Volledig scherm
Christ van Toren is trots op de poster van de expositie over woonwagenbewoners. foto Charlotte Akkermans/het fotoburo

Expositie is een stem uit het verleden van Driekoningenoord

BREDA; - Christ van Toren praat honderduit. De oud-bewoner van het voormalige regionale woonwagenkamp Driekoningenoord heeft dan ook een verhaal te vertellen.

Wat heet, de verhalen stromen uit zijn mond als hij langs de wanden met foto's loopt bij de stichting Surplus. In 1300 foto's heeft de voorzitter van stichting Rolleman, die zich inzet voor woonwagenbewoners, geprobeerd het leven van de Bredase woonwagenbewoners tussen de jaren '20 en midden jaren tachtig te vangen. Met een financiële bijdrage van de gemeente kon hij er een expositie van maken. Dat levert een overweldigende hoeveelheid materiaal op in zwart-wit, een bijzonder beeldmonument, geknipt en geplakt uit het verleden.
"Daar staat de wagen waar ik ben geboren. En hier staat mijn oma nog op. Dat is Koperen Ko, een muzikant die met accordeon optrad. Die foto is van voor de oorlog." Meteen gaat hij door over zijn vader die ook straatmuzikant was en van huis uit een danstent had, waarin mannen voor 1 cent vrouwen ten dans konden vragen.
Bij veel foto's heeft Van Toren, die inmiddels al jaren in een stenen huis woont, een verhaal.
Nostalgie. Want een sfeer van heimwee naar onderlinge betrokkenheid, van iedereen kent iedereen, bij elkaar zo maar binnenlopen. Ach, dat is niet meer, want Driekoningenoord werd in 1992 opgeheven. Op dezelfde manier als hoe het in augustus 1963 begon; door een overheidsbesluit.
De overheid in Den Haag wilde greep krijgen op de reizigers die door het land trokken. Zo werden ze geconcentreerd in regionale kampen, compleet met slagboom. Daar wisten ze natuurlijk wel raad mee. Een auto in de sloot en de tweede uitgang was een feit.
Oudere foto's van voor de oorlog laten zien dat het op de kampjes die vaak spontaan ontstonden armoe troef was. Houten spaakwielen die tot tien centimeter diep in de blubber staan, kinderen met smoezelige gezichtjes die soms blootsvoets door de modder lopen, en gescheurde kleertjes.
"Met de voorzieningen op Driekoningenoord zat het wel goed", zegt Christ van Toren. "We hadden een kerkje en een schooltje", klinkt het trots. Alle leerkrachten kent hij nog bij naam. Zij hebben een deel van het fotomateriaal geleverd. "Juf Ellen Verbaeten gaf foto's en versjes, schoolhoofd meester Van Eijs leverde beeldmateriaal en meester Loomans filmpjes."

Maar ook oud-bewoners hielpen. "Jan Stuiver herkende zichzelf op een foto met padvinders. Zijn broer Toon hielp me weer aan een documentaire uit de jaren zestig."

In het stadsarchief vond hij ongeveer twintig foto's van de Bredase fotograaf Hans Chabot.
"Ik had ook een goede band met de kapucijner pater Sixtus." De bruine pater zette zich met hart en ziel in voor de vaak zeer katholieke bewoners van Driekoningenoord. Nog steeds bestaat het jaarlijkse pater Sixtus voetbaltoernooi en nog steeds is er de sinterklaasmiddag.Met vrienden maakte hij een reizende klimwand en gaf klimles van blindenschool tot mytylschool. "We wilden wat terug doen, want we waren ook wel eens wat ondeugend", zegt hij met een knipoog.De regionale kampjes betekenden een grote ommekeer voor de rollemannen. "Al rondtrekkend verdienden mensen hun geld als scharensliep, verkoper van elastiek, stoelenmatter of muzikant. Dat werkte niet meer toen we op een kamp werden gezet." Omdat de kampbewoners toch een boterham wilden verdienen, begonnen ze de befaamde autosloperijen.

Het ging niet altijd goed op het kamp. Er waren wel eens ruzies en de autohandel groeide uit de klauwen. Na verloop van tijd raakte het kamp veel te vol. In de laatste jaren van Driekoningenoord stonden er 146 woonwagens. De gemeente vond het onveilig en ook landelijk had de overheid een beleid van spreiding ingezet. Het grote kamp werd opgedeeld in subkampjes in de regio, zoals ze nog steeds bestaan. Nu zien de oud-bewoners elkaar vooral nog bij bruiloften of begrafenissen. Na buurthuizen in Belcrum, Westeinde en Geeren-Zuid, hangt de expositie nu wat verstopt bij Surplus Welzijn aan de Nieuwe Ginnekenstraat. Ook jammer is dat er geen teksten zijn, die iets meer uitleg geven. Christ van Toren is een gepassioneerd verteller, die graag bereid is groepen rond te leiden. Maar dat doet het vele werk dat verzet is tekort. Daarom is het ook aardig dat de tentoonstelling in aangepaste vorm in het Stadskantoor komt te hangen. Christ: "Veel oud-bewoners van Driekoningenoord raakten geëmotioneerd. Ik denk dat meer mensen wel iets voelen."

In samenwerking met indebuurt Breda