Volledig scherm
Altijd feest in 't Klapcot aan de Haven in Breda. © archief 't Klapcot

De magie van ’t Klapcot in Breda, memoires van een glazenophaler

Van 1979 tot 1986 werkte BN DeStem-verslaggever Jacques - Sjakie - Hendriks in café ’t Klapcot aan de Haven 21A in Breda, in diverse functies. Donderdag 27 april, Koningsdag, is het 50 jaar geleden dat deze legendarische kroeg voor het eerst de deuren opende. Een eerbetoon, memoires van een glazenophaler.

Wat maakte ’t Klapcot nou zo bijzonder? Ook al vind ik het de beste kroeg aller tijden, een kort antwoord geven op die vraag is nog niet zo makkelijk. Unieke locatie, muziek, feest, verbroedering. Tja, zie je dat niet in elke kroeg? Jawel, maar niet zoals in ’t Klapcot.

Locatie

Volledig scherm
De entree van 't Klapcot aan de Haven, achter de vismarkt. © archief 't Klapcot

’t Klapcot huisde in een van de oudste panden van Breda, waar ooit brouwerij De Witte Leeuw zat en later gymnastiekvereniging Sport Staalt Spieren. De kroeg was donkerbruin. Met de nadruk op donker. Het werd het personeel ten strengste verboden om de hoge ramen te wassen. Het kleine beetje zonlicht, dat wel door de vette ruiten drong, werd gestuit door dikke velours gordijnen. Het café was smal, de bar met z’n markante ‘lantaarnpaaltjes’ uitzonderlijk lang. Het meubilair en de accessoires waren een allegaartje, een blind paard kon er geen schade doen.

Muziek

Volledig scherm
800 man komt op de reünie van 't Klapcot af. Onder wie vier platendraaiers van weleer, achter vl.n.r.: Kees Brunia, Sjakie Hendriks en Theo van den Hoven; voorgrond: Joop van Gool. © archief 't Klapcot

De plaatjes, die de barkeepers draaiden, waren een unieke combinatie van de betere, vaak alternatieve pop- en rockmuziek met hoogst originele feestnummers: van bluegrass tot Barend Servet, van ‘The French can-can’ tot Willy Alberti en de Ploeg Post. In ’t Klap hoorde je de beste nieuwe muziek en de heerlijkste oude krakers.

Daarnaast was er in ’t Klapcot vanaf de beginjaren met regelmaat live-muziek van louter lokaal vermaarde, maar ook nationale en Belgische topbands (De Kreuners!). Na ‘mijn‘ tijd, in de jaren ’90, kwamen er oefenruimtes boven het café en ontstond zelfs een muzikale Klapcotscene, met de bands Abel en Rosemary’s Sons als bekendste exponenten.

Verbroedering

’t Klapcot had in mijn tijd (1975-1990) een zeer divers publiek. En ieder clubje had zijn vaste plek. Gympikkies naast leren motorjekkers, langharige artistiekelingen en journalisten naast jonge, onbedorven meisjes. Stamgasten in de ‘vuile hoek’, na de toiletten meteen rechts af. Soms, als relikwieën van de prille begintijd, liepen er zelfs nog ‘blauwe blazers’ binnen.

De klanten kwamen niet alleen uit Breda en omliggende dorpen. Ook uit Etten-Leur, Zevenbergen, Baarle-Nassau, Dordrecht. De roodharige jongeman Rob tufte zelfs met regelmaat – na het ontvangen van zijn weekloon - op z’n Puch van Scheveningen naar Breda. Speciaal voor het ’t Klap.

Ondanks die verschillen stonden de avonden aan de Haven 21A eigenlijk altijd in het teken van de verbroedering. Ook al stond je op elkaars lip en kreeg je met regelmaat een scheut bier van een ander in je nek, er werd zelden of nooit gevochten. Liefdes ontstonden, kruisbestuiving tussen de diverse clubjes.

Idolen

Volledig scherm
Joop (rechts) en Sjakie geconcentreerd achter de bar. © archief 't Klapcot

In ’t Klapcot mogen werken was voor mij als tiener en jonge twintiger een droom. In den beginne waren de personeelsleden mijn idolen. Wat zag ik tegen ze op: bedrijfsleider Jack, barkeepers Danny, Frans, Theo, Hans, Frank, Joop, glazenophaler Franske. Rosé en lange Frits aan de deur. Plus de ravissante eigenaresse natuurlijk, Ria. Opeens waren we collega’s.

