Volledig scherm
Een Etna-ketel van rond 1920. © Nicole Froeling

De Bredase Etnafabriek bood zijn personeel meer dan werk alleen

BREDA - De Etna-fabriek aan de Tramsingel voelde voor veel werknemers als een warm bad. Er verschijnt een nieuw boek over.

'Ik heb heel erg gehuild toen ik weg moest bij de Etna'', vertelt Adje Bloemers-Willems. ,,Ik vond het verschrikkelijk, maar zo ging dat in die tijd.'' In die tijd, midden jaren zestig, was het gebruikelijk dat vrouwen stopten met werken na hun trouwen. Dat mevrouw Bloemers na het huwelijk aanvankelijk überhaupt mocht blijven, was uitzonderlijk. Maar op het moment dat ze in verwachting raakte, moest ze alsnog met ontslag.

,,Ik was de eerste vrouw die zwanger bij de Etna wegging'', vertelt ze. Aan de zestien jaar waarin ze op de administratieafdeling van de fabriek werkte, bewaart ze louter warme herinneringen. ,,De blinde meneer Klep, een broer van de toenmalige directeuren Jaap en Ton Klep, werd altijd op de tandem opgehaald'', vertelt ze met een lach. ,,Je kunt het je nu nauwelijks meer voorstellen, maar zo ging dat. Elke dag op en neer van zijn huis in de Koninginnestraat naar de fabriek aan de Tramsingel.''

Toen haar beide kinderen het huis uit waren en mevrouw Bloemers weer aan de slag wilde als accountant, was de fabriek al weg uit Breda. Wat gebleven is, is de bridgeclub. Nog elke week komt bridgeclub Etna bij elkaar in de Dorpsherberg in Teteringen. Mevrouw Bloemers is het enige lid dat nog daadwerkelijk voor de fabriek gewerkt heeft.

In de jaren dat zij op de administratie zat, werkte Harry van de Laar (76) in de mallenmakerij. Hij was niet de enige binnen het gezin; Van de Laar kwam zowel zijn vader als zijn broer tegen op de werkvloer. ,,Ik ben er begonnen direct na de ambachtsschool'', vertelt hij. ,,Nadien heb ik via de Etna cursussen gevolgd waarbij ik tekeningen leerde lezen.''

Praatje
Beide oud-werknemers herinneren zich de toegankelijkheid van de directie destijds. Anno 2017 mag dat niet heel uitzonderlijk klinken, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was het bepaald geen vanzelfsprekendheid dat de directie zich inliet met 'gewone arbeiders'. ,,Jaap en Ton Klep stonden heel dicht bij de mensen'', aldus Van de Laar. ,,Ze kwamen elke maand wel even de fabriekshal inlopen. Daarbij hadden ze voor iedereen een praatje.''

Hoewel er aan het begin van de twintigste eeuw voor gestaakt moest worden, staat de Etna halverwege de vorige eeuw te boek als een goede werkgever. De salarissen lagen gemiddeld hoger vergelijking met andere bedrijven.

Van de Laar moest in 1978 stoppen met werken als gevolg van rugklachten. Dat de fabriek uiteindelijk uit Breda is verdwenen, vindt hij spijtig. ,,Je werkte er graag'', aldus Van de Laar.

De bridgeclub van mevrouw Bloemers is niet de enige vereniging die binnen de fabriek is ontstaan; meer collega's zochten elkaar ook buiten werkuren op. Er was een toneelvereniging, een mannenkoor, een zwemclub en een gymnastiekvereniging. De eerste vermelding dateert uit 1909: een Etna-fanfare. In totaal zijn er veertien verenigingen geweest. Op de bridgeclub na zijn deze inmiddels allemaal verdwenen.

Tussen 1945 en 1975 verscheen er ook maandelijks een Etna-krant. Hierin lazen de werknemers - in de hoogtijdagen telde de fabriek meer dat 1.600 personeelsleden - over jubilea, ontwikkelingen binnen het bedrijf en verenigingsactiviteiten.

In een boek over de historie van Etna dat deze week uitkomt staat een voorbeeld van een bericht uit het personeelskrantje, dat vandaag de dag wat vreemd aandoet. Op 31 oktober 1946 wordt aangekondigd dat van ieders loon 50 cent zal worden ingehouden, in ruil waarvoor iedereen een pakje Belgische shag met vloeitjes zal krijgen. Diegenen die niet roken of de shag niet believen, konden dit aangeven bij de schrijver. Zij kregen dan, tegen inlevering van de rookwaar, hun 50 cent terug.

Volledig scherm
De broers Klep, van links naar rechts: Han, Ab, Ton en Jaap. © Jorgen Janssens
Volledig scherm
Etna Breda.

In samenwerking met indebuurt Breda