Volledig scherm
© ANP

Hulpverlening aan jeugd
laat te wensen over

Het duurt veel te lang voordat kinderen uit probleemgezinnen in Midden- en West-Brabant snel en goed geholpen worden. Te veel partijen zijn bij de hulpverlening betrokken, ze werken niet goed samen en de wachtlijsten zijn te lang.

Dat concludeert het adviesbureau Van Montfoort dat voor 27 gemeentes in Midden- en West-Brabant onderzoek heeft gedaan naar de effectiviteit van de jeugdhulp in deze regio. Dat gebeurde in opdracht van de drie centrumgemeenten Breda, Bergen op Zoom en Tilburg.

Sinds drie jaar zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Dat gaat met vallen en opstaan omdat gemeenten behalve die specifieke zorg voor kinderen ook andere Rijkstaken op hun bordje hebben gekregen. “We zijn voortvarend van start gegaan”, verklaart de Bredase wethouder Patrick van Lunteren (jeugdhulp), ‘’maar we hebben vorig jaar aan de bel getrokken om dat we signalen uit de praktijk kregen dat de keten bij kindermishandeling of vermoedens daarvan te langzaam werkt.”

Acht maanden

De 27 gemeentes schakelden het bureau Van Montfoort in dat gespecialiseerd is in de zorg voor jeugd. Dat bevestigde het vermoeden: gemiddeld gaan er ruim acht maanden overheen, vanaf het moment van een melding van een ernstig probleem waarbij een kind betrokken is totdat er duidelijkheid is wat er met hem of haar moet gebeuren. De maximale tijd die de organisaties er wettelijk over mogen doen ligt op vijf maanden.

Vertraging

“Bij een acute situatie, waarbij het voor iedereen overduidelijk is dat een kind onmiddellijk uit huis moet worden geplaatst, wordt er meteen ingegrepen. Maar gaat het om een gezin met ernstige opvoed- en opgroeiproblemen, waarover alleen nog vermoedens zijn, dan ontstaat er veel vertraging”, zegt onderzoeker Adri van Montfoort die de resultaten baseert op bestudering van meer dan driehonderd dossiers van kinderen die in 2016 onder toezicht zijn gesteld.
Veel partijen zijn betrokken bij het traject rond een gezin met ernstige opvoed- en opgroeiproblemen. Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, wijkteams, Jeugdbescherming Brabant, William Schrikker Groep en reclassering. Elk met hun eigen expertise en bevoegdheden. Elk met hun eigen manier van werken. De samenwerking tussen al die partijen laat te wensen over, constateert Van Montfoort. “Cliënten moeten hierdoor bijvoorbeeld vaak meerdere keren hun verhaal vertellen.” Verder constateert hij dat er geen eenduidigheid is in de methodes waarmee de instanties problemen taxeren en analyseren. “Een lokaal team schat de situatie bijvoorbeeld in als onveilig, terwijl Veilig Thuis na onderzoek concludeert dat vrijwillige hulpverlening nog mogelijk is. De discussie hierover tussen organisaties kost veel tijd en levert veel frustratie op bij medewerkers.”

Meer samenwerking

De gemeenten en de partners in de hulpverlening zijn er - met het rapport in de hand - van overtuigd dat het anders moet. “Dat betekent meer samenwerking, kortere lijnen, het sneller delen van informatie”, aldus wethouder Arjan van der Weegen van Bergen op Zoom. Een en ander gebeurt inmiddels met de oprichting van speciale Veiligheidsteams en het project Family Justice Center in Tilburg, dat huiselijk geweld moet terugdringen.

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement

In samenwerking met indebuurt Breda

Poll

'NAC moet met trainer Ruud Brood doorgaan in de eerste divisie'

'NAC moet met trainer Ruud Brood doorgaan in de eerste divisie'

  • Eens (80%)
  • Oneens (20%)
7178 stemmen