten. Het Openbaar Ministerie legt hun en de vier andere verdachten gekwalificeerde doodslag ten laste. Dat wil zeggen doodslag met het doel een ander misdrijf (de beroving) te verhullen. Daarvoor moet bewezen worden dat de verdachten met opzet handelden. 

Cherry picking

En juist die opzet kan bij verdachte Y. niet bewezen worden, aldus zijn advocate. Y. zou geen deel uitmaken van de vriendengroep die de ripdeal op Safrantie beraamden. Hij zou ‘last minute’ zijn ingestapt in de plannen om Safranti van 50 kilo wiet te beroven en de gevolgen van zijn deelname niet hebben overzien. Volgens haar ontbrak daarmee de opzet. Ook zou Y. niet hebben geweten dat er wapens meegingen naar de beroving. Het OM achtte dit onwaarschijnlijk, maar volgens de advocate doet het OM hiermee aan cherry picking, omdat het de rest van de de verklaringen van Y. wel waarschijnlijk achtte.

Verminderde intelligentie

Ook de advocaat van verdachte J. pleitte dat deze niet opzettelijk handelde. Een psychiater die J. onderzocht vond 'zeer sterke aanwijzingen voor een verminderde intelligentie’. ,,Dan valt het kwartje niet zo snel", aldus de advocaat. Hij gaf aan dat J. daardoor snel beïnvloedbaar was en de gevolgen van zijn handelen niet kon overzien. Ook zou J., die weliswaar meeging naar de Sandenburgstraat, op het laatste moment zijn weggelopen toen de andere verdachten kogelvrije vesten aantrokken.

Schande

Aan het eind van de zitting kregen de vijf aanwezige verdachten - één vrouwelijke verdachte was er niet bij - het laatste woord. De aanwezige vrouwelijke verdachte gaf aan dat het spijt te hebben. Ze zei gekweld te worden door de gedachte dat de daad een leven heeft gekost. Een andere verdachte zei tegen de rechters. ,,Ik hoop dat u mij straft voor de ripdeal, maar niet voor de dood van Kaan.” De derde verdachte gaf aan dat hij naar Breda ging voor een ripdeal, ‘niet om iemand te doden’. ,,Als ik mijn leven zou kunnen geven, zou ik dat doen, in ruil voor Kaan.” Hij noemde het ook een ‘schande’ dat zijn medeverdachten hun rol ontkenden in het proces. 

De vierde mede-verdachte zei zich te hebben laten lokken door het ‘snelle geld’, en nog elke dag last te hebben. ,,Maar dit is nooit te vergelijken met wat de familie Kaan moet doorstaan.” De laatste verdachte die aan het woord kwam, J., vroeg de rechters hem vrij te spreken. ,,Ik heb mij niet schuldig gemaakt aan deze ripdeal. Hoe kan de rechtbank mij veroordelen voor iets waar ik niet bij ben geweest.”

Celstraffen

De zes verdachten – twee vrouwen (22 en 29 jaar) en vier mannen (22, 24, 24 en 28 jaar) - stonden terecht in een vier dagen durend (20, 22, 26 en 29 november) proces. Vorige week  vrijdag hoorden de verdachten twaalf tot achttien jaar cel tegen zich eisen door de officier van justitie. 

De rechtbank doet uitspraak op 29 januari 2020.

Lees onderstaand de tweets over de zitting terug.

In samenwerking met indebuurt Breda