Volledig scherm
Stervende hond voor hondenkar beladen met zand, geschilderd door Henriette Ronner. © Archief B. Willemen

Dat was pas een hondenbaan: de hond als trekpaard voor de armen

en toenOver hondenbanen gesproken. De trekhond werd pas in 1963 in Nederland verboden.

'It's been a hard days night, and I've been working like a dog', zongen The Beatles in 1964. Eén jaar eerder werd in Nederland een definitief einde gemaakt aan de inzet van trekhonden. Honden mogen nog altijd hun brokken verdienen als speurhond, hulphond of waakhond, maar met een tuig bespannen voor de wagen is echter niet langer toegestaan. In 1963 zijn er nog enkele tientallen trekhonden geregistreerd in Nederland.

Hoe anders was dat vroeger. ,,De eerste vermeldingen van trekhonden met een wagen of kar in ons land dateren uit de zeventiende eeuw", weet hondenkarkenner Bert Willemen uit Rijen te vertellen. ,,Op schilderijen uit die tijd zie je al trekhonden in het straatbeeld."

Trekschuiten

Volgens de kenner kwamen trekhonden in zeer veel beroepsgroepen voor. Op het land werden de dieren voor de ploeg gespannen en ook trekschuiten maakten soms gebruik van enkele honden. De hondenkar was een geliefd voertuig onder bakkers, slagers, marskramers, groenteboeren, petroleumhandelaren, postbezorgers, eierboeren, zo'n beetje iedereen die met zijn koop- of handelswaar de hort op moest. ,,Trekhonden waren een toegankelijk alternatief voor trekpaarden", vertelt Willemen. ,,Ze waren aanzienlijk goedkoper in de aanschaf en ze aten gewoon met de pot mee. Als ze al goed verzorgd werden want je had er ook kwaaie eigenaren tussen zitten."

In Engeland en Frankrijk werd de inzet van trekhonden al in de 19de eeuw verboden. Ook in ons land gaan er al vroeg stemmen op om een eind te maken aan de soms wrede inzet van honden. Uit de vereniging die zich hier hard voor maakte, is later de huidige hondenbescherming voortgekomen.

Quote

Trekpaar­den waren aanzien­lijk goedkoper in de aanschaf en ze aten gewoon met de pot mee. Als ze al goed verzorgd werden want je had er ook kwaaie eigenaren tussen zitten

Bert Willemen

In september 1911 trad de trekhondenwet in werking. Hierin werden bepalingen opgenomen ten aanzien van de maximale treklast, het minimale formaat van in te zetten honden, de gebruikte tuigjes en de minimumleeftijd van de bestuurder van de hondenkar. Ook moesten bezitters van een hondenkar een vergunning aanvragen. 

Brood verdienen

Op elke kar moest een bord met het nummer van deze inschrijving bevestigd worden als een soort nummerbord. ,,Bij de naleving van de regels werd echter regelmatig 'artikel vier' toegepast", zegt Willemen met vier vingers gespreid voor zijn gezicht. ,,Er werd nogal eens een oogje dichtgeknepen." Plaatselijke hondenwachten kenden de bezitters van de hondenkar vaak goed en waren gevoelig voor argumenten als 'ik zal mijn brood moeten verdienen', en ‘ach, we kennen elkaar'.

In 1929 vindt in Prinsenbeek een ongeluk plaats met een hondenkar dat sterk aan het drama met de Stint in Oss doet denken: 

Woensdagmiddag te ongeveer half vier heeft op den onbewaakten overweg onder Beek bij Princenhage 'n vreeselijk ongeluk plaats gehad. Twee jongetjes van ongeveer 7 jaar, van de familie Rombouts en de familie Mutsaers reden in een hondenkar welke bestuurd werd door een ouderen jongen. De moeder van een der knapen was bij familie te Beek op bezoek en had de kinderen meegenomen. Juist op het moment dat de sneltrein van Breda naar Roosendaal den onbewaakten overweg passeerde bij Beek, was de hondenkar met de kinderen bij den overweg gekomen. De grootere jongen kon den hond niet houden en het wagentje met beide kinderen werd door den trein gegrepen en totaal versplinterd. De kinderen werden op slag gedood, de lijkjes werden langs den spoorweg teruggevonden.

Staart afgereden

Volledig scherm
Petroleumventer Kees van Gils met hondenkar in Gilze. © archief B. Willemen

Dat de nieuwsverschaffing een kleine honderd jaar geleden andere accenten kende, blijkt uit de toevoegingen in de laatste twee zinnen van het nieuwsbericht: ,,De hond scheen juist over den spoorweg geweest te zijn want het dier was alleen de staart afgereden. Het kind van de familie Mutsaers was eenig kind."(Bron: Tilburgse courant 26-9-1929).

Volgens de op dat moment geldende regels had deze situatie zich niet voor mogen doen. Bij wet was immers al bepaald dat de bestuurder of begeleider van een hondenkar minimaal 14 moest zijn. Uit andere bronnen valt op te maken dat de 'grootere jongen' pas 9 jaar oud was.

Met de opkomst van de bakfiets en (vracht)auto's, alsmede door het feit dat handelaren steeds vaker buiten de eigen regio hun afzetmarkt vonden, raakte de inzet van de hondenkar in onbruik. Het verzet er tegen bleef groeien wat resulteerde in een opname van een algeheel verbod in de Wet op de Dierenbescherming.

Een hond van Vlaanderen 

De beroemdste trekhond ter wereld is ongetwijfeld Patrasche, bedacht door de Britse romanschrijfster Marie Louise de la Ramée. Ze schreef het boek A Dog of Flanders (Een hond van Vlaanderen), gebaseerd op de indrukken die ze opdeed tijdens een rondreis door België. De roman verscheen in 1872. Opmerkelijk genoeg werd het boek geen groot succes in Vlaanderen. Wel in Japan en de Verenigde Staten. Al in 1914 werd het boek verfilmd. Nadien volgden nog verschillende speelfilms en tv-series. Het verhaal gaat over een arme weesjongen, Nello die opgevoed wordt door zijn opa. Om de kost te verdienen moet hij dagelijks verse melk van de boerderij naar de stad vervoeren. Op een dag vindt hij Patrasche, een verwaarloosde trekhond, langs de kant van de weg en de twee worden onafscheidelijk. Het verhaal van Nello en Patrasche is geen vrolijk verhaal. Opa gaat dood, Nello krijgt de schuld van een molenbrand in de schoenen geschoven en zijn droom kunstschilder te worden valt in duigen. Verzwakt door ontberingen sterft hij, met Patrasche in de armen geklemd, in de kathedraal van Antwerpen.

In samenwerking met indebuurt Breda