Volledig scherm
Buutreedner Pierre Cnoops met op zijn hoofd de gouden narrenkap die hij in 1963 won bij het Limburgse Buuttekampioenschap. © Fotopersburo van de Meulenhof BV

Zo word je tonprater: elf tips

ETTEN-LEUR - Dorpshuizen en wijkgebouwen in Brabant puilen de komende weken uit tijdens de tonpraatavonden. Lokale grappenmakers leggen hun vergrootglas op de gebeurtenissen en personen die afgelopen jaar in het nieuws waren. De draak steken met oneffenheden van de samenleving, het lijkt zo makkelijk. Maar tonpraten is een kunst. Drempelvrees houdt talenten ieder jaar tegen om het te proberen. De ervaren tonpraters Pierre Cnoops (Limburg) , Andy Marcelissen (Raamsdonksveer) en Toon Groffen (Den Teun, Ossendrecht) geven elf tips aan hun nieuwe collega's. 

1. Kijk naar anderen, hoe zij het doen

Marcelissen: ,,Je moet anderen aan het werk zien, kom eens naar het tonpraatcafé waar we regelmatig samenkomen. Iedereen wordt geholpen, je kunt ook de tonpraatakkudemie volgen.''

2. Lees de krant, hou een heel jaar het plaatselijke nieuws bij

Cnoops: ,,Als iemand zegt 'hoe komen ze erbij' dan moet bij jou een lampje gaan branden. Dát moet je onthouden.''

3. Zorg voor herkenbare onderdelen in jouw verhaal, daar houden de mensen van

Den Teun: ,,Mensen horen graag over lokale onderwerpen en personen. De politiek is altijd een dankbaar onderwerp.''

4. Vraag advies

Cnoops: ,,In het begin zat ik samen met de koster en een boer. Hele avonden zaten we te praten over een paar zinnen. De koster bouwde het verhaal mee op en de boer lachte of niet.''

5. Verzamel grappen 

Marcelissen: ,,De kunst is zorgen voor een hoge grapdichtheid in het verhaal. Tijdens een buut moet je zeventig tot tachtig keer een lach terugkrijgen, binnen een paar zinnen moet je bij een lach zijn. Als je dat volhoudt, is hij goed.''
 

6. Zorg voor een typetje 

Net als de nar vertoont de tonprater tekenen van onvolkomenheid. Zij beelden een niet-volwassene, onvolgroeide, primitieve of achtergeblevene uit. Een beetje zoals een clown met rode neus en dito haar, grote schoenen en vreemde stem. Met de nodige zelfspot en een erg vrije meningsuiting zijn de tonpraters in staat om alle schijnvolkomenheid aan de kaak te stellen. 

7. Ben niet platvloers. Schunnige en vrouwonvriendelijke grappen horen in de ton niet thuis 

Cnoops: ,,Zo'n avond zou ook geschikt moeten zijn voor kinderen en de nonnen in het klooster. Voor mij is het een voorwaarde dat iedereen er om kan lachen. 

8. Ben niet gemeen persoonlijk

Cnoops: ,,Je moet samen om een grap kunnen lachen, jij en de persoon die wordt besproken. Je moet mensen nooit vernederen. Als er in een vereniging iets is misgegaan, moet je die mensen niet aan het kruis nagelen. Het doel is samen te lachen om het verleden, met alles wat fout is gegaan. We gaan weer verder en proberen het beter te doen.'' 

9. Zorg voor een kern van waarheid in het verhaal

Cnoops: ,,Anders wordt het quatsch. Met absurde humor moet je niet in de ton zijn. Humor is ernst.''

10. Hou contact met jouw publiek en improviseer

Den Teun: ,,Daarom leer ik mijn buut van buiten, dan kan ik rondkijken.'' Marcelissen: ,,Ik heb weleens iemand door zien praten terwijl voor zijn neus de ober met een blad bier onderuit ging. Ai, wat een gemiste kans.''

11. Denk niet te snel dat het niks voor jou is

Cnoops: ,,De meeste buutreedners zijn erg rustig van karakter. Ik ook. Thuis ben ik héél anders dan in de ton. Mensen geloven niet dat ik dezelfde Pierre Cnoops ben.''

BN DeStem gebruikt je persoonsgegevens om deze reactie te kunnen plaatsen. Meer informatie vind je in ons privacy statement