Ik had al een paar keer gespijbeld om op maandagmorgen de hoogbejaarde werkster Mieke te kunnen helpen met het vegen van het café, toen ik op een zaterdagavond werd gevraagd om mijn ‘neef’ Franske te vervangen. Als glazenophaler. Ik zweefde, zo trots was ik. Liep me de benen uit het lijf door die bomvolle, deinende kroeg om maar bij het personeel in het gevlei te komen. Ik slaagde: ik mocht blijven. Ik werkte bij ’t Klapcot!! Mijn status veranderde, mijn zelfvertrouwen groeide. Ondanks mijn overgewicht zagen de meisjes in het café me opeens staan.

Mijn studie – geschiedenis in Leiden – kwam op het tweede plan te staan, tot geveinsde wanhoop van mijn ouders. Ze begrepen mij stiekem maar al te goed: alleen ’t Klapcot telde. Carnaval, oud en nieuw, kerstmis, playbackfestivals (die ik mocht presenteren), Koninginnedag, memorabele concerten. De hoogtepunten stapelden zich op in dat eeuwenoude pand, dat voor zoveel jongeren van toen een clubhuis was, een tweede huiskamer. Bij die speciale happenings stonden de mensen in rijen hunkerend voor de grote groene deur.

Barkeeper

In 1982 veranderde er veel. Ik stopte met studeren en keerde definitief terug naar Breda. Jack en Hans verlieten ’t Klapcot en begonnen de Charelli. Joop werd bedrijfsleider  en later zelfs eigenaar. Ik schoof een plekje op: ik werd barkeeper plús plaatjesdraaier. Het hoogst haalbare, de top van de Olympus!  

Een nieuwe generatie personeel had zich inmiddels aangediend. Kees ‘De Professor’, Harold, Paul ‘De Man’, Ben, De Basje, Koen en Mini Kots, Henriëtte, Mascha en anderen. Keihard gewerkt samen, veel legendarische avonden in collectieve dronkenschap (‘zatjes’) geëindigd, vrienden voor het leven. 

Met carnaval sliepen we bij elkaar. Eén keer zelfs midden in het uitbundig versierde café, omringd door sigarettenrook en de laffe geur van lekbier. Poetsvrouw Jeanne was de voordeursleutel kwijtgeraakt en we vreesden voor indringers. Het thema dat jaar was ‘Junglecot’. Toen ik met een houten kop wakker werd, zag ik boven mij aan het plafond een tijger bengelen. Een ontnuchterende ervaring.

Zeker tussen 1982 en 1986 was mijn bestaan één groot feest. ’t Klapcot was mijn leven, mijn leven was ’t Klapcot.

Nieuw leven

In 1986 koos ik toch voor een nieuw leven, werd journalist. En heb in die hoedanigheid nog altijd baat bij de wonderjaren aan de Haven. Als barkeeper leer je naar de verhalen van mensen te luisteren. En je bouwt een groot netwerk op. Nog dagelijks herken ik klanten van toen of word ik herkend en begroet met mijn Klapcotnaam: Sjakie.

Donderdag 27 april 1967 is het 50 jaar geleden dat Ria en Jan Wijn begonnen met ’t Klapcot, voor het Breda van die tijd een revolutionair café. Ik ging er in 1975 letterlijk en figuurlijk in al mijn maagdelijke onschuld naar binnen en kwam er jaren later gelouterd weer uit, klaar voor de grote stap naar het ‘echte’ leven.

Het café bestaat al sinds 2004 niet meer, maar er gaat geen dag voorbij zonder dat ik eraan terugdenk. Dan hoor ik muziek van weleer, zie ik in gedachten vrienden, vriendinnen, veroveringen of hartenbrekers van toen. En iedere keer prijs ik mij gelukkig dat een zo cruciaal deel van mijn leven zich daar heeft afgespeeld, aan de Haven 21A in Breda. (JH)

Lees woensdag in BN DeStem een uitgebreid interview met de grondlegger van ’t Klapcot, Ria Wijn.

Heeft u bijzondere herinneringen aan 't Klapcot?
Reageer: redactie.stad@bndestem.nl

Volledig scherm
Het fameuze uithangbord 't Klapcot, een ontwerp van Paul Weijenberg. © Jacques Hendriks

In samenwerking met indebuurt Breda